Belangrijk vuil

Een van de vaste dingen in mijn ouderlijk huis was - en is trouwens nog steeds - de verontwaardiging van mijn vader over de plannen van de gemeente. Steevast was die weer iets ergs van plan, iets wat de schoonheid en het karakter van de stad (Amsterdam) voorgoed zou aantasten en waartegen dus ten strijde moest worden getrokken. Ik vond dat mooi en belangrijk, later soms ook wat overdreven: die stad was niet van porselein en soms was iets nieuws zelfs wel mooi.

Ik nam me voor me anders te gedragen. Tot ik laatst een bericht in het Amsterdams Stadsblad Zuid las en dezelfde verontwaardiging in me voelde opstijgen. Waarschijnlijk riep ik ook dezelfde dingen: zijn ze nou helemaal gek geworden! Dat zijn ze.

“Zuid betaalt tekort uit sport, onderwijs en kinderopvang”, luidt de kop, en ook bij nadere lezing valt het bericht niet mee. Het bestuur van stadsdeel Zuid wil het structurele begrotingstekort wegwerken door bezuinigingen op de kinderopvang, het basisonderwijs en de sportvoorzieningen. En dan gaat het over schooltuinen, schoolzwemmen, extra vakleerkrachten voor de basisschool, de tarieven voor sportvelden. In de concept-begroting staat ook in welke projecten Zuid de komende jaren geld zal steken, en dat is onder meer in een onderzoek naar ondergrondse vuilinzameling.

Waarom moeten er voortdurend dingen veranderen die goed gaan? Waarom moet op de universiteit elk jaar alles weer omgegooid worden? Waarom moeten pleinen als het Museumplein die gewoon goed van zichzelf zijn volledig heringericht worden? Waarom mogen vuilniszakken niet gewoon aan de rand van de stoep gezet worden? Ik kan het mijn kinderen niet uitleggen, maar ook mezelf niet. En het ergst van al: daar gaat dus het geld heen dat voorheen bestemd was voor onderwijs, sport en kinderopvang, kortom de dingen waarvan iedereen zegt dat ze zo vreselijk belangrijk zijn. Hele debatten worden georganiseerd over de jeugd en de zorgelijke staat waarin zij zou verkeren, goede kinderopvang wordt onmisbaar gevonden, het belang van kleine klassen voor de schoolprestaties van kinderen is laatst weer eens duidelijk aangetoond, maar stadsdeel Zuid besteedt het geld liever aan de ordelijke afvoer van het huisvuil. Komt die informatie dan in een andere bak terecht, zoals de discussie over de zorgelijke staat van de jeugd vaak blijft hangen bij 'moraal' en nauwelijks gaat over werkloosheid, omdat dat 'economie' heet en 'jeugdzaken' een andere afdeling is?

Wie niet in de jeugd 'investeert', om dat platte woord maar eens te gebruiken, verspeelt zijn kapitaal, zou de eerste les moeten zijn van elk gemeentebestuur. En dan gaat het niet om een klimrekje hier of daar, maar om basale zaken als onderwijs en sport.

Over het belang van onderwijs is iedereen het eens, of het nou onder de noemer valt van vorming & ontplooiing of van toegangspapieren voor de arbeidsmarkt. Niemand kan meer zonder diploma's, en iedere ouder wordt zenuwachtig als de kinderen er op school met de pet naar gooien. Er staat dan ook veel op het spel: hier worden de kaarten geschud voor de toekomst. Wie nu de betere kaarten heeft vergroot zijn voorsprong, en wie nu niet mee kan komen komt nergens meer.

En dan dat sporten. Al ben ik zo ongeveer anti-sport opgevoed, met een zeldzaam onbegrip voor voetbal, zo langzamerhand begrijp ik dat sport niet alleen goed is voor het lichaam maar voor veel meer. Kinderen leren daar veel van wat ze later goed van pas komt, zoals samenwerken en wedijveren, winnen en verliezen, en dat zonder elkaar de hersens in te slaan. Ze leren daar vaardigheden en houdingen die meetellen nu je er met een diploma alleen vaak niet meer komt. En leren zwemmen heeft natuurlijk overlevingswaarde.

Mocht dit allemaal geen indruk maken en besturen alleen gevoelig blijken voor more and bigger, dan moeten schooltuinen het laatste zijn wat ze eruitgooien. Nooit zag ik zulke grote bieten en uien en zulke gigantische courgettes als uit mijn zoons schooltuin. Griezelig en toch smakelijk, een onbetaalbare ervaring.