'Als ik dreigde te verliezen reed ik iemand in de hekken'

De Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, de groene trui in de Tour de France. Eric Vanderaerden (34) kan tevreden terugblikken op een lange wielerloopbaan.

LUMMEN, 2 OKT. Eric Vanderaerden stond bekend als een kamikazepiloot. In de sprint ging hij voor niemand opzij. “Er mag tegenwoordig niet zo veel meer. Als ik voelde dat ik ging verliezen en er kwam er één voorbij, dan reed ik hem in de dranghekken. Dat kón ik niet laten. Als ik hem op een andere manier kon tegenhouden, dan deed ik dat. Vroeger kon je van links naar rechts gaan. De deur dicht doen was toen normaal, maar tegenwoordig zijn ze veel strenger. Het avontuur gaat zo een beetje van de sprint af.”

Ruim twee weken geleden reed Vanderaerden zijn laatste kilometers in Parijs-Brussel. Bijna geruisloos is de blonde Limburger, prof sinds 1983, overgestapt van de wielrennerij naar het onderwijs. Op een sportschool in Neerpelt geeft hij twee middagen per week praktijk aan de jongere generatie.

In zijn eerste Tour de France liet Vanderaerden zich meteen gelden: hij won de proloog en mocht als neo-prof twee dagen de gele trui aantrekken. De specialist in de korte tijdrit en de sprint had eerder dat jaar naam gemaakt in de Ronde van Spanje, die destijds in het voorjaar werd verreden. Tweemaal won hij de massasprint. “Beide keren klopte ik wereldkampioen Saronni”, memoreert hij trots, thuis op de bank in Lummen.

Na de Vuelta van 1983 wilden enkele Spaanse ploegen hem inlijven. “Ik kon er meteen tekenen, ze hadden daar zelf geen sprinters. Ik kon er een woning krijgen en een verviervoudiging van mijn salaris. Maar ik kon dat niet. Ik moest gewoon thuis zijn.” Het buitenlandse avontuur kwam te vroeg voor de 21-jarige Vanderaerden, die toen al een jaar getrouwd was. Met een viervoud van zijn inkomen zou hij in Spanje twee ton hebben verdiend.

Zijn toekomst lag dichter bij huis; in Nederland, waar hij als elfjarig ventje zijn eerste wielerwedstrijden reed. Als kind reisde hij naar Noord-Brabant, waar zijn vader bij de veteranen koerste. “Op een keer was er een voorwedstrijd voor die mannekes en toen was ik verloren.”

Ploegleider Peter Post bood hem tien jaar later een voorname plaats in de Panasonic-formatie. Aanvankelijk werd Vanderaerden gezien als de nieuwe Merckx. “Een Belg die goed rijdt, wordt meteen vergeleken met Merckx”, relativeert hij. Renners als Vanderaerden worden er bijna niet meer gemaakt, zegt Post. In de zes jaar dat de Belg in zijn dienst reed, vierde de renner zijn grootste successen, samen met zijn landgenoot Eddy Planckaert en de Australiër Phil Anderson.

Post: “Eric was onze spits. We hebben een geweldige periode met hem doorgemaakt. Een klasserenner die het lang heeft volgehouden. Hij was nooit te beroerd om te werken. Hij was een van de laatste Belgische renners die buitengewone kwaliteiten hadden, net als Johan Museeuw.”

Bij Panasonic was Gert-Jan Theunisse drie jaar lang zijn ploeggenoot. In zijn biografie De fiets, de fiets en verder niets vertelt de Brabander over de belevenissen buiten werktijd. “Lachen, gieren, brullen was het met Vanderaerden en Planckaert. Ze staken hotelkamers in brand, haalden er de deuren uit de hengsels, zetten die in de lift of gingen met auto's scheuren. Altijd waren ze bezig, altijd mekaar opnaaien. Soms ging het me te ver. We hadden schadeposten van duizenden guldens en daar moesten we allemaal aan meebetalen. Het prijzengeld ging er aan op.”

Vanderaerden ontkent: “Er is nooit een ander voor opgedraaid, we hebben dat zelf betaald.” Hij weerlegt ook de beschuldiging van brandstichting. “Als je een paar jaar gestopt bent, is het gemakkelijk afgeven op een ex-collega.”

Bij Jan Raas fietste Vanderaerden van 1990 tot en met 1993, eerst drie seizoenen voor Buckler, ten slotte voor WordPerfect. Wangedrag, zoals het heette, werd hem daar fataal. Hij werd samen met zijn ploeggenoten Zuiderwijk en Kokkelkoren door het bedrijf ontslagen. “Tja, wat is wangedrag? Raas heeft ons niet ontslagen, dat is van hogerhand gekomen. Zoetemelk was toen ploegleider en heeft de sponsor geïnformeerd. En een bepaalde verzorger die er bij was. Zij hebben gezegd: ze hebben dat en dat gedaan in de wagen. Maar wie zit er niet met een Playboy of een Penthouse in de wagen. Vier of vijf jongemannen onder mekaar.

Van hogerhand zeiden ze: je kunt toch niet in de file door Parijs rijden en seksbladen lezen in een wagen waar één of twee meter groot publiciteit van WordPerfect op staat? Wat moet je dan antwoorden? Dat kan inderdaad niet, dus dan houdt het op.''

Post over de kwajongensstreken van Vanderaerden: “Hij wist hoe ver hij kon gaan. Er zat leven in, ik vond dat wel plezierig. Er stond namelijk veel tegenover: hij reed altijd, was nooit ziek en als hij ziek was, reed hij gewoon.”

Bij Raas waren zijn prestaties geleidelijk minder geworden. Hij sleet zijn nadagen in Italië, de formatie van transportbedrijf Palmans was zijn eindstation. Hij kon het niet opbrengen het seizoen af te maken. “De uitslagen waren mooi af en toe, maar ze kwamen te weinig.”

Hoewel Vanderaerden klassiekers als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix won, bewaart hij bijzondere herinneringen aan zijn sprintzege op de Champs Elysées, in de Tour de France van 1984. “Als je bekijkt dat renners van mijn kwaliteit zelden nog Parijs halen. En dan nog kunnen winnen op de Champs Elysées!”

De afgelopen weken fietste hij alleen maar naar het voetbalveld, en terug, om de verrichtingen van zijn negenjarige zoon Michael te aanschouwen. Junior bouwt ook al een aardige reputatie op als wielrenner. Niet in België, waar jongeren pas vanaf 12 jaar een licentie krijgen, maar in Nederland. Michael wil graag beroepsrenner worden, maar hij wordt niet gestimuleerd door zijn vader. “Als het erin zit, komt het er ook wel uit. Hij heeft er dit jaar vijftien gereden en twee niet gewonnen.”

Naast twee middagen wieleronderwijs resteert Vanderaerden een zee aan vrije tijd. Hij frequenteert de lederzaak waarvan hij met zijn vrouw al vele jaren eigenaar is. En het gezin trekt er regelmatig met de camper op uit.

Ook thuis heeft hij genoeg om handen. “Ik heb een vriend die de tuin doet. Ik heb een akkoord met hem gemaakt: hij maait alleen het gras aan de voorkant van het huis, ik doe de achterkant.”