Nieuwe indeling van gebieden; Van Dok wijzigt plan Kamers van Koophandel

DEN HAAG, 1 OKT. Staatssecretaris Van Dok (Economische Zaken) gaat ingrijpen in het fusieproces van Kamers van Koophandel en Fabrieken. Van Dok reageert positief op voorstellen voor “grenscorrecties” die gisteren door een commissie onder voorzitterschap van oud-Kamerlid voor de PvdA drs. M. Epema-Brugman zijn gedaan.

Om de slagvaardigheid te vergroten zal het aantal Kamers van Koophandel worden teruggebracht van 33 naar 20. De Kamers van Koophandel hebben zelf tal van voorstellen voor schaalvergroting gedaan. Die zijn echter niet eenduidig. In een aantal gevallen is tussen de Kamers geen overeenstemming bereikt over mogelijke schaalvergroting. In sommige andere gevallen, waar die overeenstemming wel bestaat, wordt volgens de Commissie Gebiedsindeling Kamers van Koophandel niet voldaan aan de criteria van economische en bestuurlijke samenhang.

Uit de begeleidingsbrief bij het rapport van de Commissie Epema-Brugman blijkt dat Van Dok zich goed kan vinden in de door de commissie voorgestelde gebiedsafbakening. Van Dok noemt het advies “grondig” en “goed afgewogen”. Half oktober zal zij haar standpunt aan de Tweede Kamer toezenden. Van Dok kan de gebiedsindeling eenzijdig bij maatregel van bestuur opleggen.

De Kamers van Koophandel staan aan de vooravond van een ingrijpend veranderingsproces. Om de betrokkenheid van het regionale bedrijfsleven te vergroten en de Kamers van Koophandel vraaggerichter en efficiënter te laten werken is twee weken geleden een voorstel voor een nieuwe Wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken naar de Tweede Kamer gestuurd.

De Kamers van Koophandel zullen in de toekomst meer eigen inkomsten moeten genereren. Op dit moment komt 80 procent van de inkomsten nog uit heffingen. Bedrijven betalen, afhankelijk van de omzet, minimaal 60 en maximaal 24.000 gulden voor geleverde diensten. Zij zijn verplicht om zich bij een Kamer van Koophandel te laten inschrijven. In de nieuwe situatie, die op zijn vroegst medio volgend jaar zal ingaan, wordt de minimum heffing verhoogd naar 125 gulden en het maximum verlaagd tot 3.500 gulden. Het is de bedoeling dat de Kamers van Koophandel dan 40 procent van hun inkomsten halen uit diensten waarvoor de gebruiker betaalt (profijtbeginsel).

In het nieuwe beleid past ook de nieuwe gebiedsindeling. Uit het rapport van de Commissie Epema-Brugman blijkt hoe diverse Kamers van Koophandel trachten hun territorium uit te breiden ten koste van anderen. De Kamer voor Utrecht en Omstreken heeft bijvoorbeeld een “masterplan” ontwikkeld voor een Kamer voor Centraal Nederland, waarvan zowel de Kamer Gooiland als de Kamer Eemland deel uitmaakt. Achterliggende gedachte bij het voorstel van Utrecht is volgens de commissie “dat een grotere Kamer effectiever en efficiënter kan werken en een grotere zeggingskracht heeft tegenover de overheid”.

De Kamers Eemland en Gooiland willen zich echter niet door Utrecht laten opslokken, zo blijkt. Eemland heeft zich bereid verklaard te fuseren met Gooiland en Gooiland wil het liefst zelfstandig blijven. De commissie hakt de knoop door en adviseert een fusie van de Kamer Eemland en Gooiland. De onderbouwing van het Utrechtse masterplan wordt “niet overtuigend” genoemd.

De commissie adviseert verder onder meer om de Achterhoek in zijn geheel in te delen bij de Kamer voor Centraal Gelderland en om de Kamers voor Noordoost-Brabant en Zuidoost-Brabant te laten fuseren. Na fusie zou Brabant een “strategische alliantie” met Noord- en Midden-Limburg moeten aangaan gezien “de grote economische samenhang tussen deze Kamergebieden”.