Kraaijkamp te vrolijk als Pancras Duif

Voorstelling: Schakels, van Herman Heijermans. Spelers: John Kraaijkamp, Ryan van den Akker, Hugo Metsers, Huib Rooymans, Edmond Classen, Henriëtte Tol, Wilbert Gieske, Bea Meulman, e.a. Decor: Misjel Vermeiren. Regie: Jules Royaards. Gezien: 1/10 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar t/m 8/10; tournee t/m 30/11 en 31/3 t/m 25/6.

Reusachtig zijn de acteurs die in de loop der tijden de rol van Pancras Duif in Schakels van Herman Heijermans hebben gespeeld: vanaf de legendarische Louis Bouwmeester, die bij de première in 1903 de eerste in de rij was, tot en met de naoorlogse Richard Flink, Ko van Dijk en Bernhard Droog. Gaandeweg hebben zij, te oordelen naar de kritieken uit hun tijd, de man steeds minder massief en uit één stuk gemaakt en steeds meer van zijn schroomvalligheid getoond. Maar altijd bleef hij de rechtschapen metaalarbeider, wiens bedrijf voor hem te groot is geworden, en de vader van vier kinderen die azen op de centen van pa. Als hij dan ook zijn lieve - en veel jongere - huishoudster ten huwelijk vraagt, stelt dat addergebroed alles in werking om de trouwplannen te verijdelen.

Nu wordt Pancras Duif, in een vrije en tot in de puntjes verzorgde produktie, gespeeld door John Kraaijkamp, met een kuifje dat aan dat van Bouwmeester doet denken. Hij loopt rond in een historiserende omgeving van mahonie-bruin en is omringd door twaalf andere acteurs in bijpassende kostuums. Jules Royaards, die de voorstelling regisseerde, moet een mooie toneelavond naar traditionele snit voor ogen hebben gestaan, en daar is op zichzelf ook veel voor te zeggen. Weliswaar is de drijfveer van Schakels - geld maakt de mensen tot samenzwerende aasgieren - nog lang niet verouderd, maar de praktische uitwerking is dat hopelijk wel: een louche psychiater die kan worden ingehuurd om iemand gek te verklaren, en een vrouw die kan worden gekoeioneerd omdat ze moeder is zonder ooit getrouwd geweest te zijn. Aan die handeling laat zich weinig moderniseren. Bovendien zijn Heijermans' fleurige dialogen nog steeds in staat om alle personages volop tot bloei te brengen, hoe ze ook gekleed zijn en waar ze zich ook bevinden.

Maar met al zijn levende scènes en wrange grappen staat of valt het stuk bij Pancras Duif, dat is in iedere recensie weer te lezen. Hij moet rechtop staan, opdat zijn uiteindelijke vernedering des te schrijnender en des te onrechtvaardiger is. Kraaijkamp, daarentegen, scharrelt en rommelt. Met al zijn komedianteninstinct haalt hij het onderste uit de kan om Heijermans' ondertitel “een vrolijk spel van de huiselijke haard” waar te maken. Hij weet als geen ander een lach te peuren uit de eenvoudigste zinnetjes en de kleinste gebaartjes. Pancras Duif krijgt daar echter geen contouren van. Hij is een regelaar die zijn zin probeert te krijgen met boerenslimheid en een kwinkslag hier en daar, geen man wiens noblesse zijn ondergang wordt.

En zo onbestemd als Kraaijkamp in deze rol is, zo onbestemd is ook de rest van het ensemble. Enerzijds streeft Ryan van den Akker als de huishoudster naar de zuiverheid die Heijermans haar heeft meegegeven, en anderzijds heeft Huib Rooymans zich als schoonzoon een een mallotig soort verkramptheid aangemeten die in een klucht heel koddig zou werken. Tussen die beide uitersten zwalkt deze Schakels helaas heen en weer, soms naturalistisch, soms expliciet volkstonelig, vaak te schreeuwerig en zelden in een consistent ritme. Zo lijkt me de ontroering, die mij in de slotscène toch nog even overviel, eerder te danken aan het raffinement van Heijermans dan aan de manier waarop hij hier wordt gespeeld.