Conflict in omstreden Helms-Burtonwet dreigt te escaleren; Hard signaal EU aan Washington

LUXEMBURG, 2 OKT. Met het besluit om de Verenigde Staten voor de Wereldhandelsorganisatie WTO te dagen heeft de Europese Unie gisteren een hard politiek signaal gegeven aan Washington. Het besluit, dat werd genomen door de Europese ministers van buitenlandse zaken, is een reactie op de Amerikaanse Helms-Burtonwet die beoogt buitenlandse bedrijven te straffen die zaken doen op Cuba - met name de ondernemingen die geld verdienen aan bezittingen die na de revolutie in 1959 werden onteigend.

De laatste weken leek het erop dat de Europese Unie het meningsverschil met de Verenigde Staten over de Amerikaanse anti-Cuba wetgeving niet wilde verscherpen tot na de Amerikaanse verkiezingen op 5 november. Verklaringen van onder meer voorzitter Santer van de Europese Commissie wezen in die richting. Met het besluit van gisteren om nu al een klacht in te dienen bij de WTO, dreigt het transatlantische conflict toch te escaleren.

De Europese ministers namen hun besluit, nadat een ronde consultaties met Amerikaanse functionarissen geen bevredigend resultaat opleverde. “We hadden geen reden meer om actie uit te stellen wegens de Amerikaanse verkiezingen”, verklaarde gisteren Europees Commissaris Sir Leon Brittan, verantwoordelijk voor buitenlandse handel. “Het besluit laat de hele wereld zien dat Europa de mogelijkheid en de politieke wil heeft zichzelf te verdedigen en dat ze dat ook doet.”

Volgens de half juli aangenomen Helms-Burtonwet, een aanscherping van het Amerikaanse handelsembargo tegen Cuba, kunnen buitenlandse bedrijven worden gestraft die belangen hebben in ondernemingen die zijn onteigend na de Cubaanse revolutie. Met name de extraterritoriale werking van de wetgeving is voor de Europese Unie niet acceptabel. Een panel van de WTO zal zich uitspreken over de juridische geldigheid van de Helms-Burton wetgeving. De uitspraak, die unaniem moet zijn, is bindend. Het betekent tegelijkertijd een test voor de politieke en juridische bevoegdheid van de wereldhandelsorganisatie.

De Europese ministers gaven gisteren ook opdracht aan hun ambassadeurs bij de Unie om de discussie af te ronden over voorgenomen Europese anti-boycot wetgeving. De Europese Commissie heeft in juli wetgeving voorbereid die bepaalt dat Europese bedrijven en individuen zich niet mogen plooien naar de extraterritoriale werking van de Helms-Burtonwet. Het zou lidstaten voorts worden verboden rechtelijke uitspraken te erkennen, die een Europees bedrijf veroordelen voor handel met Cuba. Bovendien zouden bedrijven die in de Verenigde Staten worden veroordeeld tot schadevergoeding, deze via Europese rechters kunnen terugvorderen. Een obstakel voor de anti-boycotwetgeving vormt echter de juridische grondslag, die nu verder moet worden uitgewerkt. Naar verwachting zal de Europese wetgeving over twee weken, of uiterlijk op de volgende bijeenkomst van de Europese ministers van buitenlandse zaken op 28 oktober, rond zijn.

Toch zullen de gisteren voorgenomen maatregelen pas na de Amerikaanse verkiezingen in werking treden. De Europese Unie legt het geschil op 16 oktober voor aan de WTO. De Verenigde Staten kan daarop een maand uitstel vragen - wat naar verwachting ook zal gebeuren, zodat de behandeling van de klacht over de presidentsverkiezingen wordt heen getild. Ook de Europese anti-boycotwetgeving zal pas op zijn vroegst begin volgend jaar worden toegepast. De Verenigde Staten hebben namelijk zelf het artikel van de Helms Burtonwet dat Amerikaanse burgers en ondernemingen in staat stelt in een civiele procedure schadevergoeding te eisen voor hun voormalige bezittingen op Cuba, in juli met zes maanden opgeschort.

Omdat de Verenigde Staten niet eerder dan in februari volgend jaar de gewraakte wetgeving zal toepassen, zullen ook tegenmaatregelen niet eerder genomen worden. De maatregelen die de Europese Unie nu voorbereidt moeten, in de woorden van een diplomaat, vooral gezien worden als “afschrikwekkend”.