Groothandel blokkeert postorderfarmacie

HOOFDDORP, 2 OKT. Alles is gereed, de zaak kan zo beginnen, maar de schappen staan leeg. Zilveren Kruis Groep (ziektekostenverzekeraar en ziekenfonds) en het Amerikaanse bedrijf Caremark dat dit najaar met postorderfarmacie zou gaan beginnen, hebben een probleem. Niemand wil de apotheek van Caremark in Utrecht geneesmiddelen leveren en dus staat de boel er werkloos bij.

Zilveren Kruis gaf gisteren een 'tussenstand'. Die houdt in dat het conflict met apothekers in verschillende regio's die op 1 juli zijn ontstaan, niet kleiner is geworden en dat de beroepsgroep met een paar juridische procedures tot de orde moet worden geroepen. En aan de andere kant is er het probleem met de groothandels, die stuk voor stuk weigeren aan Caremarkt te leveren. Zilveren Kruis is aangeland op een punt waar voorganger Geove is geëindigd: het bedrijf staat 'droog'. Geove, de Velpse verzekeraar die de postorderfarmacie wilde opzetten in samenwerking met PTT Post en Linea Pharma week twee zomers terug nog uit naar België, maar dat traject liep snel spaak.

Het probleem met de apothekers houdt in dat zij menen in de toekomst alleen nog dienst te mogen doen als vangnet voor de verzekerden van Zilveren Kruis als het gaat om spoedeisende medicijnen, avond- en nachtdiensten en speciaal bereide geneesmiddelen, terwijl het postorderbedrijf de grote omzet gaat maken. De apothekers willen dus een hoger tarief per aflevering, of receptregel zoals dat formeel heet. Dat was voor het Zilveren Kruis in het voorjaar onbespreekbaar, nu heeft het bedrijf het punt aangekaart bij de koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland, die het op haar beurt moet bepleiten bij het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg, die over zulke zaken de minister adviseert. Probleem is dat het bedrag per receptregel dat apothekers nu krijgen al een maximumtarief is.

Het conflict met de verzekeraar is begin dit jaar ontstaan bij de landelijke onderhandelingen voor het nieuwe contract met apothekers, dat op 1 juli van kracht zou moeten worden. Het Zilveren Kruis bleek niet meer bereid de volledige farmaceutische hulp door de apothekers te laten leveren. Het is de bedoeling dat het postorderbedrijf waarvan de verzekeraar gebruik gaat maken - iedereen mag nu weten dat dat Caremark is - de medicatie voor chronische patiënten die bij Zilveren Kruis verzekerd zijn, gaat verzorgen.

Tot de door het Landelijk Onderhandelingsteam (LOT) van de apothekers gestelde randvoorwaarden bij het aangaan van een nieuw contract, behoort het nieuwe, hogere tarief. Daarnaast willen de apothekers ook door de verzekeraar worden geïnformeerd over de medicijnen die de patiënten via het postorderen krijgen in verband met de medicatie-bewaking. Die medicatie-bewaking voorziet in een overzicht van geneesmiddelen die een patiënt krijgt en stelt de apotheker aldus in staat om in voorkomende gevallen in te grijpen als een patiënt middelen krijgt voorgeschreven die niet kunnen worden gecombineerd.

Het feitelijk contracteren van de apothekers gebeurt op regionaal niveau. In Rotterdam en Haarlem, waar het Zilveren Kruis sterk vertegenwoordigd is, hebben de apothekers inmiddels het hoofd in de schoot gelegd. Ze zijn akkoord gegaan met de voorwaarden van Zilveren Kruis. In andere regio's als Noord-Holland, Den Haag, Zoetermeer, Delft en Delfland hebben de apothekers de randvoorwaarden onderschreven die hun organisatie - de KNMP - heeft gesteld bij een nieuw contract. In die regio's stapt het Zuilveren Kruis dus ook naar de kort gedingrechter om de partijen weer aan tafel te dwingen. De rechter in Rotterdam heeft twee weken geleden de apothekers in Delfland, Schie- en Westland bevolen de levering van medicijnen aan de verzekerden van Zilveren Kruis op de oude voet voort te zetten. De apothekers leveren hier niet meer 'in natura'. De patiënt krijgt de rekening thuis en moet die declareren bij Zilveren Kruis. In sommige plaatsen gaat het onverkwikkelijker toe, meent Zilveren Kruis. Zo zouden patiënten in Voorburg bij sommige apothekers bedragen tot 200 gulden contant moeten afrekenen.

Intussen heeft ook de minister van Economische Zaken zich in het conflict gemengd. Hij heeft deze zomer een aantal groothandels een brief gestuurd met een achttiental indringende vragen die duidelijk moeten maken of er wel of niet sprake is van een kartel. Die vragen zijn allang beantwoord, maar Zilveren Kruis stelt ongelukkig vast dat er nog geen concrete stappen zijn gezet. De minister zou de groothandels via een voorlopige voorziening kunnen dwingen Caremark van geneesmiddelen te voorzien. Anders dan bij Geove hebben die groothandels nu echter een sterk argument, zo bleek enkele weken terug bij de presentatie van het jaarverslag van de grootste groothandel, OPG. Caremarkt heeft inmiddels een groothandelsvergunning aangevraagd en gekregen. Nu de zaak er zo voor staat kan van ons moeilijk worden verwacht dat we een toekomstige concurrent in het zadel gaan helpen, aldus het managementsteam van OPG bij die gelegenheid. Zilveren Kruis stelt daarentegen dat Caremarkt weliswaar zo'n vergunning heeft, maar niet de intentie heeft ervan gebruik te maken.

Vraag blijft waarom Caremark met die vergunning niet gewoon als groothandel de eigen apotheek gaat beleveren. “Dat is nooit de bedoeling geweest”, stelt directeur Van den Oever van Zilveren Kruis. “Wij willen gewoon de Koninklijke weg bewandelen en de medicijnen betrekken van de reguliere, bestaande groothandels.”

De eventuele introductie van postorderfamacie, een bekend fenomeen in de Verenigde Staten, is in Nederland op voorhand onderwerp van conflicten. Waren het in eerste instantie vooral de drie zogeheten volgesorteerde groothandels in medicijnen, OPG, Brocacef en Interpharm, die in conflict raakten met initiatiefnemer Linea Pharma, deze zomer gebeurde dat ook met de meest bedreigde groep zelf, die van de apothekers.

“Door problemen met de vergoeding en een te grote belangstelling van verzekerden moet zorgverzekeraar Geové in Velp tijdelijk stoppen met het versturen van medicijnen via de PTT”, luidde in september '94 het bericht. Daarmee was een eind gekomen aan de activiteiten van Linea Pharma, dat de postorderfarmacie voor Geové regelde met gebruikmaking van de diensten van de PTT. Geové begon een jaar eerder een experiment met het versturen van medicijnen per post naar haar verzekerden in de regio Den Haag. Toen de proef begin '94 goed bleek uit te pakken - vooral bij chronische patiënten - is Geové landelijk gaan werken.

De maatschappij werd echter zozeer tegengewerkt dat in juni van dat jaar moest worden uitgeweken naar een apotheker in Antwerpen, die medicijnen voor verzending per post wilde leveren. De drie groothandels weigerden eerder dat jaar nog aan de Amsterdamse apotheker De Krommerdt te leveren, die door Linea Pharma was ingeschakeld om de medicijnen te verpakken en te versturen. De apotheker zou daardoor ook zijn 'reguliere apotheek' moeten sluiten en staakte daarom zijn medewerking aan de postorderfarmacie. Directeur H. Kegel van Geové stelde achteraf dat zijn maatschappij had bewezen dat prijsverlagingen van vijftien tot dertig procent - met uitschieters tot boven 45 procent - mogelijk waren door geneesmiddelen uit België te betrekken. Dat voordeel kwam echter direct ten goede van de kas van de Algemene wet bijzondere ziektekosten. De zorgverzekeraar wees er nog op dat er een forse stijging heeft plaatsgehad van het aantal verzekerden dat via de post medicijnen thuis bezorgd wilde krijgen. “Daarmee gingen de kosten voor Geové onevenredig omhoog in plaats van omlaag”, aldus Kegel. De maatschappij heeft daarom moeten besluiten voorlopig te stoppen met de postorderfarmacie.

Zilveren Kruis is echter geenszins van plan zich uit het veld te laten slaan. “Er zijn nog duizend-en-één mogelijkheden”, aldus Van den Oever en: “is het niet linksom, dan rechtsom”. Wanneer Caremarkt daadwerkelijk medicijnen gaat versturen is echter niet duidelijk. Het wachten is op de hulp van de minister.