Filmvernieuwingen vooral in tv-drama

UTRECHT, 1 OKT. Als we de tel niet kwijt zijn, bezit de Utrechtse regisseur en bioscoopexploitant Jos Stelling sinds gisteravond het recordaantal van vier Gouden Kalveren: een voor de produktie van De illusionist, een voor de regie van De wisselwachter, een Cultuurprijs voor het oprichten van de Nederlandse Filmdagen (en het bedenken van het Gouden Kalf) en nu dan een voor de beste korte film van het seizoen 1995-96.

Na het floppen vorig jaar van Stellings grote internationale project De Vliegende Hollander, is deze troostprijs een sympathieke opsteker. De wachtkamer is een goed uitgewerkt, aardig idee met een sterke pointe. In een stationswachtkamer beloert een broeierig heerschap (Gène Bervoets) alle vrouwelijke medewachtenden, maar er is er maar een die sjoege geeft: een in stewardessblauwe mantel gehulde schone (Bianca Koedam), die weinig later een stuk bloot been onthult, een knoopje losmaakt en ten overstaan van de slechts licht verbaasd kijkende medereizigers de voyeur bestijgt. Is ze een zinsbegoocheling?

Stelling kan met blikken en gebaren beter uit de voeten dan met woorden, dus dat komt goed van pas in deze voor de internationale markt bestemde, dialoogloze anekdote. Maar tot de beste Nederlandse korte film van het jaar kun je De wachtkamer alleen maar uitroepen, als je met die keuze eigenlijk iets anders wilt zeggen, zoals: “Kop op, Jos, we zijn je nog niet vergeten!”.

De meest interessante en soms ook de meest vernieuwende korte films vallen tegenwoordig in de categorie 'tv-drama'. De NPS liet er gisteravond tijdens het festival weer twee in première gaan, die in al hun onevenwichtigheid toch lieten zien dat je ook bij de televisie met filmtaal kunt experimenteren. - of misschien wel juist, door de relatieve onafhankelijkheid van commercieel succes.

Haar is het eerste originele scenario van de Belgische schrijfster Kristien Hemmerechts. In een 'single play' van 25 minuten zet regisseuse Wolke Kluppell het naar haar hand, zodat een anti-realistische, absurde en formalistische toon de overhand krijgt. Het huishouden van vader Josse de Pauw en moeder Olga Zuiderhoek, die hun dochter (Pauline Greidanus) laten portretteren door een schilder, baadt in een roodgouden gloed en er zijn ook steeds mysterieuze watergeluiden te horen. Wat het allemaal betekent, is niet helemaal duidelijk, maar je blijft verbaasd en gebiologeerd kijken naar dit stukje filmbravoure.

In De malle tennispet van de debuterende Anne van der Linden is de formele trouvaille een montage in mitrailleurtempo die ruim vijftig minuten volhoudt, totdat in het laatste beeld de rust en de dood hun opwachting maken. In de op een novelle van Remco Campert (bewerkt door Jan Blokker) gebaseerde film, zien we een gepensioneerde uitgever (Ton Lutz) lijden aan de onbereikbaarheid van de jeugd, gepersonifieerd door de jonge, uitdagende en aanbiddelijke echtgenote en muze (Will van Kralingen) van een bevriende blinde dichter. Met de toestemming van haar man heeft ze een relatie met een onbehouwen jonge beeldhouwer (Mark Rietman), die alleen maar fallische reuzenzwammen schept. De handeling verspringt tussen bodega Keyzer, het Bergense Huis met de Pilaren en het Rosa Spierhuis; ik dacht er een hommage aan A. Roland Holst en Mathilde Willink en hun artistieke en maatschappelijke Umfeld in te herkennen, maar de regisseuse zegt zich niet bewust te zijn geweest van de gelijkenissen van Lutz en Roland Holst en Van Kralingen en Willink. Toch is het een aardige en vaardige film geworden, zonder veel pretenties.

'De wachtkamer' is nog tijdens het Nederlands Filmfestival te zien op woe. om 17u. in Camera. 'Haar' en 'De malle tennispet' worden binnenkort uitgezonden op Nederland 3.