Concurrent van de Amerikaanse dollar heeft nog een lange weg te gaan; EU ziet in euro nieuwe wereldmunt

AMSTERDAM, 1 OKT. Als het aan W. Duisenberg ligt, zal de euro in de volgende eeuw een hoofdrol gaan vervullen als internationale reservevaluta naast de dollar en de yen. De president van de Nederlandsche Bank en volgend jaar voorzitter van het Europese Monetaire Instituut - de voorloper van de Europese Centrale Bank, die in 1999 start, verwacht een voorname rol voor de Europese munt op het internationale monetaire speelveld.

De euro heeft daarvoor een lange weg te gaan. Hoewel de Amerikaanse dollar wispelturig is en niet al te sterk, wordt volgens gegevens van het Internationale Monetaire Fonds 56 procent van alle officiële reserves bij de centrale banken wereldwijd aangehouden in dollars. En dat marktaandeel is de laatste tien jaar niet veranderd.

Dat heeft zijn redenen. Centrale banken houden buitenlandse valutareserves aan als buffer tegen invoerverplichtingen en om koerssteun aan de eigen munt te kunnen verlenen. Hoewel slechts 13 procent van de wereldwijde import uit de Verenigde Staten zelf komt, luidt volgens de Amerikaanse bank J.P. Morgan de prijs van 48 procent van de mondiale invoer in dollars. Dat komt bijvoorbeeld omdat de prijs van veel grondstoffen, met name die van olie, in dollars luidt. Maar ook omdat de munten van veel landen niet als betaalmiddel worden geaccepteerd en exporteurs betaling in harde valuta verwachten. Argentinië en Hongkong hebben hun eigen munt omgevormd tot een satelliet van de dollar, en houden daarom grote dollarreserves aan tegenover het eigen geld dat zij in omloop brengen. Veel landen in Latijns-Amerika en het Verre Oosten voeren een politiek van dollar-koppeling.

Niet alleen in de wereldwijde handelsstromen, maar ook in de kapitaalstromen is de dollar dominant. Tegen de veertig procent van de wereldwijd grofweg 12.000 miljard dollar aan verhandelbare aandelen luidt in dollars. Voor de (veel grotere) obligatiemarkt is dat marktaandeel vermoedelijk nog hoger. Niet alleen is de Amerikaanse obligatiemarkt wereldwijd dominant, maar veel internationale obligatieleningen worden in dollars uitgeschreven.

Deze 'euro'-obligatiemarkt begon in de jaren zestig als een markt in dollarleningen buiten de Verenigde Staten om - de aanduiding 'euro' is in dit verband even verwarrend als ironisch. En een groot deel van de probleemschulden van derde-wereldlanden is eind jaren tachtig herverpakt in dollar-obligaties, de zogenoemde Brady-bonds.

Op de valutamarkt, waar de noodzakelijke valuta-omwisseling voor al de handels- en financiële transacties het dagelijkse lunapark van speculatie en arbitrage aanstuurt, is de dollar dan ook nog steeds de eminente munt. Volgens een telling van de Bank voor Internationale Betalingen wordt er dagelijks netto (in dollars gerekend) 1,14 miljard aan contante- en termijntransacties omgezet.

Daarbij is het volume in dollartransacties tweemaal groter dan dat van munt nummer twee, de Duitse mark. En eenvijfde van de marken-transacties betreft handel tegenover munten die straks, net als de mark zelf, opgaan in de euro. Die omzet valt straks weg, zodat in eerste instantie het marktaandeel van de dollar in de valutahandel zal toenemen.

De yen, die in de jaren tachtig de opmars van de Japanse economie en financiële wereld had moeten weerspiegelen met een grotere rol op het wereldtoneel, heeft die belofte nooit waargemaakt. Zeven procent van de mondiale valuta-reserves wordt aangehouden in yen, en dat is niets meer dan tien jaar geleden.

Het gewicht van de D-mark, de Franse franc, de gulden en de ecu samen in die internationale deviezenreserves is nu 22,4 procent. Dat was tien jaar terug nog 30 procent. Kijkt de euro, die het gewicht bundelt van industriële grootmachten als Duitsland en Frankrijk, net als de yen tegen een remmende achterstand aan?

Niet helemaal. De internationale dollarreserves bij centrale banken zijn ironisch genoeg juist op peil gebleven door de zwakte van de Amerikaanse munt. Het op de markt opkopen van dollars bij wijze van koerssteun, door Japan en Duitsland, heeft hun dollarreserves veel meer opgeblazen dan nodig is. En juist het stuwmeer aan overtollige dollars is een structurele ondermijning voor de kracht van Amerikaanse munt.

Daar ligt de kans voor de euro, als die een betrouwbaarder alternatief voor de dollar kan worden. En dat ligt aan de financiële huishouding van de Europese landen die straks de euro invoeren. Duitsland, en zijn D-mark, hebben die status nu.

Tien procent van de wereldexport komt uit Duitsland, maar 15,3 procent van de wereldexport luidt in D-mark. Als de Europese 'kern' straks op de euro overgaat, dan zal 17 procent van de wereld-export uit de EMU-landen komen (waarbij voormalige intra-Europese handel is weggestreept). Als de euro even betrouwbaar wordt als de mark, kan straks volgens J.P. Morgan 25 procent van de wereldhandel in euro's gaan luiden. En dat betekent dat de wereldwijde euro-reserves omhoog zullen moeten. Bovendien worden de overtollige dollarreserves van de Europese centrale banken straks nog overtolliger. De gezamenlijke Europese Centrale Bank zal, door zijn schaalvoordeel, met een kwart minder aan deviezenreserves toekunnen. En dat is zo'n 80 miljard gulden, waarvan een groot deel in dollars die gaandeweg moet worden geloosd.

De internationale lancering van euro zal ook zijn gebaat bij een uiteindelijke deelname van Groot-Brittannië aan de Europese muntunie. Hoewel de economische rol van dat land op het wereldtoneel bescheiden is, heeft het pond sterling nog altijd een vooraanstaande positie.

Dat heeft te maken met het verleden. In de vorige eeuw speelde het pond de rol van de dollar als internationale ankermunt. Maar het heeft ook te maken met de Londense City, waar bijna een derde van alle mondiale valutatransacties wordt afgehandeld. Met het pond én de City binnen de grenzen kan de euro een betere gooi doen naar de positie van internationale reservemunt die Duisenberg voorziet. Voor het uitkomen van die voorspelling heeft de muntunie Groot-Brittannië net zo hard nodig als andersom.