Grote overzichtstentoonstelling van architect Terragni; Fascisme is een huis van glas

Tentoonstelling: Giuseppe Terragni 1902-1943. T/m 3 november in Triennalepaviljoen, Via Germania, Milaan. Geopend: dagelijks 10-20 uur.

Giuseppe Terragni (1902-1943), de invloedrijkste Italiaanse architect van deze eeuw, is nog steeds een moeilijk geval. Terragni past namelijk niet in het gebruikelijke beeld van fascistische en modernistische bouwkunst. Fascisten houden van imponerende, classicistische gebouwen, zo is de algemene opvatting, en modernistische architecten zijn liberaal, socialistisch of desnoods communistisch maar in geen geval fascistisch. Maar de modernist Terragni (of rationalist zoals hij zichzelf noemde) was ook een overtuigd fascist.

Dit blijkt weer eens op de grote overzichtstentoonstelling van zijn werk die nu, heel toepasselijk, in het onder de fascisten verrezen gebouw van de Triennale in Milaan is te zien. Daar ligt in een vitrine een enthousiast telegram uit 1932 dat Giuseppe Terragni zijn broer Atilla stuurde nadat hij samen met andere in zwarte hemden gehulde rationalisten een bezoek had gebracht aan Mussolini. “De duce heeft zijn volledige instemming gegeven aan de rationalistische beweging”, schreef hij. Inderdaad leek Mussolini in 1932 de Italiaanse variant op het Nieuwe Bouwen tot staatsarchitectuur te verheffen. Het fascisme was modern, vond Mussolini, en daar hoorde dus moderne architectuur bij. De rationalisten volgden dezelfde redenering: het fascisme was in hun ogen zelfs revolutionair en dus moesten hun revolutionaire, zakelijke gebouwen wel de fascistische architectuur bij uitstek zijn.

Tot voor kort wrongen historici en critici zich in allerlei bochten om hun bewondering voor het werk van de fascist Terragni te rechtvaardigen. De raarste bocht maakte de Italiaanse architectuurhistoricus Bruno Zevi die al vlak na de Tweede Wereldoorlog over Terragni schreef. Terragni was weliswaar een fascist, beweerde hij serieus, maar zijn werk was toch anti-fascistisch. Het was voor Zevi gewoon onmogelijk dat een fascistisch architect in zijn gebouwen dezelfde metaforen gebruikte als democratische of socialistische ontwerpers. Toch had Terragni voor het open karakter van zijn beroemde Casa del Fascio, het provinciale hoofdkwartier van de fascistische partij in Como, precies dezelfde rechtvaardigingen als zovele architecten voor hun parlementsgebouwen in democratieën. “Het fascisme is een glazen huis waarin iedereen naar binnen kan kijken”, schreef Terragni als toelichting over zijn doorzichtige fascistendoos in Como. “Geen barrière, geen obstakel tussen de politieke hiërarchie en het volk.”

Pas nu het al meer dan vijftig jaar geleden is dat het Mussolini-regime zijn einde vond, begint het inzicht te groeien dat modernisme en classicisme op zichzelf niets zeggen en niet vast verbonden zijn aan een bepaalde ideologie. En dus krijgt Terragni pas nu de eerste grote overzichtstentoonstelling die hij verdient. Op deze expositie in Milaan speelt het fascisme een opmerkelijk kleine rol. Alleen de deels nagebouwde zaal die Terragni in 1932 ontwierp voor de tentoonstelling van de Fascistische Revolutie laat er geen misverstand over bestaan dat Terragni's werk onmogelijk anti-fascistisch kan worden genoemd. Hier wordt de bezoeker bedolven onder een lawine van gestrekte handen en andere fascistiche symbolen. Verder duiken in de vitrines af en toe wat foto's van zwarthemden op, maar Terragni's werk zelf wordt vrijwel zonder commentaar of toelichting getoond. Doordat de tentoonstelling niet chronologisch maar thematisch is ingericht, is alleen met moeite te volgen hoe Terragni's werk zich ontwikkelde. Begonnen als ontwerper van sober classicistische gebouwen werd hij eerst een oppervlakkig modernist om ten slotte te eindigen als architect die op verbluffende wijze modernisme met classicisme met elkaar verzoende.

Wel wordt Terragni's werkwijze heel duidelijk in de witte zalen van het Triennale-paleis. Vrijwel altijd begon hij een ontwerp met een onzeker schetsje van een doos of andere eenvoudige vorm. Vervolgens nam hij er een paar happen uit, liet delen uitspringen en vloeren verspringen en verschoof stukken van façades naar voren of achteren, zodat er uiteindelijk complexe composities van openingen, terrassen, luifels en losstaande wanden ontstonden. Hoe ingewikkeld zijn late ontwerpen waren tonen vooral de prachtige houten maquettes waarvan een groot deel speciaal voor deze tentoonstelling is gemaakt. Het zijn virtuoos bewerkte dozen, die ondanks de vele ingrepen toch een heldere, ordelijke indruk maken.

Maar hoe mooi de tentoonstelling op zichzelf ook is, de strikt formele benadering van de ontwerpen doet toch geen recht aan Terragni's werk. Zonder de nodige toelichtingen en het schetsen van de context is de Terragni-expositie nu vooral iets voor ingewijden geworden. Voor de niet-specialistische bezoeker blijft het schitterende materiaal ondoorgrondelijk. Vooral de kern van Terragni's werk, de versmelting van classiscime en modernisme, gaat aan de gemiddelde bezoeker voorbij. Daar kunnen de nogal stijve schilderijen van Terragni, een stuk of twintig die nu voor het eerst allemaal zijn te zien, niets aan veranderen.

Zo wordt nauwelijks iets duidelijk over Terragni's opvattingen. Het Nieuwe Bouwen van boven de Alpen was voor Terragni te droog en moest worden voorzien van 'Italianità'. Dit streven naar een nationale variant van het Nieuwe Bouwen kwam voort uit zijn fascistische overtuiging en hij zocht de oplossing in het maatsysteem van het classicisme. Hiervan hangt jammer genoeg slechts één tekening die laat zien hoe Terragni de gulden snede toepaste in het Casa del Fascio in Como uit 1936.

In de loop van de jaren dertig, toen niet het rationalisme maar het classicisme steeds meer de voorkeur kreeg van de fascistische machthebbers, ging het classicisme ook in Terragni's werk een grotere rol spelen. Maar nooit kreeg het de overhand, het is altijd op een abstracte manier in zijn ontwerpen verwerkt, zoals in het raadselachtige Danteum uit 1938. In zijn casa Frigerio uit 1940 is zelfs geen spoor van classicisme te bekennen: het huis vormde volgens de tentoonstellingsmakers dan ook een wending in Terragni's oeuvre. Helaas is het oeuvre van Terragni na 1940 klein gebleven. In 1939 ging hij in dienst, drie jaar later vocht hij bij Stalingrad. Hij overleefde de barre Russische winter die hij in schetsen vastlegde. Maar de oorlog brak hem geestelijk: na terugkomst uit Rusland werd hij opgenomen in een psychiatrische inrichting. Weliswaar werd hij na paar maanden genezen verklaard en hij begon zelfs weer schetsen te maken, zo blijkt aan het slot van de tentoonstelling. Maar tijd om ze uit te werken kreeg hij niet meer: op 19 juli 1943 overleed hij aan een hartaanval.