Flexiprof is een prima recept voor de universiteit

Zal het ooit nog wat worden met de populariteit van de universiteiten bij publiek en politici? Waarschijnlijk niet, want hun ene produkt - academici - is niet langer schaars, en het andere - onderzoek - spreekt niet aan. In nog wat forsere termen: er zijn teveel doctorandussen, ze zijn te duur, en bruikbare recepten tegen werkloosheid en milieubederf komen ook al niet bij de universiteit vandaan.

In zo'n klimaat kunnen artikelen van university bashers als Rik Smits niet alleen geschreven, maar ook gepubliceerd worden (NRC Handelsblad, 25 september). Hij neemt het voornemen van de Universiteit van Amsterdam om flexiprofs aan te stellen als aanleiding om uit te halen naar het hele wetenschapsbedrijf. Helaas doet hij dat op een manier waarop hij als taalkundige misschien nog wel zou slagen voor een tentamen retorica, maar zeker niet voor argumentatieleer. Als 'improduktieve maar modieuze manager' ben ik natuurlijk niet de aangewezen figuur om hem te bestrijden, maar ik waag toch een poging.

Smits' redenering is: flexiprofs (hoogleraren met een beperkte aanstellingsduur) zijn het verkeerde middel voor de verkeerde kwaal. De echte 'kanker' aan de universiteiten zit hem in de onevenwichtige leeftijdsopbouw van het zittende personeel, dat bovendien in hoge mate ongekwalificeerd is, maar er toch vrolijk met de pet naar kan blijven gooien. Op die manier krijgt nieuw talent geen plaats en rond 2010, als de flierefluitende generatie geboortegolvers afzwaait, begint dezelfde varkenscyclus opnieuw.

Om Smits' onjuiste voorstelling en voorspelling te bestrijden, moeten we even onderscheid maken naar sectoren. Natuurlijk zijn er faculteiten en vakgroepen waar ongepromoveerde of weinig publicerende veertigers en vijftigers op plaatsen zitten die men liever door jong talent vervuld zag. En waar het om krimpende studierichtingen gaat, komt het voor dat vertrekkende geleerden geen open plaats achter laten; die wordt wegbezuinigd. Als tegenvoorbeeld tegen Smits' ongedocumenteerde insinuaties noem ik de Amsterdamse hoogleraar Myceens, die na zijn emeritaat niet alleen blijft publiceren, maar ook college geven. Hij stoot niemand brood uit de mond, en zorgt voor het doorgeven van een traditie die anders in Nederland verdwijnt.

De kennelijk naar het leven getekende 'rampgevallen' van Smits moeten maar eens aan de betrokken Colleges van Bestuur worden onthuld. Dan kunnen niet die gevallen, maar hun bazen - in jargon: overeenstemmingshouders - op hun donder krijgen omdat ze verzuimd hebben, in functioneringsgesprekken afspraken te maken op grond waarvan deze mensen aangepakt (of in het geval van de alcoholist geholpen) kunnen worden.

In mijn omgeving neem ik geen hoger percentage probleemgevallen waar dan ik elders in de maatschappij vermoed. In elk geval geldt bij bedrijfskunde, economie en ruimtelijke wetenschappen de tucht van de (internationale) markt. Het is vrijwel onmogelijk om als niet gepromoveerde onderzoeker een vaste aanstelling te krijgen. Gepromoveerde AIO's zijn in ruime mate universitair docent of postdoc geworden; andere werken met succes in de marktsector of in het buitenland. De eerste ex-AIO van onze onderzoekschool is al professor (vier jaar na zijn promotie). Sommige proefschriften van zijn mede-AIO's zijn in het buitenland bekroond. En ook willen veel buitenlanders graag promovendus of postdoc in Groningen worden.

Wetenschappelijke onderzoekers en docenten zijn net mensen: ze reageren op prikkels. Niet alleen de promovendi, maar ook de vast aangestelde onderzoekers worden periodiek aan visitaties door internationaal samengestelde commissies blootgesteld. En de uitkomsten daarvan hebben consequenties. Niet van het ene jaar op het andere, zoals in Engeland - waar dat weer tot andere knelpunten leidt - maar met enige vertraging.

Nogmaals, ik ontken niet dat er op sommige plaatsen problemen bestaan en het gevaar van een verloren generatie onderzoekers dreigt. En om opnieuw onderscheid naar sectoren te maken: voor Nederlandse economen (evenals voor basketballers) is er een internationaler markt dan voor taalkundigen. Niet alleen Gevers met zijn flexiprofs heeft dat onderkend, maar ook Ritzen met de naar hem genoemde extra leerstoelen voor jong talent. Daarvan valt meer te verwachten dan van het recept van goeroe Smits: “Er moet nu echt iets gebeuren”. Kom op Smits, ga dat aan Van Gaal vertellen. En houd op met het verzieken van het klimaat voor de universiteiten door uitzonderingen als regel voor te stellen.