Vuilniszakken die niet buiten mochten

Dan laat ik het voorkomen! Het is een veelgehoorde noodkreet van de burger, gekweld door vermeend onrecht, vooral wanneer hem dat door de overheid is aangedaan. Hij laat niet over zich lopen, er moet maar eens paal en perk worden gesteld aan de botte willekeur. We leven toch in een vrij land?

Het schikkingsvoorstel - de transactie - van politie of justitie wordt hautain afgewezen. De hufters. Het wordt tijd dat ze een koekje van eigen deeg krijgen. Waar hebben we anders rechters voor?

Men neemt zich voor met opgestoken zeil het gerechtsgebouw binnen te varen. Alleen, er zijn inmiddels maanden, misschien wel een jaar, verstreken als de rechtszitting plaatsvindt. De wind in het opgewonden gemoed is meestal aanzienlijk afgenomen. Waar maak ik me eigenlijk druk over? Kan ik mijn tijd niet beter besteden? Funeste vragen voor de ooit zo opstandige geest.

De afgelopen weken stonden voor de Amsterdamse politierechter burgers terecht, die hun vuilnis op de verkeerde dag hadden buitengezet. Door een wetswijziging worden dergelijke delicten sinds kort in heel Nederland niet meer door de kantonrechter, maar door de economische politierechter behandeld. Daar sta je dan opeens als 'verdachte' voor een publieke tribune en tegenover een rechter die tegen je zegt: “Wat hebt u te zeggen op deze beschuldiging?” Je hebt immers, meestal zonder het goed te beseffen, anderhalf jaar geleden artikel 2 van de afvalstoffenverordening van de gemeente overtreden.

Veel gedagvaarde mensen zijn op de twee recente 'vuilniszittingen' niet komen opdagen, maar de uit Engeland afkomstige meneer Hughes is er wél. We kunnen hem zonder reserve tot de harde kern van het burgerlijke verzet rekenen.

“Ik voel me slecht behandeld”, zegt hij. “Ik vind dat ik een waarschuwing had moet krijgen en niet meteen een boete.”

“U had de zaak kunnen afkopen door honderd gulden te betalen”, zegt de rechter, mevrouw mr. H. Buyne.

“Dat vind ik veel te veel voor zo'n vergissing. Daarom ben ik hier. Het geeft me een slecht gevoel, de behandeling zint me niet, het lijkt wel een soort geheime dienst-toestand.”

“Ik vind het niet zo slecht”, zegt de officier van justitie, mr. A. Fransen. “De bevolking wordt goed voorgelicht over de dagen waarop het vuilnis wordt ingezameld. Het openbaar ministerie heeft een vast transactiebedrag: honderd gulden. Tegen wie niet betaalt, vraag ik op de zitting in beginsel honderdtwintig gulden of twee dagen hechtenis. In uw geval zal ik het op honderd gulden of twee dagen houden.” (Deze bedragen zijn inmiddels licht verhoogd, maar verdachten als Hughes vallen nog onder de oude tarieven.)

“Heeft u het standpunt van de officier begrepen?” vraagt de rechter.

“Jawel, en ik ben ook niet de enige die ze lastigvallen over een vuilniszak uit maart 1995. Uit een artikel in de stadskrant begrijp ik dat het veel vaker gebeurt. Maar ik vind honderd gulden gewoon te veel. De gemeente had mij helemaal niet gemeld dat de ophaaldagen veranderd waren.”

“Ik hoor zelden dat men een boete te laag vindt”, zegt de rechter. “Maar u moet even goed luisteren. U zegt: ik heb me vergist, het was geen opzet. Maar dat is juridisch nog geen reden om u te ontslaan van uw verplichting. Ik zie geen reden om af te wijken van het standaardbedrag: honderd gulden. U heeft veertien dagen om bij de Hoge Raad in cassatie te gaan.”

De Hoge Raad! Daar moet ook Hughes even van slikken. Hij zegt niet of hij deze laatste, dramatische stap zal zetten, maar hij volhardt in ieder geval grimmig in zijn ongenoegen. Terwijl hij wegloopt, zegt hij: “Zoals ik al zei, het was meer de Russische behandeling die me stoorde.”

Waarom geen waarschuwing, voorafgaand aan de boete? Bijna alle verdachten stellen die vraag. De rechters voelen zich niet erg geroepen haar te beantwoorden, maar mevrouw Buyne zegt ten slotte toch tegen een verdachte: “Er bestaat kennelijk een misverstand. Er staat nergens in de wet dat het openbaar ministerie in zo'n geval een waarschuwing zou moeten geven.”

“Ik vind het onrechtvaardig”, reageert een Turkse studente, “je moet minstens één kans krijgen. Ik ben nota bene heel milieubewust en dan maak ik één fout en dan word ik al gepakt. De mensen zeggen tegen mij: jij was stom, je had nooit papieren met je adres in die zak moeten doen. Maar waarom zou ik stiekem zijn? Ik heb die zak per ongeluk buitengezet, omdat ik druk bezig was met mijn afstudeerproject. Ik vind het niet erg om honderd gulden te betalen voor het milieu...”

“Maar daar gaat het nu juist om”, zegt de rechter.

“Dit zijn onze standaardbedragen”, zegt de officier, “in buitenlandse steden vraagt men een veelvoud.”

“Ik vind het geen stimulerende aanpak”, blijft het meisje mokken, “omdat je op een onrechtvaardige manier wordt bestraft.”

Enkele dagen later. Dezelfde officier, een andere rechter: mr. W. van den Bergh. Hij krijgt meteen te maken met een weerbarstige meneer die zich op niets minder dan een noodsituatie beroept. Hij ging met vakantie en daarom moest hij zijn vuilnis wel eerder aan de straat zetten. Familie had hij niet in de buurt en met de buren was er geen contact - dit is iets wat je veel verdachten hoort zeggen. “Ik woon aan een galerij”, zegt de man, “als ik het daar neerzet, gaan de katten en honden ermee lopen.”

“Ik ben het niet met u eens”, zegt de rechter. “Er waren alternatieven. Als niemand het voor je kan doen, kun je het vuil zelf wegbrengen naar de reinigingsdienst.”

“Ik wist niet dat dat kon. Kunt u me niet voorwaardelijk veroordelen?”

“Dat vind ik in uw geval niet nodig.”

“Is dit de manier om Amsterdam schoon te krijgen?” vraagt de man. Hij krijgt de volle boete: 120 gulden of twee dagen hechtenis. Ook de mensen die bij verstek worden veroordeeld, krijgen deze boete.

Eén mevrouw verdedigt zich per brief. Zij kan aantonen dat haar huiseigenares de schuld op zich neemt van het buitenzetten van het vuilnis op de verkeerde dag. “Interessant”, meent de officier, “maar je bent in beginsel verantwoordelijk voor je eigen huisvuil. Anders komt iedereen met het verweer: niet ik, maar iemand anders heeft het gedaan.”

De rechter aarzelt. “En als een ander het voor jou doet, zonder dat je het weet? Moet je dan voor iedereen je huis afsluiten?”

De officier is onvermurwbaar: “Je kunt het voor je vakantie beter zelf aanbieden, want je loopt het risico dat een ander fouten maakt waarvoor jij verantwoordelijk bent.”

De rechter neust nog eens in de papieren. “Ik ga door de bocht”, zegt hij, “want ik zie nu dat ze samenleefde met die huiseigenares, en ik mag dus aannemen dat het niet helemaal buiten mevrouw is omgegaan.”

Dat wordt weer 120 gulden boete of twee dagen hechtenis.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.