Hockeycoaches: succes na schoktherapie

PAPENDAL, 1 OKT. Een rigoureuze en risicovolle ommezwaai bij de nationale hockeyploegen, vlak voor de Olympische Spelen, pakte goed uit. In Atlanta wonnen de mannen goud en de vrouwen brons. “Dat was best een risico”, bekende hockeymannenbondscoach Roelant Oltmans gisteravond in Papendal, waar hij met vrouwenbondscoach Tom van 't Hek een uitgebreide uiteenzetting gaf over de voorbereiding op de Olympische Spelen en het toernooi zelf. “Veel mensen vonden ook dat ik het niet moest doen. Maar voor mij was het duidelijk dat we alleen zo een kans op succes zouden hebben.”

De mannencoach liet zijn ploeg anders verdedigen en zette liefst acht spelers op andere posities. “Daar had ik ook een beetje geluk bij nodig. We wonnen in de finale van het NCM-toernooi van Duitsland en toen was iedereen meteen overtuigd.” Oltmans moest soms impopulaire besluiten nemen. Hij zette spelers op plekken waar ze liever niet speelden, anderen verdwenen uit de selectie en zelf assistent-coach Bert Bunnik moest het veld ruimen. “Ik heb een harde lijn gevolgd. Dat was niet altijd even leuk. Maar het was nodig.” Oltmans vergeleek de vedetten van zijn ploeg bij de Olympische Spelen met Ruud Gullit tijdens het EK-voetbal van 1988. De hockeyers waren net als de voetballer destijds niet in topvorm, maar door hun enorme inzet maakten ze zich toch heel nuttig.

Ook bij de vrouwen verliep niet alles even gemakkelijk. De ploeg plaatste zich tijdens het olympische kwalificatietoernooi ternauwernood voor Atlanta. Van 't Hek bekende dat hij het evenement in Kaapstad zwaar had onderschat. “We hadden er niet alles voor opzij gezet, omdat Atlanta nog zo ver weg was. Het zal allemaal wel niet zo'n vaart lopen, dacht ik. Maar we gingen dus bijna onderuit.”

Het toernooi deed Van 't Hek beseffen dat hij het over een hele andere boeg moest gooien. Zo zag hij in dat er te trage speelsters in de verdediging hockeyden. Omdat de tijd drong, koos de ex-international, voor “een heel eenvoudig concept”. “Technische en tactische hoogstandjes zouden alleen maar tot verwarring leiden”, realiseerde hij zich. De coach gaf de speelsters individuele programma's als huiswerk mee en hij trainde alsof het een jeugdploeg betrof veelvuldig op simpele basistechnieken. “Die zijn zo belangrijk. Waarom had Van Basten altijd zo veel tijd om te schieten? Omdat hij de ballen zo goed kon aannemen. Dat leverde tijdwinst op!”

De mentale instelling van de internationals was volgens de twee bondscoaches doorslaggevend. Bij zijn aantreden als bondscoach vond Van 't Hek de weerbaarheid van de speelsters onder de maat. De Nederlandse hockeysters doken bijvoorbeeld bijna nooit naar de bal. “Het leek wel of ze een staanplaats op de eerste rang hadden.” Felle trainingen brachten daar verandering in.

Oltmans was vol lof over het karakter dat zijn spelers in Atlanta toonden. “Iedereen durfde zijn verantwoordelijkheid te nemen. Als de stick eronder moest, dan ging de stick eronder. Een Duitse speler zei mij laatst nog dat Nederland vanaf de eerste dag onoverwinnelijkheid uitstraalde.” In de pre-olympische periode waren de verhoudingen binnen de selectie niet altijd even goed. “Maar toen Bovelander na zijn studie bij de ploeg terugkeerde, werd de hiërarchie hersteld. Floris en Marc Delissen zijn daarna een super-leidinggevend koppel geworden.”

Een toernooi in Engeland, een maand voor de Spelen, verliep voor de vrouwenploeg desastreus. Van 't Hek zag het toen somber in. “Er werd dramatisch slecht gehockeyd. Sommige mensen moeten zich hebben afgevraagd, of we ons niet beter hadden kunnen terugtrekken voor Atlanta.” In gesprekken werden de onderlinge problemen over de te volgen tactiek weggepraat, waarna de selectie zich vlak voor het olympisch toernooi terugtrok in een Amerikaans trainingskamp, in vier piepkleine huizen. Van 't Hek: “Daar waren we op elkaar aangewezen. Dat heeft voor een groot saamhorigsheidsgevoel gezorgd.”

Nadat Nederland de cruciale wedstrijd tegen Duitsland won, veroverden de vrouwen in de wedstrijd tegen Groot-Brittannië de bronzen medaille. Dat was het hoogst haalbare, aldus de coach. “En dan is ineens alles geweldig.” Maar Van 't Hek wil naar de absolute top. Daar staat olympisch kampioen Australië. “Wat die ploeg beter doet dan wij? Dat is simpel. Alles!”

Bij de mannen won Nederland wel van Australië. In die poulewedstrijd was doelman Ronald Jansen toen in uitstekende vorm. Net zoals hij in de finale tegen Spanje zijn ploeg lang op de been hield. Oltmans stond gisteravond lang stil bij de prestatie van zijn keeper. “Hij was van doorslaggevende betekenis.” En de strafcorner deed de rest op weg naar het goud.

Oltmans nam drie specialisten mee naar Atlanta. “Er was de nodige kritiek dat ik Lomans selecteerde. Maar het pakte uitstekend uit. Van den Honert had een matige competitie gedraaid, maar hij is door de aanwezigheid van Bram scherper gaan pushen.” Zowel Bovelander (vier keer), Van den Honert (vier) als nieuweling Lomans (drie) scoorden er in Atlanta op los. Vol trots maakte Oltmans op Papendal het olympische scoringspercentage van Nederland bekend, 43 procent. “En dat is echt waanzinnig hoog!”