Nationale rouw loopt uit op 'media event'

De rampverslaggeving op televisie wordt steeds professioneler. Ook van de kant van de autoriteiten is sprake van geroutineerd gedrag bij dit soort gebeurtenissen. Hetzelfde kan gezegd worden de politieke autoriteiten. De rampenverwerking krijgt iets mechanisch en industrieels, constateert Henri Beunders. De televisie verliest hierdoor de sociaal-bindende functie die voor dit soort gelegenheden was weggelegd.

Televisie is op zijn best bij live-verslagen; het best en het mooist bij spannende, oppeppende en solidariserende gebeurtenissen zoals sport, veroveringen (maanlanding) inhuldigingen en troonredes. Televisie heeft dan een bindende functie in de samenleving waartoe geen ander medium meer in staat is. Dit soort media events worden daarom wel de 'feestdagen van de communicatie' genoemd.

Rampen en de daaropvolgende rouwprocessen hebben goeddeels diezelfde functie. Maar de tv-verslaggeving van alle rampen van dit jaar - laten we ons beperken tot die met vliegtuigen en de reacties erop - laten zien dat hier een ontwikkeling gaande is die negatiever, zo niet beklemmend aan het worden is. Morgen wordt in de St. Bavo-kerk in Haarlem een 'nationale rouwdienst' gehouden voor de 32 slachtoffers van de neergestorte Dakota, en rechtstreeks uitgezonden op televisie.

Dreigt deze in oorsprong 'ceremoniële politiek' van sociaal-psychologische integratie niet te ontaarden in politiek spektakel, en via een 'esthetisering van de politiek', tot 'hegemoniale politiek', tot misbruik door media en politiek van die rampen? De nazisme-kenner George Mosse heeft twintig jaar geleden reeds gewaarschuwd om ons ervoor te hoeden dat dit soort politieke tv-ceremonies de maatschappij uitnodigen zichzelf te aanbidden, en zo in feite een moderne, elektronische versie worden van de aloude fascistische parades.

Overdreven? Ongetwijfeld, maar we zijn met de rampen -en rouwverslaggeving toch wel een heel eind verwijderd van het werkelijke hoogtepunt op dit gebied, de moord op J.F. Kennedy op 22 november 1963. In de VS was de berichtgeving over de moord subliem. Heel Amerika was binnen enkele uren op de hoogte van het drama in Dallas.

Belangrijker nog, de live tv-begrafenis van Kennedy was, in de woorden van de communicatiedeskundigen Danyan en Katz “een onmiddellijke poging om perspectief te bieden, in ceremoniële vorm, aan het verwarde mengsel van schok, verbijstering, fragmentarische informatie en geimproviseerd protocol die gedurende die chaotische dagen over het scherm flitsten”.

Voor het NTS Journaal was de moord op Kennedy een absoluut dieptepunt: dat kon niet veel meer dan een bordje 'even geduld' laten zien aan de om nieuws smekende kijkers. Dat is anno 1996 wel anders. Maar is het er ook er beter op geworden?

Een vergelijking tussen de tv-berichtgeving van de ramp met de Hercules in juli bij Eindhoven en de ramp met de Dakota vorige week bij Texel kan illustratief zijn. Bij 'Eindhoven' was Defensie nog meer in paniek dan het ministerie sinds Srebrenica toch al was. Deels terecht, niemand wist dat er naast de vier bemanningsleden nog een heel orkest in dat vliegtuig zat. De media op hun beurt waren sinds 1963, dankzij technologische ontwikkelingen en vooral de concurrentie van de kijkcijfers, een heel eind opgeschoten. Het 'rampenplan' - standaard sinds de Golfoorlog - werd onmiddellijk uit de kast getrokken, al viel er nauwelijks iets te melden of te laten zien. Nova moest wederom een kwartier lang een bordje tonen met 'Even geduld a.u.b.'

Vorige week liep bij de Dakota alles op rolletjes, zowel aan de kant van de media als aan de kant van de autoriteiten. Alles aan deze ramp lag ook 'gunstiger', dat wil zeggen: duidelijk en dichtbij. Niettemin waren er naast de reeds ontelbare reguliere journaals nog de extra-uitzendingen. Er werd geschakeld dat het een lust was. Het hele verloop van de ramp werd zo stukje bij beetje in beeld gebracht, professioneel, geroutineerd bijna.

En dat laatste kon men ook waarnemen aan de kant van de autoriteiten. Die blijken ook heel wat te hebben bijgeleerd. De woordvoerders van marine, Dakota-vereniging en de burgemeester zelf, alle media-getraind, meldden zich onmiddellijk en deelden zakelijk mee dat 'er nog geen mededelingen' konden worden gedaan, of 'dat voor het ergste moet worden gevreesd'. Nauwelijks een spoortje van spanning en emotie, alles onder controle.

En binnen een mum van tijd was er een 'emergency information centre', reeds vertrouwd 'emic' genoemd, op Schiphol (plus telefoonnummer), een mortuarium en crisiscentrum in Den Helder (plus telefoonnummer), een opvangcentrum zowel op Texel als op Schiphol. En natuurlijk de trauma-teams. Daar wachtten de camera's op de meest geëmotioneerde reacties, iets wat tot voor kort alleen nog in toen dubieus geachte 'reality-tv'-porgramma's was te zien. Dat RTL na de extra-uitzending meldde dat het aansluitende, aangekondigde programma: 'Het is hier fantásties!' kwam te vervallen, had dan ook iets dubbelzinnigs. Dat programma was net geweest.

En de politieke autoriteiten reageerden al even routineus: premier Kok zei opnieuw dat Nederland rouwt en spoedde zich naar Schiphol, minister Borst spoedde zich naar Den Helder, de koningin liet weten geschokt te zijn. In politieke en media-termen was het dus een 'vlekkeloze' ramp. Of niet? Kan men nog wel oordelen dat de reacties op de ramp met de Dakota een noodzakelijke vorm van nationale rouwverwerking is? Ik geloof van niet. Daarvoor is de manier waarop het inmiddels allemaal gaat, mij iets te glad geworden.

De rampenverwerking krijgt iets mechanisch en industrieels. Bij beide partijen, media en politiek, liggen de uitgewerkte rampenplannen tot in de details klaar, wat op zich natuurlijk prima is voor reddingswerkzaamheden. Maar wat de publieke kant van de zaak betreft, drukt men tegenwoordig op een knop, en wat volgt rolt uit de computer, inclusief de woorden van de presentatoren en politici: bijna iedereen acteur.

In wezen spreekt er een onverschilligheid uit voor wat er werkelijk gebeurt. En domineert de fixatie op de strijd om het beeld, het imago. Het is een kwestie geworden van controle over de informatiestromen en het aandeel dat beide partijen - politiek en media - er in kunnen veroveren. Wie er het meeste van heeft, kan er een hoop geld mee verdienen, of er politieke munt uitslaan. De autoriteiten snappen inmiddels dat er gouden kansen liggen om in het spoor van een crisis of catastrofe via de media een onvergetelijke indruk na te laten. Dat is nog steeds nodig, maar het krijgt iets routineus: meer van hetzelfde. Al te menselijk willen zijn, kan zo ook in het omgekeerde verkeren. Alleen al omdat al die emotie alleen via het media-formaat van het tv-scherm geuit wordt, raakt de werkelijkheid beetje bij beetje uit het zicht.

Deze ontwikkeling naar 'de automatische piloot' is voor de media en de politiek dus gemakkelijk te verklaren. Over de reactie van het publiek valt, bij gebrek aan onderzoek, voorlopig alleen te speculeren. Eén ding is zeker: de belangstelling voor buitenlands onheil is sterk afgenomen, de belangstelling voor rampen dicht bij huis, hoe klein ook, enorm toegenomen. Waarom? Een verklaring kan zijn dat er sinds het verdwijnen van het communisme geen totale vijand meer is, geen dreiging meer van totale nucleaire ondergang. Nu er geen buitenlandse vijanden meer zijn, zijn er alleen nog gevaren (en binnenlandse vijanden: terroristen en (seks-)moordenaars. Dat lijkt de mensen een veel groter, en in elk geval, veel diffuser en permanenter gevoel van angst te bezorgen. Nu kan de ramp iedereen en individueel overkomen, en niet meer iedereen tegelijk.

De emoties over de huidige incidentele rampen en misdaden zijn nu minder goed te kanaliseren dan bijvoorbeeld ten tijde van de kruisraketten het geval was. Toen viel er, met enige organisatie, nog iets tegen te houden. Nu niet meer. Het zal psychologie van de koude grond zijn, en ik geef mijn verklaring onmiddellijk voor een betere, maar het lijkt er op dat het gevoel van benauwdheid en zelfs verstikking toeneemt. De reactie van het publiek is dan ook veel persoonlijker geworden dan de geautomatiseerde reactie van media en politiek. Misschien vergis ik mij, maar het lijkt me een mode van de laatste jaren geworden om op onthutsende gebeurtenissen te reageren met het leegkopen van alle bloemenwinkels in de omtrek, en de plaatsen des onheils te overladen met bloemen.

De houding van media en politiek bij rampen heeft iets mechanisch, iets engs gekregen. De houding van het publiek laveert tussen onverschilligheid soms en wanhopige individuele reacties anderzijds. Dit betekent dat de tv tegenwoordig inderdaad minder die heilzame ceremoniële, sociaal-bindende functie heeft. En inderdaad, zoals Mosse waarschuwde, op het punt staat te veranderen in een 'hegemoniale politiek', uit op winstbejag: financieel en politiek.