Verziekte inkomenspolitiek

De administratieafdeling van de ziekenfondsen maakt op het ogenblik overuren. Aan wijzigingen van de boekhouding en de ontwikkeling van nieuwe software wordt dezer dagen landelijk voor liefst veertig miljoen gulden verspijkerd. Dat is onvermijdelijk, nu ziekenfondsklanten met ingang van het komend jaar een eigen bijdrage gaan betalen, elke keer dat zij een beroep op de gezondheidszorg doen. Het 'remgeld' bedraagt twintig procent van het bedrag op de rekening van de apotheek en acht gulden voor elke dag dat iemand in het ziekenhuis ligt.

Voor het systeem van op zichzelf bescheiden eigen bijdragen is - hoofdzakelijk op inkomenspolitieke gronden - een buitengewoon omslachtige opzet gekozen. Tegenover een geraamde vermindering van het zorggebruik met iets meer dan honderd miljoen gulden staan blijvend hogere uitvoeringskosten van de ziekenfondsen van zestig miljoen per jaar. Per saldo dalen de zorgkosten door de op handen zijnde maatregel dus met slechts vijftig miljoen gulden, wat overeenkomt met 0,08 procent van het totale zorgbudget van meer dan 63 miljard gulden.

Waarschijnlijk zou een eigen betaling van een tientje bij elk bezoek aan de huisarts de sterkste rem op de zorgconsumptie zetten. Politiek is deze optie onbespreekbaar. Beleidsmakers in Den Haag zien de wachtkamer van de huisarts als een inloophuis zonder drempel. De dokter wordt vervolgens geacht terughoudend te zijn met het doorverwijzen van zijn patiënten, bijvoorbeeld naar dure specialisten. Huisartsen worden echter gehonoreerd volgens een systeem dat hen alleen maar stimuleert hun patiënten juist zo snel mogelijk door te sturen naar andere hulpverleners in het zorgcircuit. De huisarts krijgt namelijk jaarlijks een vast bedrag voor elk van zijn ziekenfondspatiënten. Hoe meer hij er doorverwijst, hoe minder hij voor zijn geld hoeft te doen. Het is niet de bedoeling deze beroepsgroep in de beklaagdenbank te zetten. Maar dokters krijgen een verkeerde prikkel. De doelmatigheid van de zorg is ermee gediend huisartsen te betalen per verrichting. Toegegeven, zo'n systeem prikkelt in eerste aanleg tot overproduktie, bijvoorbeeld door patiënten nodeloos vaak te laten terugkomen. Dit gedrag van huisartsen kan worden ontmoedigd, wanneer de overheid dreigt bij overproduktie tariefkortingen toe te passen. Zo'n regeling gold de afgelopen jaren voor de groep medisch specialisten.

De opbrengst van de nieuwe eigenbijdrageregeling beloopt naar verwachting 650 miljoen gulden per jaar. Ziekenfondsverzekerden krijgen hiervoor compensatie. De nominale premie voor een echtpaar (nu gemiddeld 57 gulden per maand) gaat het volgend jaar met bijna twintig gulden omlaag. Naast de nominale premie betalen de verzekerde en zijn werkgever een inkomensafhankelijke ziekenfondspremie van zeven procent over de eerste 51.500 gulden van het loon. De aangekondigde verlaging van de nominale premie staat haaks op het streven naar 'premieconvergentie'. Volgens het regeerakkoord moeten de ziektekostenpremies van particulier verzekerden en van mensen in het ziekenfonds naar elkaar toegroeien. Sinds jaar en dag betalen particulier verzekerden uitsluitend een nominale premie. Omdat particuliere verzekeraars geen inkomensafhankelijke premie kunnen heffen - zij kennen het inkomen van hun klanten immers niet - brengt het streven naar premieconvergentie mee dat de ziekenfondspremie steeds meer een vast bedrag moet worden en minder van het looninkomen kan afhangen. De voorgenomen verlaging van de nominale premie met bijna twintig gulden per maand doorkruist het streven naar een meer gelijkvormige premiestructuur.

Overigens zal de feitelijk van ziekenfondsverzekerden geheven nominale premie het komend jaar in veel gevallen met minder dan twintig gulden dalen. De ziekenfondsen lopen namelijk financieel risico over een toenemend deel van hun budget. De landelijke 'verevening' van verschillen in ziektekosten tussen de fondsen zal in 1998 geheel zijn verdwenen. Hierdoor ziet een fors aantal fondsen zich gedwongen de nominale premie te verhogen. Nu al laat zich voorspellen dat dit de koopkrachtplaatjes voor 1997 en 1998 in de min honderd doet lopen. Ten onrechte denken veel mensen dat eigen bijdragen in de gezondheidszorg de laatste jaren snel in betekenis zijn toegenomen. Hun opbrengst stijgt van 3,6 miljard in 1992 tot 4,3 miljard gulden in 1997. Dat laatste cijfer is met inbegrip van de 650 miljoen die ziekenfondsverzekerden ingaande volgend jaar gaan betalen. Dan vervallen ook bepaalde bijdragen. Uitgangspunt is tot nu toe dat ouderen - indien hun inkomen of vermogen dit mogelijk maakt - de volle pensionprijs van hun verzorgingshuis betalen (ruim 3.500 gulden per maand). Deze eigen bijdrage wordt vanaf 1997 gemaximeerd op 3.150 gulden per maand (bij verblijf in heel mooie huizen geldt een kwaliteitstoeslag van ten hoogste driehonderd gulden). Ouderen met een goed pensioen genieten als gevolg van de maximering van de pensionprijs een voordeel van zestig miljoen gulden per jaar. Verder vervalt de vermogenstoets bij verblijf in een verzorgingshuis. Dat zij hun vermogen niet langer hoeven aan te spreken scheelt bemiddelde ouderen nog eens 245 miljoen per jaar. Een gematigd stijgende totale opbrengst van de eigen bijdragen is dus gekoppeld aan een forse lastenverschuiving. Vanaf 1997 toucheren ouderen die er warmpjes bijzitten een jaarlijks voordeel van 305 miljoen gulden, terwijl veel mensen met lage inkomens samen 650 miljoen extra gaan betalen. Zou dat de kern van paars inkomensbeleid zijn? Geef aan de rijken, en zorg ondertussen dat de armen er volgens het koopkrachtplaatje niet te veel op achteruitgaan.