Advies: scheiden kan buiten rechter omHuwelijksontbinding zonder rechter

ROTTERDAM, 2 OKT. Echtscheiding moet mogelijk worden buiten de rechter om. Daarnaast moeten de bestaande echtscheidingsprocedures worden gehandhaafd. Dit stelt een commissie onder leiding van oud-minister prof. dr. J. de Ruiter in het rapport 'Anders scheiden', dat vandaag wordt aangeboden aan staatssecretaris Schmitz (Justitie).

Nu is het nog zo dat de rechter altijd uiteindelijk de scheiding uitspreekt, ook al zijn de scheidende partijen het eens en hebben zij hun afspraken vastgelegd in een door beiden ondertekend convenant. De commissie meent dat in die gevallen kan worden volstaan met een verklaring van een advocaat of notaris dat een convenant tot stand gekomen is. Inschakeling van een advocaat of notaris moet volgens de commissie dan wel verplicht worden gesteld om een correcte gang van zaken te waarborgen. Het aantal echtscheidingen in Nederland bedraagt ongeveer 38.000 per jaar.

De commissie-De Ruiter werd in november ingesteld door staatssecretaris Schmitz met de opdracht aanbevelingen te doen voor bevordering van scheidings- en omgangsbemiddeling en verbetering van de bestaande echtscheidingsprocedure. Volgens de commissie is de huidige gerechtelijke procedure efficiënt. Zij ziet geen mogelijkheden deze verder te vereenvoudigen. De buitengerechtelijke procedure is bedoeld als aanvulling.

Wel kan de kwaliteit van de echtscheiding volgens de commissie worden verbeterd. Zij doet een aantal voorstellen die tot doel hebben “het bereiken van zoveel mogelijk duurzame overeenstemming tussen partijen”. De advocaat of notaris kan daartoe eventueel optreden als bemiddelaar, die de scheidenden begeleidt in het oplossen van conflicten die een goede regeling in de weg staan. Ook een rechter in de rechtszaal moet volgens de commissie deze rol op zich kunnen nemen.

Bemiddeling kan volgens de commissie eveneens een rol spelen bij het treffen van een omgangsregeling voor kind of kinderen. De commissie stelt voor de rechter de mogelijkheid te geven ouders te verplichten tot onderling overleg onder leiding van een 'omgangsbemiddelaar'. “Daarmee kan worden getracht te voorkomen dat kinderen de inzet worden van slepende procedures (..).” Ook stelt de commissie dat de advocaat of notaris “er borg voor dient te staan” dat minderjarige kinderen van twaalf jaar of ouder hun mening over de omgangsregeling kunnen geven, en in staat zijn eventueel daartegen te protesteren bij de rechter.