Zedenschandaal schokt Oostenrijk

WENEN, 30 SEPT. Het leek anderhalf jaar geleden, toen de voorbereidingen ervan begonnen, gewoon een willekeurige tentoonstelling te worden over een belangrijk onderwerp. Een gevoelig onderwerp ook. Bij de opening vorige week bleek de expositie (K)ein sicherer Ort - sexuelle Gewalt an Kindern in het Kindermuseum in Wenen ook nog eens bijzonder actueel.

Niet alleen door het zedenschandaal in België, dat ook in de Oostenrijkse media op de voet wordt gevolgd. De zoektocht naar de Belgische meisjes An en Eefje bracht de politie op het spoor van een vanuit Oostenrijk opererende kinderprostitutie-bende, die Slowaakse meisjes ronselde. De 13- en 14-jarige meisjes werden aan huis bezorgd of naar een hotelkamer gebracht. De klanten konden de kinderen gebruiken voor foto's en films of seks.

Onthullingen over een tweede zedenschandaal zorgden voor nog meer opwinding. Bosnische kinderen bleken in een prostitutie-netwerk terecht te zijn gekomen. Twee mannen uit Linz, die in hetzelfde flatgebouw als de Bosnische gezinnen woonden, hadden de kinderen met geld en snoep in hun woningen gelokt. Vandaar vertrokken ze per taxi naar de klanten. De hulpverleners moesten toen aan vrouwen, die in de oorlog in Bosnië soms zelf verkracht waren, vertellen dat hun kinderen misbruikt waren. Achteraf bleek dat een aantal gezinnen op de hoogte geweest moet zijn. De kinderen brachten, na een paar uur te zijn weggeweest, honderden guldens mee naar huis.

De laatste tijd duiken in de media regelmatig berichten op over incest-zaken, wat in Oostenrijk nogal uitzonderlijk is. Uit cijfers van het ministerie van binnenlandse zaken blijkt bovendien dat het aantal aangiften van ontucht met minderjarigen dit jaar met 53 procent is gestegen - wat zowel kan wijzen op een toename van het aantal delicten als op een grotere bereidheid om aangifte te doen. Volgens hulpverleners en onderzoekers krijgt het probleem nu eindelijk de publieke aandacht die het verdient.

Maar publieke aandacht alleen zal niet veel helpen, liet Helga Konrad, minister van vrouwenzaken, weten. Zij vindt de roep om hogere straffen hypocriet zolang de traditionele machtsverhoudingen binnen het gezin, die seksueel misbruik van kinderen in de hand werken, niet eveneens worden aangepakt. Of het haar lukt om een maatschappelijke discussie daarover op gang te brengen is de vraag. Kritiek op het instituut gezin is in Oostenrijk taboe. Elke ingreep in de traditionele verhoudingen wordt hier al gauw gezien als een bedreiging van het gezin en daarmee uiteindelijk van de hele Oostenrijkse samenleving.

Des te verwonderlijker is het dat deze tentoonstelling, waarin weinig goeds over het gezin wordt getoond, uitgerekend door het ministerie van Milieu, Jeugd- en Gezinszaken werd georganiseerd. Nog verrassender was de openingsrede van de minister van Gezinszaken, Martin Bartenstein. Hij kwam met cijfers waaruit bleek dat 70 procent van de daders van seksueel misbruik tegen kinderen familieleden zijn. Dat was voor het eerst dat vanuit conservatieve zijde in Oostenrijk expliciet kritiek werd geuit op het gezin.

Bartenstein moest in zijn rede overigens teruggrijpen op Duitse cijfers. Zijn eigen ministerie heeft tot nu toe altijd verzuimd onderzoek te laten doen naar de omvang van seksueel misbruik binnen het Oostenrijkse gezin. Daarom heeft de minister van vrouwenzaken uiteindelijk maar besloten opdracht voor zo'n onderzoek te geven. Het bewijst nog eens de competentiestrijd tussen beide ministeries. Gezinszaken waakt, met een ruim budget, over de belangen van het gezin. In de praktijk worden vooral de projecten van Vrouwenzaken, die over aanzienlijk minder geld beschikt, met argusogen gevolgd.

    • Karin Jusek