Publiek, ik veracht u

Jürgen Klinsmann heeft een strafschop gemist en de halve voetbalwereld valt over hem heen. Een journalist van een Zwitserse krant schijnt dat heerlijk te vinden en geeft de op dit moment onfortuinlijke speler een schop na. Vier dagen na die gemiste strafschop, welke Klinsmanns werkgever Bayern München uit de UEFA-Cup wierp, speelde de blonde spits in een Bundesliga-duel tegen Werder Bremen.

Elke keer als 'Klinsi' in de buurt van de bal kwam, werd hij uitgefloten. Misselijke mensen! Multatuli wist het al: “Publiek, ik veracht u.” En die had niet eens naar voetbal gekeken. Het schijnt dat Klinsmann vreest dat zijn misser van elf meter allerlei boze geesten heeft opgeroepen die het restant van zijn carrière bedreigen. Maar dat ziet hij verkeerd. Het zijn geen geesten die hem beschadigen, maar gewone mensen. Tribunekijkers, zoals u en ik.

Het zijn dezelfde mensen die, als u het postkantoor in uw woonplaats wilt binnengaan, de deur in uw gezicht laten vallen. Doen zij dat omdat zij u haten? Nee, zover gaat het niet met hun afkeer. Maar zij zien u niet, terwijl zij u zien. U bestaat namelijk niet voor hen, omdat zij zo verschrikkelijk druk zijn met hun eigen - voornamelijk triviale - bezigheden. Jarenlang was Klinsmann een man naar hun hart, want hij joeg verdedigers op en hij scoorde. In Italië, in Frankrijk, in Engeland, in Duitsland. Jürgen was hun eigendom. Niemand mocht aan hem komen. Maar vader tijd ging in de aanval tegen de veel geprezen ster. Hij scoort minder. Hij mist soms, waar hij vroeger doel trof. En wat doen die zogenaamde aanhangers? Ze fluiten, ze joelen. Geld terug en 'Klinsi' in de vuilnisbak. Ineens vallen ze over de hoogte van 's mans salaris, over zijn gerieflijke huis, zijn mooie auto, zijn fraai ogende levensgezellin. Ze doen of de speler zijn duiten aan de supporters heeft ontstolen. Is hij plotseling een schurk geworden, of op z'n minst een groezelige duitendief?

Het is een feit dat de marge tussen een schitterend doelpunt en een vreselijke misser uiterst klein is. Dat ene graspolletje kan alles bederven. Het is eveneens een feit dat de massa daar geen begrip voor en geen weet van heeft. Je scoort of je scoort niet - daartussen ligt in hun ogen niets. Een ster scoort, een sufferd mist. Zo simpel ligt dat in hun verblinde ogen. Nu lijken sommige vroegere cracks de aarde met al haar betrekkelijkheden ontstegen. Toen een Nederlandse journalist de eens zeer beroemde Engelse midvoor Tommy Lawton op diens oude dag bezocht, vond hij een klagende dronkaard, die maar niet kon begrijpen waarom hij als manager was mislukt. Hij was toch ooit de beste midvoor van Europa, zo niet van de hele wereld? Beklagenswaardig, die Lawton. Maar erger is de tribunale massa die sinds de dagen van de Romeinse keizer Nero niets lijkt te hebben geleerd. Duim omlaag, majesteit. Dood aan die zwaardvechter die verloor. Wij spugen hem uit, die atleet wiens hoogtepunt gepasseerd is.

Koos Postema, een Feyenoorder, sprak eens over de trouweloosheid van de aanhang van Ajax. Volgens menige Amsterdammer mocht hij dat eigenlijk niet doen, aangezien hij tot een vijandelijk kamp behoorde. Ik weet nog wat de aanleiding was van Postema's reprimande. Ajax had vriendschappelijk tegen Everton gespeeld en de Britten met 3-0 een lesje gegeven. Het was in de tijd van Cruijff, Keizer en Swart. Tien minuten voor tijd gaf Cruijff sein om de bal te gaan rondspelen. Daarop reageerde de aanhang met schril gefluit. En toen nam Koos het woord “trouweloos” in de mond. Tachtig minuten formidabel presteren was niet genoeg. Men betaalde immers voor negentig minuten. Vandaar dat ik een supporter van Multatuli ben geworden.