Het ironieteken

Het schijnt dat Nico Scheepmaker ooit 's een paar regels heeft gewijd aan de mogelijkheid van een ironieteken. Je hebt een vraagteken, een uitroepteken en nog een aantal andere leestekens, maar een ironieteken - het teken dat aangeeft dat wat we net gelezen hebben niet waar is en met een korreltje zout genomen kan worden - zo'n teken hebben we niet.

Ironie is in onze conversatie een delicaat middel waarmee we door het ene te zeggen het tegengestelde bedoelen. Maar omdat het met ironie erg nauw steekt en je wilt vermijden dat anderen zouden denken dat jij je eigen ironie niet verstond (omdat je er niet om lacht bijvoorbeeld) wil je wel zeker gesteld hebben dat de ironie goed overkomt, bijvoorbeeld doordat de ontvangende partij er op z'n minst om glimlacht.

Hoe introduceer je een nieuw leesteken? Hoe is bijvoorbeeld het vraagteken in de taal terechtgekomen? Aan de woordvolgorde in de zin zie je eigenlijk al dat de zin vragend bedoeld is. Je krijgt een onverwachte gast, van ver, en je vraagt hem 'Heb je al gegeten? Wat wil je drinken? Koffie?' Van die drie vraagtekens zijn er twee formeel overbodig. Maar ik zal de laatste zijn die de taal van z'n overbodige strikken en linten wil ontdoen. Schrijft u maar rustig een vraagteken, als de zin aan het einde een beetje opkrult, qua toon. Het is eigenlijk geen grammaticaal, maar een akoustisch teken, het doet verder geen kwaad. Dat er voor het vraagteken altijd een plaatsje is komt, denk ik, doordat het van alle leestekens, mét de punt en de komma, het oudste leesteken is - ontworpen in de tijd dat bijna alles wat we schreven nog Latijn was. In het Latijn is de woordvolgorde in de zinnen een andere dan de onze, met, voor zover ik weet, minder mogelijkheden tot inversie en dan is een vraagteken vaak wel op z'n plaats. In het Nederlands is een vraagteken eigenlijk een luxe, evenals het uitroepteken. Het belangrijkste leesteken is de punt, die een zin afsluit. Haast net zo belangrijk is de komma, die bijzinnen aangeeft en, soms, bijwoorden. Vervolgens is daar de puntkomma, waar veel over te zeggen valt, o.a. dat-ie te weinig wordt gebruikt, en de dubbele punt - een soort kortsluiting - die te veel wordt gebruikt; de liggende streep, die aangeeft dat de syntaxis van de lopende zin wordt afgebroken en overgaat in een nieuwe syntaxis; de haakjes, die hetzelfde doen, maar na 'haakje sluiten' de oude syntaxis weer openen en tenslotte heb je de drie puntjes achter elkaar, die je aanraden het lezen even te onderbreken...

Als ik goed ben geïnformeerd zijn deze drie puntjes een produkt van de Romantiek. Twee eeuwen oud, vormen ze het jongste leesteken. Sindsdien is er geen leesteken meer bijgekomen. Er is een flinke ballotage en bijna geen enkel nieuw teken maakt een kans. Toen ik dan ook, een jaar of tien, vijftien geleden, in een computertijdschrift een aantal nieuwe leestekens zag voorgesteld, kon ik daarvan alleen maar denken: morituri te salutant. De noodzaak van deze nieuwe tekens sproot, volgens de schrijver van het artikel, voort uit het ophanden zijnde electronic conferencing, het elektronisch vergaderen, een voorloper van het videovergaderen. Er was toen nog geen simultane video, maar wel de mogelijkheid elkaar simultaan tekst toe te sturen. Je kon thuis blijven zitten, of in je kamer op kantoor en toch tegelijk met iedereen confereren: eenvoudig door wat je te zeggen had in te typen, dat verscheen dan bij de deelnemers op het scherm. Men voorzag, terecht, dat dit soort vergaderen uiterst moeizaam en vooral slaapverwekkend zou verlopen. Immers, de gebruikelijke kwinkslagen en understatements zouden achterwege blijven. Vandaar dat lijstje: een kogelrond gezicht met een lach, ten teken dat de mededeling werd besloten met een volle lach; hetzelfde gezicht maar dan met de mondhoeken sip naar beneden betekende: jammer; een zwart vierkantje: vuist op tafel en een wit vierkantje: dit is een voorstel, open ter discussie. En dan, tenslotte, het ironieteken: een rond gezicht met één wakker, open oog en het andere oog dicht, een horizontaal streepje, ten teken dat de spreker knipoogde. De mond lichtelijk geamuseerd tot een glimlach die aangaf dat je wat je net had ingetypt, niet meende. Voorbeeld: Bill, you are a nice guy plus ironieteken. Daarmee was bedoeld: Bill, you are not a nice guy. Enzovoort.

Ik gaf er geen cent voor. Niettemin spookt het ironieteken tot op vandaag door mijn hoofd. In het bijzonder omdat ik mij afvraag wat voor vorm het symbool dan zou moeten hebben, typografisch. Want als kaal computersymbool zou het teken nooit een plaats en functie krijgen in de officiële schrijftaal. Het zou als het et-teken (&) of het ad-teken (@) zijn afkomst onherkenbaar moeten verloochenen. Maar dit blijkt alleen maar een typografisch probleem te zijn. Want prof.dr. Anton Nijholt, die ik om commentaar vroeg, schrijft mij uit Twente: “In emailconversaties is het ironieteken tegenwoordig aardig ingeburgerd. Studenten durven mij dingen te zeggen die ze zonder het ironieteken niet zouden durven!”

Het ironieteken - schrijf ik hem bij dezen terug - lijkt mij hier te staan voor de lach. De boodschap is ontvangen en wordt vervolgens door het lachen ontkend. Het ironieteken door de promotors van elektronisch vergaderen voorgesteld als knipoog veronderstelt een tweeledig gehoor: een tot wie de woorden zijn gericht en een die de knipoog opvangt. Die twee zijn doorgaans niet dezelfde. Het is zelden zo dat je iemand een ironische opmerking toevoegt en die meteen laat volgen door een knipoog - die knipoog is meestal voor de derde.

De derde persoon zou in een toneelstuk onder een 'terzijde' vallen - niet bestemd voor degene tot wie gesproken wordt. In een boek of verhaal is het fysieke onderscheid tussen tweede en derde persoon weggevallen, en daarmee de mogelijkheid van een knipoog. En daarmee de noodzaak van het ironieteken, dat hoeft dan niet meer. In de literatuur getuigt de knipoog dan ook alleen maar van een slechte smaak.

Het schrijvende ding dat de computer is lapt deze diskwalificatie aan zijn laars. De drieledige knipoog is vervangen door de eenvoudige lach ('Bill, you are a bad guy' lachte hij). Nijholt: “Op dit ogenblik zijn er zo'n drie tot vier internationaal geaccepteerde tekens: Balen, Ironie, Blij. Sommige emailprogramma's zijn er standaard mee uitgerust.”