Moderne kunst accentueert interieur Museum van Loon

Tentoonstelling: Exchanging interiors; t/m 7 nov in Museum Van Loon, Keizersgracht 672 Amsterdam. Zo 13-17u, ma t/m do 11-16u. Catalogus. Entree ƒ 7,50 en ƒ 5,-

Op de lambrisering in de rechter voorkamer van Museum Van Loon, gevestigd in een Amsterdams grachtenhuis, werpt de ondergaande zon een roze gloed. Maar buiten regent het en de zon gaat bovendien niet in het oosten onder. Het schijnsel op de wand blijkt dus afkomstig van een diaprojector. Melancholisch stemt het evengoed, net zozeer als het late licht van een echte zon dat kan doen.

Voor het eerst in de bijna vijfentwintig jaar dat dit 17de-eeuwse patriciërshuis voor bezoekers is opengesteld, herbergen de weelderig ingerichte kamers twintigste-eeuwse kunst. Acht kunstenaars grepen - op uitnodiging van gast-conservator Manuela Klerkx - op meestal bescheiden wijze in, in zowel het huis als de tuin. Omdat de omgeving al zo overvloedig is en omdat er 's avonds diners en recepties worden gehouden, mag de kunst er niet te volumineus of overheersend zijn.

Ook kwetsbaarheid is een probleem, zoals eerder bleek met het katoenen spinnenweb dat Eva Marisaldi aanbracht tussen de poot van een omgevallen stoel en een bankje in de tuinkamer; een dinergast die de bijna immateriële ingreep over het hoofd zag, brak de draden.

De stoel verwijst naar het schilderij in de hal uit 1637, waarop Jan Mintse Molenaer de bruiloft van Willem van Loon vastlegde. De omgevallen stoel brengt op symbolische wijze de overleden eerste vrouw van Van Loon in herinnering.

Passend is ook het moderne Vanitas-symbool dat Maria Roosen op een schoorsteenmantel zette: een doodskop van roze suikergoed, Exchanging interiors. Waarom zij de paspoppen in de stijlkamers, gehuld in bijpassende kostuums, van een schapenmasker voorzag, blijft echter onopgehelderd.

Op de spiegel in de Rode Salon bracht Lawrence Weiner een tekst aan, terwijl Merijn Bolink op een bijzettafeltje er vlakbij een taalgrapje construeerde. Daar liggen twee halve sinaasappels in de schil van een appel stilletjes het invallende licht te vangen. Bolink ververst de sinaasappels iedere dag.

Mooier nog is de manier waarop hij in een van de slaapkamers op de bovenverdieping het allegaartje van meubels met elkaar verbindt. Kastjes, koffers, de piano en de schouw zijn verwikkeld in een computergestuurde samenspraak van getokkel, geklop, getik, geklepper en getrommel. Alsof ze een eigen leven hebben, maar soms klinkt het of er een Van Loon in een kast zit opgesloten en met zijn vingers op de deur trommelt. Zelfs onder de zijden rok van een paspop klinkt af en toe geritsel en gekras over de stof.

Geluid is ook kamervullend in de Beschilderde Kamer bovenaan de trap. De Italiaan Mario Airò - dezelfde van de kunstmatige zonsondergang - verduisterde de zaal met schilderingen van arcadische landschappen. Hij laat er ook een tape draaien waarop een vrouwenstem het woord vision herhaalt. Het werk is een ode aan El Greco, die - zo wil de mythe - voorafgaand aan het schilderen in het donker ging zitten om uit het niets een visioen van een nieuw schilderij te ontvangen. Mooi idee, alleen jammer dat ze die mooie kamer niet beter kunnen bekijken.

De aantrekkelijkheid van deze expositie is in belangrijke mate dit statige, maar niet echt mooie huis, dat overigens in een mini-versie als luxueus vogelhuis naar ontwerp van Fortuyn/O'Brien in de tuin is geplaatst. Origineel is de entourage van zo'n classicistisch pand bepaald bepaald niet: de laatste decennia hebben veel kunstenaars en tentoonstellingsmakers de hagelwitte wanden van het moderne museum de rug toegekeerd. De openbare ruimte, kerken, kloosters en al dan niet bewoonde huizen van particulieren zijn aan het expositiebestand toegevoegd. En inmiddels worden ook de museumwanden in alle kleuren van de regenboog gesausd.

Exchanging interiors is dus geen nieuw idee, maar het is wel goed doordacht. Het resultaat is een gang langs zeer esthetische en verfijnde accentueringen van het interieur. Het enige detonerende kunstwerk is er een dat niet speciaal voor het huis werd gemaakt: een aantal geometrische amforen en vazen van Ettore Spaletti uit 1982, die te opgepropt bijeen staan voor het gangraam van de bovenverdieping. Een schoonheidsfoutje.