Weg vrij voor schuldsanering armste landen

WASHINGTON, 30 SEPT. De groep van zeven rijke industrielanden (G7) heeft dit weekeinde de weg vrijgemaakt voor een plan tot verlichting van de schulden van de armste landen. Het plan gaat 5,6 tot 7,7 miljard dollar kosten.

Uitvoering van het door het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en de Wereldbank opgestelde schuldenplan was afhankelijk van de bijdrage van de crediteurenlanden in de zogeheten Club van Parijs. De Amerikaanse minister van Financiën, Robert Rubin, maakte na een vergadering van de G7-ministers bekend dat de Club van Parijs bereid is tot een bilaterale schuldvermindering voor de armste landen van maximaal 80 procent, waarbij “van geval tot geval” een besluit wordt genomen. De G7-landen zijn de belangrijkste crediteuren in de Club van Parijs.

Tot nu toe ging de Club van Parijs niet verder dan 67 procent, de zogenoemde 'Napels-termen', op grond van afspraken tijdens een G7-top twee jaar geleden in Napels. Leiders van de zeven industrielanden hadden ruim een jaar geleden tijdens hun top in Halifax aan IMF en Wereldbank gevraagd om een schuldverlichtingsplan voor de armste landen.

Het Interim-Comité, het beleidsbepalende IMF-orgaan van ministers, ging gisteren akkoord met het schuldenplan. De Canadese minister van Financiën, Paul Martin, zei dat van alle IMF-besluiten dit jaar dat over de schuldverlichting het meest in de herinnering zal blijven.

De heikele vraag of het IMF een klein deel (vijf procent ofwel twee miljard dollar) aan goudreserves moet verkopen, om met de beleggingsopbrengst aan de financiering bij te dragen, kwam dit weekeinde niet nadrukkelijk aan de orde, omdat het IMF voorlopig voldoende middelen beschikbaar heeft. Rubin maakte duidelijk dat een besluit over de goudkwestie naar de toekomst is verschoven.

Pagina 10: Plan kan 7,7 mld dollar kosten

“Het belangrijkste was dat we nu een start konden maken”, aldus Rubin. Hij beklemtoonde dat op enig tijdstip toch goud moet worden verkocht. Zijn Duitse collega Waigel onderstreepte dat Bonn zijn verzet hiertegen niet opgeeft. In het IMF-bestuur is de vereiste gekwalificeerde meerderheid voor een besluit tot goudverkoop aanwezig.

Het schuldenplan omvat verlichting van multilaterale schulden aan instellingen als IMF en Wereldbank en van bilaterale schulden aan crediteurenlanden. Voor schuldverlichting komen acht tot twintig landen in aanmerking, waarvan de schuldenlast als “onhoudbaar” of “moeilijk houdbaar” wordt aangemerkt. Het gaat hierbij om landen waarvan rente- en aflossingsverplichtingen groter zijn dan 20 à 25 procent van de export en de totale schuld twee tot tweeënhalf keer zo groot is als de export. IMF-topman Michel Camdessus wees kritiek dat de criteria te zwaar zijn van de hand. “Uit ervaring weten we dat landen met schulden tot aan deze percentages in een houdbare situatie zijn gekomen.” De landen moeten om schuldverlichting te krijgen eerst bewezen hebben een goed economisch beleid te voeren.

De twintig landen, waarvan de meeste in Subsahara-Afrika liggen, hebben volgens de Wereldbank samen 97 miljard dollar schuld. Ruim de helft hiervan is bilateraal, bijna een kwart multilateraal. De rest betreft schulden aan de particuliere sector (banken) en kortlopende verplichtingen. De totale kosten van de schuldverlichting belopen 5,6 tot 7,7 miljard dollar, afhankelijk van de veronderstelde exportgroei in de armste landen. De totale schuldverlichting komt per saldo uit op iets minder dan 20 procent, omdat bepaalde schuldcategorieën, met name bij de Club van Parijs, niet voor verlichting in aanmerkinmg komen. Het grootste deel van de kosten van dit plan komt voor rekening van IMF, Wereldbank en Club van Parijs.

IMF en Wereldbank waren er in hun berekeningen nog vanuit gegaan dat de Club van Parijs tot 90 procent schuldvermindering bereid zou zijn. Maar Wereldbankpresident James Wolfensohn liet dit weekeinde weten dat ook met een bijdrage van 80 procent snel aan uitvoering van het schuldenplan kan worden begonnen.

Volgens berekeningen van de Wereldbank zelf betekent het niettemin dat de multilaterale instellingen (IMF, Wereldbank en nog enkele crediteuren) in de goedkoopste variant van het schuldenplan niet 2 miljard maar 3,2 miljard moeten bijdragen. Dit kan betekenen dat het IMF-bestuur eerder tot goudverkoop zal besluiten dan tot nu toe werd aangenomen.

Het IMF zal aan het schuldenplan bijdragen via het bestaande ESAF-fonds voor de armste landen. Hieruit kunnen dan zeer langlopende goedkope leningen of schenkingen worden verstrekt.

Wolfensohn zei dit weekeinde dat zijn bank de komende jaren 2 miljard dollar uit eigen reserves voor het initiatief wil uittrekken. Het is nog onduidelijk hoeveel geld op welk moment nodig is. Dat komt omdat landen in het uiterste geval gedurende zes jaar een goed hervormingsbeleid moeten hebben gevoerd. Dit om te voorkomen dat andere landen gemakkelijke schuldverlichting zouden opvatten als uitnodiging een slecht beleid te voeren. De periode van zes jaar zal flexibel worden toegepast: landen die na eerdere schuldsaneringen al een goede track record hebben opgebouwd, kunnen binnen één of twee jaar schuldverlichting onder het nieuwe plan tegemoet zien. Vanaf eind dit jaar kunnen de onderhandelingen van multilaterale en bilaterale crediteuren met de eerste landen beginnen. De meest waarschijnlijke kandidaten zijn Oeganda en Bolivia.