De (over)bezorgdheid van ouders

Hoe kunnen we onze kinderen beschermen tegen Dutroux-achtige psychopaten?

Op die vraag probeerde Violet Falkenburg samen met een aantal ouders in haar programma Rondom tien een antwoord te vinden.

De paniek bleek hevig te hebben toegeslagen. Een jongetje zei: “Ik kan haast niet meer buiten spelen, anders word je meegenomen.” Een moeder uit Amersfoort bekende dat zij al doodsangsten uitstaat als haar kinderen op klaarlichte dag naar het winkelcentrum gaan. Andere ouders hadden hun kind op het hart gedrukt eerst naar hen toe te komen als een onbekende man snoepjes aanbiedt.

Het is opvallend dat de zaak-Dutroux veel meer emoties oproept dan de zaak-West, het toch minstens zo barbaarse Engelse moordenaarsechtpaar waarover de oudste dochter, Anne Marie, nog onlangs in Netwerk niet kon praten zonder in tranen uit te barsten. Ze bleek uiterlijk op haar vader te lijken, wat veel mensen tot de overtuiging bracht dat ze dan ook wel zo zou zijn. (Als Onze Lieve Heer het eenmaal op je gemunt heeft, maakt Hij er geen half werk van.)

Het is alsof de mensen niet onder ogen willen zien dat het gevaar voor het kind veel meer ligt binnen de nauwe cirkel van familie, kennissen en andere bekenden dan er buiten. Het West-scenario is realistischer dan dat van Dutroux. Er was weliswaar in Rondom tien een deskundige die daarop wees, maar er werd slecht naar hem geluisterd. Misschien omdat we beseffen dat het leven onleefbaar wordt als we in iedere aardige oom of kennis die aanbiedt onze dochter naar de scouting te brengen, een potentiële verkrachter zien. (Ik geef dit voorbeeld omdat ik nog onlangs zo'n geval in de rechtszaal meemaakte.)

De moeder van het vermoorde, 7-jarige meisje Jessica was in de studio een van de nuchterste mensen. Ook zij boog zich over het dilemma dat Violet Falkenburg terecht telkens ter sprake bracht: hoe bescherm je je kinderen zonder ze in een soort kooi te stoppen? Jessica's ouders hebben zich voorgenomen hun andere dochter niet nodeloos ongerust te maken. “Overbezorgdheid van ouders is geen pretje voor het kind”, zei de moeder. Ze had dat zelf als kind ervaren.

Het helpt ook niet, zo bleek uit haar verhaal. Ze had Jessica destijds genoeg gewaarschuwd: niet meegaan met vreemden. Maar een man had haar toch met een eenvoudige truc uit het zwembad gekregen: hij gooide stiekem haar fietssleuteltje weg en bood haar vervolgens een lift aan. “Je kunt ze er niet voor behoeden”, zei de moeder, “zo'n man bouwt eerst vertrouwen op.”

Wat ik in deze uitzending een beetje miste, was de ervaring met oudere kinderen, zeg maar in de leeftijd tussen vijftien en achttien jaar. Voor types als Dutroux zijn dat juist de interessantste prooien. Als ik uit mijn eigen beperkte ervaring als vader van twee dochters mag putten: ook op oudere leeftijd blijven kinderen zich, alle waarschuwingen ten spijt, in risicovolle situaties begeven. Ze willen van het leven genieten - gelijk hebben ze trouwens - en ze zijn niet van plan zich daarvan te laten weerhouden door allerlei wijze, ouderlijke raadgevingen. Daar zul je je als ouder bij moeten neerleggen, of je het nu leuk vindt of niet.

Zó is nu eenmaal de rolverdeling: het kind amuseert zich (of niet), de ouder wacht op het knarsen van de sleutel in het slot. Hooguit mag hij antwoord geven op de verbaasde vraag: “Je bent toch niet voor mij opgebleven?”

P.S. Vorige week besprak ik in deze rubriek de documentaire Sneeuwwitje van Jelka Anhalt over drugsverslaving. Uit de aftiteling had ik begrepen dat Poldi, een van de drie (ex)verslaafden, met het aidsvirus was besmet. Dat blijkt onjuist. Het gaat goed met Poldi. Zij is inmiddels getrouwd en heeft een kerngezonde dochter.