EMU-vlag kan niet uit in Italië

ROME, 1 OKT. Europa kost Italië volgend jaar 63 biljoen lire, bijna 75 miljard gulden. “Geen lire minder, geen lire meer,” zei premier Romano Prodi. Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat deze rekensom goed is gemaakt en dat deelname aan de Economisch en Monetaire Unie (EMU) veilig is gesteld.

Vrijdag schrikte het centrum-linkse kabinet het land op met een van de grootste bezuinigingsoperaties die ooit zijn doorgevoerd. In het recente verleden is alleen de ingreep van vier jaar geleden, toen Italië moest reageren op de val van de lire en het vertrek uit het Europese muntstelsel, omvangrijker.

Doel is het begrotingstekort binnen de criteria voor toetreding tot de EMU te brengen. Daarvoor moet het volgend jaar dalen tot drie procent. Zelfs binnen het kabinet klinken tegenstrijdige geluiden over de haalbaarheid daarvan.

Minister van Schatkist Carlo Azeglio Ciampi, de architect van deze bezuinigingsoperatie, voorspelde tijdens het G-7 overleg afgelopen weekeinde in Washington dat het tekort eind volgend jaar op 3 procent zal liggen. Premier Prodi was zaterdag minder stellig. “Met 3,5 of 3,6 ga je aan tafel zitten, kom je binnen,” zei hij. “En wij zijn nu in de buurt, ook al ontbreekt er iets.”

Sommigen zien hierin een teken dat Italië zijn hoop op een soepele opstelling van andere landen niet heeft opgegeven. Volgens het verdrag van Maastricht moet het tekort van de gehele overheid in aanmerking worden genomen. Prodi en Ciampi doen dat niet met hun rekensommen. Met hen bevriende financiële deskundigen hebben becijferd dat het tekort hierdoor ongeveer een procent hoger zou komen te liggen.

De rekensommen van het kabinet kunnen nog niet helemaal worden doorgelicht, omdat zeker een derde van de ingreep nog onduidelijk is. Het kabinet wil voor het einde van het jaar een speciale Eurobelasting invoeren. Die moet tegen de vijftien biljoen lire opbrengen. Maar hoe die belasting precies wordt geheven, is nog onduidelijk. Bovendien bestaat er grote twijfel aan de vraag of deze Eurobelasting inderdaad eenmalig kan zijn, zoals het kabinet heeft beloofd. Volgens minister van financiën Visco zal de maximale lastenverzwaring, voor de hoogste inkomensgroepen, tegen de 2.500 gulden liggen.

Prodi heeft verder gezegd dat ongeveer twaalf biljoen lire moet komen van nader uit te werken begrotingsoperaties. Mogelijk gaat het hierbij om het schuiven met posten, zoals Frankrijk dat ook heeft gedaan. In een interview met deze krant zei Prodi acht dagen geleden nog dat zijn begroting niet zou leiden tot verwijten van creatief boekhouden. Zaterdag zei Prodi echter: “Als de rest van Europa aan Frankrijk een paar ingrepen toestaat om de balans wat op te fraaien, moet het dat ook aan ons toestaan.”

Spanje heeft eveneens een forse begrotingsingreep voor Europa aangekondigd, maar Italië heeft de accenten duidelijk anders gelegd. Madrid legt de nadruk op het snijden in de uitgaven, terwijl Rome het vooral zoekt in vergroting van de inkomsten. De rechtse oppositie begint langzaam te ontwaken uit haar lethargie en roept dat Prodi het land alleen maar veel meer belasting weet te brengen. Hij is teruggeschrokken voor een ingreep in de geldverslindende pensioensector, met name in de zogeheten babypensioenen, voor mensen die nog lang de 65 niet hebben bereikt. Ook na de pensioenhervorming van vorig jaar kan je in Italië nog op 54-jarige leeftijd met pensioen gaan.

Diego Masi, fractieleider van de kleine partij van minister van buitenlandse zaken Lamberto Dini, is uit protest afgetreden. Hij vindt dat het kabinet zijn belofte van structurele hervormingen is vergeten en te makkelijk naar belastingverhoging heeft gegrepen. Veel geplande bezuinigingen zijn bovendien nog onzeker, zoals bij de Sociale-Verzekeringsbank en in gezondheidszorg.

Maar het kabinet heeft geen voorschot genomen op een mogelijke renteverlaging, wat Italië veel zuurstof zou geven: ieder procent minder betekent, gezien de enorme staatsschuld, ruim twintig biljoen lire minder aan rentebetalingen. De gouverneur van de centrale bank, Antonio Fazio, heeft gezegd dat de rente pas omlaag kan als de inflatie duidelijk aan het daling is. In september was de inflatie 3,4 procent op jaarbasis, een minder goed cijfer dan het kabinet had gehoopt.

Er is ook kritiek op de verdeling van de lasten. De zware nadruk op belastingen betekent dat de belastingbetaler het gros moet ophoesten. Gezien de enorme ontduiking gaat hierdoor een grote groep vrijuit. “Het eerlijke Italië moet de prijs van de vertraging en het slechte bestuur voor zijn rekening nemen om heel het land Europa binnen te slepen”, schreef de linkse krant La Repubblica. Bovendien draagt het belasten van kapitaal en arbeid het gevaar in zich een recessie te bevorderen of de groei af te dempen.

Als deze ingreep volstaat om Italië vanaf het begin te laten deelnemen aan de EMU, zal deze kritiek grotendeels verstommen. Premier Prodi antwoordt 'ja' zonder zweem van twijfel. De opleving van de lire op de valutamarkten laat zien dat hij veel krediet heeft in financiële kringen. Maar er zijn nog teveel vraagtekens om nu al de Europese vlag uit te hangen voor Italië.