Hulp aan armste landen in gevaar

WASHINGTON, 1 OKT. De hulp van de Wereldbank aan de armste landen loopt ernstig gevaar doordat de Verenigde Staten mogelijk minder zullen bijdragen dan eerder was toegezegd. Het gaat om de financiering van de International Development Association (IDA) voor de komende drie jaar, waarover eerder dit jaar afspraken zijn gemaakt.

De Amerikaanse minister Robert Rubin maakte gisteren duidelijk dat het door Republikeinen gedomineerde Congres zich onwilliger opstelt dan hij had verwacht om toegezegde gelden te fourneren.

Een half jaar geleden waren de donoren overeengekomen voor de komende drie jaar 22 miljard dollar uit te trekken voor IDA-11 (zo genoemd omdat het fonds zijn elfde periode ingaat), waarvan de helft 'nieuw' geld. De VS moesten nog een achterstand voor IDA-10 betalen van 934,5 miljoen dollar. Overeengekomen was dit bedrag te storten in het eerste jaar van IDA-11, waarna in de twee volgende jaren telkens 800 miljoen zou worden gestort. Omdat het in het eerste jaar om een achterstallige betaling gaat, mogen Amerikaanse bedrijven in die periode niet meedingen bij aanbesteding van IDA-projecten.

Volgens minister Rubin wil het Congres in het eerste jaar echter slechts 700 miljoen dollar uittrekken voor IDA-11, waarbij bovendien de onmiddellijke opheffing van de de uitsluiting bij aanbestedingen wordt geëist. De Amerikaanse minister maakte dit duidelijk tijdens de vergadering van het zogenoemde Development Committee, het gezamenlijke orgaan van Wereldbank en Internationaal Monetair Fonds (IMF). “De beperkingen bij de aanbesteding zijn niet in het belang van leners van IDA en vormen ook geen aansporing voor voortzetting van Amerikaanse deelname,” aldus Rubin. De opmerkingen waren vervat in een schriftelijke bijdrage.

Minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) sprak gisteren na afloop het Development Comité van “chantage” van Amerikaanse zijde. Volgens de bewindsman het verband tussen rechten en plichten van donoren verloren, als aan de Amerikaanse eis tegemoet wordt gekomen. “Minister Rubin moet zich harder opstellen tegenover het Congres”, aldus Pronk. Hij wees erop dat dezelfde problemen ook al zijn ontstaan met Amerikaanse bijdragen aan het Afrikaanse en Aziatische ontwikkelingsfonds. In die gevallen werden op Amerikaanse aandrang geen beperkingen voor deelname aan aanbestedingen opgelegd. “Ik kan toch niet steeds Nederlands belastinggeld gebruiken om voor andere landen te compenseren”, aldus Pronk. Bovendien kan volgens de Nederlandse bewindsman ook niet telkens een beroep worden gedaan op de reserves van de Wereldbank, omdat de hoge kredietstatus van de bank in gevaar kan komen. Bovendien wordt ook voor andere doeleinden al uit de reserves van de bank geput, waaronder het schuldverlichtingsplan voor de armste landen.

Om deze reden is volgens Pronk een eerder uitlating van Wereldbank-president Wolfensohn voor de pers dat de bank 2 miljard dollar uittrekt voor het schuldenplan niet herhaald in het slotcommunique van het Development Committee. Eerder is al wel 500 miljoen dollar door de Wereldbank vrijgemaakt voor het schuldeninitatief, dat 5,6 tot 7,7 miljard dollar kost en waaraan IMF, Wereldbank en de crediteurenlanden in de Club van Parijs de grootste bijdrage moeten leveren. Nederland heeft vandaag 100 miljoen gulden toegezegd.

Tijdens de vergadering van het Development Committee herhaalde topman Renato Ruggiero van de Wereldhandelsorganisatie WTO zijn voorstel alle handelsbarrières voor de armste landen tot nul terug te brengen.