Drugsonderzoek in opspraak; CDA: geef inzicht in zaak-België

DEN HAAG, 1 OKT. Minister Sorgdrager (Justitie) moet een overzicht maken van de drugsonderzoeken die de Nederlandse politie de afgelopen vijf jaar heeft uitgevoerd in samenwerking met de dit weekeinde in opspraak geraakte Belgische justitiële gezagsdragers.

Dit vraagt het Tweede-Kamerlid Hillen (CDA) vandaag van de bewindsvrouw van justitie. Hij reageert daarmee op een artikel in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag waarin werd gemeld dat het Amsterdamse openbaar ministerie serieuze verdenkingen koestert over hulp die Nederlandse hasjhandelaren jarenlang hebben gehad van een aantal hooggeplaatste Belgische opsporingsambtenaren. Over deze zaak heeft de Belgische drugshandelaar Swennen, die op 14 maart werd geliquideerd, uitvoerige verklaringen afgelegd tegenover de Nederlandse politie.

Hillen wil weten welke onderzoeken Nederland heeft uitgevoerd met de Belgische rijkswachter Van Mechelen en de aan de ambassade van België in Den Haag verbonden liaison-officer Luijten. Zij zouden, aldus belastend materiaal waar het OM in Amsterdam over beschikt, diensten hebben verleend aan hasjhandelaren. Ook vraagt Hillen of buitenlandse opsporingsdiensten hierin een rol hebben gespeeld.

In het Amsterdamse onderzoek is eveneens de Antwerpse magistraat W. De Smedt genoemd, omdat hij volgens Swennen zou hebben geprobeerd recente onderzoeken naar Van Mechelen te saboteren. De Belgische parlementariër R. Delathouwer (SP) heeft gisteren bevestigd dat De Smedt februari dit jaar tot tweemaal toe heeft geprobeerd te interveniëren in een strafrechtelijk onderzoek naar de betrokkenheid van hooggeplaatste Belgische justitiële functionarissen bij drugstransporten naar Nederland. Delathouwer is voorzitter van de Belgische parlementaire commissie die toezicht houdt op de politie. De commissie waaraan Delathouwer leiding geeft hoorde gisteren De Smedt, die lid is van het Comité P, het controle-orgaan van de politiediensten in België dat onder meer is belast met onderzoek in de zaak-Dutroux.

Volgens Delathouwer heeft De Smedt op 19 en 26 februari van dit jaar als lid van het Comité P voorgesteld te interveniëren in het toen al lopende strafrechtelijk onderzoek tegen Van Mechelen. De Smedt zou na de arrestatie van Van Mechelen hebben gewezen op “disfuncties” bij de rijkswacht in Antwerpen en hebben gezegd dat hij als lid van het Comité P daar een onderzoek naar wilde leiden. Delathouwer noemt dit voorstel van De Smedt “opmerkelijk omdat het Comité P niet bevoegd is zaken in onderzoek te nemen die al in handen zijn van de gerechtelijke autoriteiten”.

De overige vier leden van het Comité P wezen het voorstel van De Smedt af. Toch deed De Smedt een week later opnieuw een poging de zaak-Van Mechelen in onderzoek te nemen. “Gelukkig hebben de andere leden van het Comité ook toen gezegd: De Smedt, dit kan niet”, aldus Delathouwer.

De Smedt ontkent dat hij Van Mechelen heeft geholpen. Hij wijst erop dat hij in 1988 een onderzoek naar Van Mechelen heeft willen houden wegens het opmaken van valse processen-verbaal maar daarvan is afgehouden. In het parlement weigerde De Smedt gisteren te zeggen door wie. Bij justitie in Antwerpen wordt overigens gezegd dat De Smedt de afgelopen maanden voortdurend de Antwerpse onderzoeksrechter Mahieu heeft benaderd om te horen hoe het onderzoek naar Van Mechelen ervoor staat. Een dergelijke stap wordt in België zeer ongebruikelijk genoemd.

Mahieu geeft geen commentaar op de zaak.