'Westen moet misdadigers oppakken'

Vandaag begint de Canadese juriste Louise Arbour als aanklager bij de VN-tribunalen voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië en Rwanda. Een kennismaking.

DEN HAAG, 1 OKT. Ze wil al haar beschikbare kennis en ervaring aanwenden om de tribunalen voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië en Rwanda verder te helpen, maar hoe precies weet ze nog niet. “Ik denk daar nog steeds over na”, zegt Louise Arbour, die vandaag de Zuidafrikaan Richard Goldstone opvolgt als aanklager bij beide tribunalen van de Verenigde Naties. “In elk geval wil ik trachten de onverschilligheid te doorbreken in de internationale gemeenschap over oorlogsmisdaden. Een kleine, lokale gemeenschap schaart zich als één man achter het slachtoffer wanneer een misdrijf is begaan en dwingt daarmee berechting af. In de internationale gemeenschap ligt dat heel anders.”

Arbour was “blij verrast” toen zij vorig jaar door Goldstone werd benaderd met de vraag of ze zijn baan wilde overnemen. De 49-jarige Canadese juriste kende Goldstone van zijn werk in de Zuidafrikaanse 'waarheidscommissies' en ontmoette hem voor het eerst in 1990 op een conferentie in Zuid-Afrika. Ze bleken veel met elkaar gemeen te hebben. Beiden hadden naam gemaakt op het gebied van mensenrechten, beiden gingen in tegen de heersende richtingen in het recht. Goldstone dacht naar eigen zeggen meteen aan Arbour toen het moment was gekomen de VN de naam van een potentiële opvolger te noemen. Behalve haar achtergrond op het gebied van burger- en mensenrechten, had Arbour veel ervaring in het strafrecht, onder meer als rechter bij het hooggerechtshof van Ontario. Bovendien spreekt ze naast Engels vloeiend Frans, een vereiste in het tribunaal voor Rwanda, waar alle processen in die taal worden gevoerd. Arbour werd in februari van dit jaar zonder enige bezwaren door de Veiligheidsraad van de VN aangesteld.

Het grootste probleem dat Arbour aantreft in Den Haag, is het gebrek aan medewerking van de staten die de oorlogsmisdadigers in voormalig Joegoslavië “in bescherming nemen”. “De vraag is hoe lang het nog getolereerd wordt”, zegt Arbour. “Ik zal elke gelegenheid aangrijpen verandering te brengen in de heersende opvattingen en situaties, bijvoorbeeld bij het vaststellen van een mandaat voor een vervolgmacht in Bosnië na de vredesmacht IFOR. Ik zal er op aandringen dat daarin komt te staan dat een meer actieve houding ten opzichte van oorlogsmisdadigers wordt aangenomen. Verder zal ik ervoor pleiten de druk op de landen die oorlogsmisdadigers niet uitleveren op te voeren. Dat hoeft niet altijd tot meer sancties te leiden. Ander gedrag kan ook beloond worden, met internationale erkenning en zetels bij belangrijke organen en instituten bijvoorbeeld.”

Staten gedragen zich volgens Arbour net als individuen en streven in eerste instantie hun eigenbelang na. Zoals op dit moment bepaalde landen het als hun eigenbelang beschouwen om oorlogsmisdadigers niet uit te leveren, is het in het eigenbelang van het Westen niet actief oorlogsmisdadigers op te pakken. “Dat moet veranderen, maar ik stel geen limieten. Ik ga niet zeggen: binnen acht maanden moeten de belangrijkste misdadigers hier in Den Haag zijn anders stap ik op. Dat heeft geen zin. Bovendien kan het nog acht maanden duren voordat zich de gelegenheid voordoet om in actie te komen.”

Arbour gaat het noemen van de namen Karadzic en Mladic uit de weg. Voor haar zijn alle misdaden belangrijk, alle verdachten moeten berecht worden. “Dat de meest beruchte verdachten nog niet gearresteerd zijn, is niet het thema van dit moment. Ook voor hen veranderen de omstandigheden. Politieke smaken veranderen en dat zullen ze ongetwijfeld merken.” Arbour zegt op termijn meer aandacht te willen geven aan een vloeiende procesgang van de verdachten, wanneer die eenmaal in groteren getale dan op dit moment naar Den Haag komen. “Op dit moment is de bezetting van het bureau van de aanklager optimaal. Alle zaken kunnen zonder grote problemen wat betreft tijd en menskracht afgehandeld worden. Maar wanneer straks de cellen vol zitten wordt het anders. Iedere verdachte heeft het recht niet al te lang in hechtenis te hoeven blijven wachten op zijn rechtszaak.”

Arbour doet geen uitspraak over mogelijk nieuwe aanklachten. “We zullen onderzoek blijven doen naar de ernstigste misdrijven en naar de personen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Niemand zal worden aangeklaagd als wij de bewijsvoering niet rond krijgen. Het statuut van het tribunaal verplicht ons daartoe.”