Wie oorlog wil met Le Pen, kan die krijgen

VINCENNES, 30 SEPT. “Uw aanval op het Front National maskeert het echec van uw regering. Denk goed na voor u het Front aanvalt. Als u oorlog wilt, kunt u 'm krijgen! Dan bent u verantwoordelijk, en niemand anders.” Wind in de microfoon maakt van Jean-Marie Le Pens toespraak een nog grimmiger hoorspel over decadentie en een Frankrijk waar geen plaats voor de Fransen is.

Het is één van de keren dat de vele duizenden die zijn toegestroomd in het Bois de Vincennes aan de oostkant van Parijs luid aplaudisseren. Een mevrouw houdt zelfs haar hondje omhoog om mee te klappen. “Vive Le Pen”, roept de man vooraan die eerder de doodstraf voor drugsdealers wilde uitbreiden tot Arabieren.

Het jaarlijkse Bleu-Blanc-Rouge-feest van Frankrijks extreem rechtse partij is een feest van 'Terre et Peuple' (Land en Volk), van 'Aventure et Tradition'. Speciale wijnen, tinnen soldaatjes en vaandels met oud-strijders eronder verhogen de sfeer van een diepgewortelde beweging. Le Pen is het onbetwiste kopstuk, met naar eigen zeggen nu zes miljoen Fransen achter zich. Maar demagogisch gesproken is zijn twee uur durende tirade geen kunstwerk.

Bruno Mégret, de tweede man van de beweging en FN-burgemeester van Marignane, de industriële buurstad van Marseille, legt na afloop graag uit waarom de toespraak van Le Pen toch een “een belangrijk verhaal” is. Hij moet even de Marseillaise meezingen. Dan vervolgt hij: “Het snijdt nieuwe thema's aan die de identiteit van het Front National definiëren. Het gaat niet alleen meer tegen immigratie en de sociale politiek. Het Front komt nu op voor vrijheid. Dat is bepalend voor de toekomst.”

De heftige reacties op Le Pens recente uitspraken over de ongelijkheid der rassen, de roep om een verbod van het Front, de voorbereiding van een wet die racistische taal strafbaar stelt, het is als manna uit de hemel gevallen. De leider van het Front National, die 15 procent haalde bij de presidentsverkiezingen van 1995, maar niet in het parlement zit, grijpt kritiek aan als bewijs van de slachtofferrol van zijn beweging. Terugslaan uit de verdrukking levert hem aandacht op: de afgelopen drie weken was hij zeven keer op de televisie en zeker drie keer uitvoerig op de radio.

Gistermiddag in het Bois de Vincennes ging hij in een hogere versnelling. “Ons vrije woord is in gevaar. Het enige doel van de wet van Chirac, Juppé en Toubon (minister van justitie, red.) is de onstuitbare opkomst van het Front National stuiten. Wij zijn de zondebok. Het is een gelegenheidswet, een burgeroorlogwet. De huidige elite gebruikt intellectuele terreur om de natie om zeep te helpen!”

Le Pen, de jurist die zo nodig betere juristen raadpleegt, hield zorgvuldig afstand van de afgrond van meer verbaal racisme. Integendeel, hij verklaarde plechtig dat hij nooit de superioriteit van één ras boven een ander ras had beleden. “Minachting en haat zijn mij vreemd, dat is de toon van mijn aanvallers.” Waarna Le Pen een onnavolgbare slalom door wetenschap en geschiedenis maakte, met weglating van een - naar hij suggereerde - racistisch citaat van generaal De Gaulle dat te erg was om uit te spreken.

Het diende allemaal om duidelijk te maken dat hij iets vanzelfsprekends had gezegd: “Rassen bestaan.” Verwijzend naar een obscure Nobelprijs-winnaar weidde Le Pen ter toelichting uit over verschillen in afkomst, weerstand tegen ziekten èn bepaalde geneesmiddelen, en verschijningsvorm. “Het gaat niet om een absolute hiërarchie maar een veelheid aan verschillen. Je zag het aan de finales hardlopen op de Olympische Spelen. En het feit dat bij het zwemmen weinig zwarten meededen betekent nog niet dat zwarten niet kunnen zwemmen.” Die vindt zijn gehoor grappig.

Om het zijn tegenstanders nog lastiger te maken ging Le Pen nog even door met “het preciseren van onze doctrine”. Als humanist en christen geloofde hij in de “gelijkheid van de mens in waardigheid”, in “gelijke rechten en plichten van iedere burger volgens de Grondwet”. Maar als burger kwam hij op voor het recht op vrije meningsuiting, en constateerde hij diepgaande verschillen tussen groepen mensen, en verdedigde hij “het recht van Fransen trots te zijn op hun verleden”.

De basis van zijn betoog is eenvoudig. Het gaat slecht met Frankrijk. De werkloosheid is 12,6 procent, regeringen van rechts en links weten niet wat er aan te doen. Le Pen klaagt alle vormen van “morele laksheid” bij de politieke elite aan. Bovenal “de immigratie die Frankrijk ondermijnt, die Fransen werk en veiligheid ontneemt” - niet de schuld van de immigranten maar van de politici die hen toelaten, die Schengen en het Verdrag van Maastricht goedkeuren.

De dood door messteken van een vijftienjarige jongen in Marseille, eerder deze maand, “is een voorteken van de drama's van morgen”. De dader was een Fransman van Marokkaanse komaf, het slachtoffer een Fransman van Franse komaf. Het blijvende thema van het Front National. “In plaats van de oorzaken aan te pakken laten deze bendeleiders, deze pornocraten onze jeugd aan haar lot over. Geweld is gewoon geworden. Het is het bekende scenario: het Front National zwart maken is makkelijker. De regering-Juppé? Een criminele organisatie, een mafieus systeem.”

En zo komt Le Pen in zijn betoog, dat diverse stations meermalen aandoet, terug bij het racisme. “Er ís in dit land een inferieur ras: het ras van de inheemse Fransen. Kijk naar de aandacht die zij krijgen. Miljoenen boeren, arbeiders, ambtenaren en winkeliers worden in hun eigen land behandeld als paria's. Je kunt beter buitenlander zijn in Frankrijk.”

Als de redevoering om zes uur voorbij is, het Land of Hope and Glory is verstorven en de blauwe, witte en rode ballonnen in een baan om de aarde zijn gebracht, gloeien Jean-Pierre en Annie (eind dertigers) uit de Isère nog helemaal na. Zij leggen sinds zes jaar alle toespraken van Le Pen op video vast, om het woord te verbreiden onder vrienden en bekenden. Ze hadden maar voor anderhalf uur band bij zich, dus zij hebben het einde gemist. “Maar het was weer prachtig, niet?” Wat vonden zij het mooist? “Dat hij de Fransen verdedigt!”, zegt zij. Jean-Pierre, zonder werk: “Dat hij de waarheid zegt en recht uit het hart praat. Le Pen kent het leven.”

Ook Marie-Ange, gepensioneerde van de Banque Nationale de Paris, is FN-lid sinds 1980. Haar vader werd door zijn wangen geschoten in de Slag bij Verdun (1916). Zij is gekleed in een zelfgebreide blauw-wit-rode angora trui. Ook zij weet wat werkloosheid is. Haar zoon is erdoor getroffen. “Ik schaam me daarvoor; hij wat minder sinds hij hier ook komt.”

Even tevoren riep Le Pen uit: “Wat is de misdaad van het Front National? Zijn onschuld. Hebben wij in de 23 jaar van ons bestaan gezorgd voor deze werkloosheid, deze corruptie, deze immigratie, deze belastingen? Wij zijn nog nooit aan de macht geweest! Wij zijn het geweten van de natie, het toevluchtsoord van Franse burgers die de alarmklok luiden. Als die wet tegen ons doorgaat, dan wordt het als onder de bezetting. Dan komen wij in verzet. Dan bevechten wij onze vrijheid van meningsuiting met moderne middelen, per fax, internet, alles. Het Front National is de verdediger van de vrijheid om te denken, de vrijheid van komen en gaan, om een school te kiezen, om je huurder uit te zoeken. Weg met de gedachte-politie. De boeven en bandieten van deze regering willen een papieren Maginot-linie tegen ons opwerpen, een muur die zal bezwijken onder het natuurlijk geweld van ons gezond verstand, dat dit hele gaullistisch-anarcho-trotskistische politieke systeem zal meeslepen. De tijden zijn hard, en ze worden nog harder vóór de overwinning ons geloof bekroont. Jonge Fransen en Françaises, het komt aan op uw moed. Neemt uw lot in eigen hand. Wordt lid van het Front National en strijdt voor Frankrijk!” Voor duizenden, miljoenen Fransen zegt Jean-Marie Le Pen waar het op staat.