Alberda wil zich niet laven aan olympisch goud

DEN BOSCH, 2 OKT. Zijn besluit om te stoppen heeft niets te maken met het goud van Atlanta. Joop Alberda had al voor de Olympische Spelen besloten niet verder te gaan als bondscoach van het mannenvolleybalteam. Zijn gedachte was na het succesvolle toernooi alleen maar versterkt. “Juist ik moest wegwezen”, concludeerde Alberda. “Ik ben geen coach die zich nadrukkelijk aan het succes laaft.”

De scheidende coach ziet er een stuk beter uit dan twee maanden geleden. Toen Alberda zichzelf op beelden van Atlanta terugzag, schrok hij. “Jezus, die is diep gegaan! Maar de spelers waren kapot, dood, dus ik ook. Ik hoefde aan het einde toch niets over te hebben?”

Alberda, sinds begin 1993 bondscoach, moet nog op vakantie. “Ik ben al die jaren zo'n zestien uur per dag met volleybal bezig geweest. Dan loste zelf een maand vakantie niets op, zo diep zat je erin. Ik was altijd maar bezig met die gouden medaille, met de ploeg. Na Atlanta hoefde ineens even niets meer. Dat was best wennen.”

Bij de lezingen die hij als olympisch kampioen voor het bedrijfsleven gaf, kon hij, zoals hij zegt, alles lekker van zich afpraten. Het was een zeer woelige periode bij het Nederlands team. Zo dreigde na Alberda's eerste grote titeltoernooi als coach, het EK van 1993, alles in elkaar te storten omdat er geen geld meer was. “Ik vroeg me in die tijd af waaraan ik eigenlijk stond te trekken. Het leek wel een dood paard”, blikt Alberda terug.

Een maand voor de Olympische Spelen lukte het tijdens de eindronde van de World League om voor het eerst een finale van plaaggeest Italië te winnen. Alberda noemt het achteraf “strategisch cruciaal” dat dat toernooi in Nederland werd gespeeld. “We wisten dat we thuis een goede kans maakten om eindelijk eens van Italië te winnen. Vooral omdat de Italianen niet zo nodig hoefden.” Die zege in Rotterdam was, zo oordeelde Alberda, belangrijk met het oog op de Olympische Spelen. “Er ontstond een winnend beeld in de koppen van de spelers.”

De afgetekende groepsnederlaag tegen Italië in Atlanta kon de pret niet drukken. Alberda verzekerde zijn spelers dat een verliezende ploeg wel vaker revanche had genomen in de finale op dezelfde tegenstander. “De laatste dagen voor de finale hoorde ik de spelers er op de gang over praten. Weet je nog van Polen? En van Arie Selinger met de Amerikanen tegen China? Dat zijn allemaal ankertjes.”

Alberda zegt dat ten onrechte de indruk wordt gewekt dat de banen voor hem voor het oprapen liggen. “De wereld ligt aan mijn voeten. Maar waar dan? Ik heb nog van niemand een blanco cheque gekregen.” De mogelijkheid om weer aan de slag te gaan bij de universiteit van Groningen, waar hij al drie jaar onbetaald verlof heeft, is momenteel de meest concrete. “Maar”, bekent hij, “als het even kan, wil ik in het volleybal blijven.”. De stichting Top Volleybal Nederland wil Alberda graag behouden in een andere functie. De vraag is alleen of de financiën er zijn om Alberda te kunnen inlijven.

“Het lijkt me voor nu niet verstandig om coach te blijven”, zegt Alberda. Hij beseft dat elke nieuwe werkgever minder niveau en beleving heeft dan het nationale team. “Als ik ook nu nog een aanbod zou krijgen, dan is het van een clubteam in de problemen. En ik ben niet zo'n troubleshooter.” Alberda sluit niet uit dat hij later terugkeert als bondscoach. “Kijk eens naar Jan Posthuma. Die nam twee jaar geleden afscheid, maar hij won in Atlanta wel een gouden medaille.”

Komende vrijdag gaat hij op vakantie naar Italië, maar de keuze van de bestemming heeft niets te maken met een eventuele nieuwe baan. Hij ontmoet er wel de Italiaans bondscoach Julio Velasco, een persoonlijke vriend. Samen zullen ze een competitiewedstrijd bezoeken. Dus toch weer volleybal. “Ach, Modena is vlak bij waar we zitten.”

Zou Alberda niet Velasco's opvolger willen worden? “Mijn zoon zou het toejuichen. Die houdt niet aardappels en wel van pasta”, zegt hij lachend. “Maar nee, de Italianen zullen voor hun nationale ploeg altijd iemand uit eigen land nemen.” Hij vindt ook dat het Nederlandse team door een Nederlander moet worden getraind. “Want het gaat niet puur om het volleybal, maar ook om de emotie.”

Het zal wel eens lastig kunnen worden om een geschikte opvolger te vinden. Alberda: “Vier jaar geleden was het ook lastig en toen hebben ze iemand uit Friesland gehaald.”

Volleybalcoach sluit rentree op termijn niet uit