Shusaku Endo 1923-1996; Hopeloos verstrikt in morele dilemma's

Een slecht zittend Westers pak, zo noemde hij het geloof dat hem op 11-jarige leeftijd door een katholieke tante werd aangemeten. De Japanse schrijver Shusaku Endo, die zondag na een ziekbed van enkele maanden overleed, heeft dat pak niettemin nooit meer uitgetrokken; hoewel hij een van de bekendste naoorlogse auteurs van zijn vaderland werd, maakte zijn achtergrond hem ook tot een vreemde eend in de bijt.

Endo besefte al vroeg dat het katholicisme de Japanse geest wezensvreemd was, maar uit zijn eigen romans en verhalen rijst het beeld op van de lijdende mens, slachtoffer èn dader, hopeloos verstrikt in morele dilemma's, tevergeefs smachtend naar verlossing.

Endo werd geboren in Tokio, bracht zijn kinderjaren door in het noordoosten van China en keerde in 1933 na de scheiding van zijn ouders terug naar Japan. Zijn zwakke gezondheid - Endo bracht een groot deel van zijn leven in ziekenhuizen door en werd vele malen aan zijn longen geopereerd - hield hem uit het leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1950 was hij de eerste Japanse student die met een beurs in Frankrijk mocht studeren. Daar raakte hij onder invloed van de Franse katholieke schrijvers van die tijd, zoals André Maurois en Julien Green.

In het voorwoord van een novelle die hij over zijn Franse studietijd schreef, vertelt Endo hoe hij tijdens een wandeling in Lyon langs het gebouw liep waar de Gestapo gevangenen verhoorde en martelde. Die donkere kelders werden voor hem het symbool voor krachten die diep in de mens schuilen en zich onttrekken aan moraal en beschaving.

In de roman die hem tot een bekend auteur maakte, Umi to dokuyaku (1957, in het Engels Sea and Poison) laat hij op een ijzingwekkende manier zien hoe mensen hun wreedheid met rationele argumenten weten aan te kleden: in een Japans ziekenhuis laat een groep doktoren zich tijdens de oorlog gaandeweg verleiden tot het plegen van vivisectie op Amerikaanse krijgsgevangenen. Ook in zijn latere werk spelen ziekenhuizen een grote rol, als toneel van troost en verlatenheid, zorg en machtsmisbruik.

Endo's beste roman, een meesterwerk, verscheen in 1966. Chimmoku (Stilte) speelt zich af in de zeventiende eeuw en beschrijft de hopeloze poging van een Portugese missionaris om de Japanners het katholieke geloof te brengen in tijden van wrede vervolgingen. De missionaris wordt opgejaagd door een desolaat landschap en moet toezien hoe zijn werk leidt tot de zinloze marteldood van honderden eenvoudige gelovigen. Zij klampen zich vast aan de God die hij hen heeft leren kennen, maar de missionaris zelf raakt steeds meer in vertwijfeling door de verpletterende stilte die zijn God laat volgen op hun gruwelijke lijden.

De Japanners nemen hem gevangen en bieden hem de kans een einde aan zijn martelgang te maken door zijn geloof af te zweren: hij hoeft alleen maar zijn voet op een afbeelding van Christus te zetten. De missionaris bezwijkt en op het moment dat hij zijn voet op het gezicht van Christus wil zetten, verbreekt God eindelijk de stilte, het gezicht op de houten plank moedigt de missionaris aan hem te verloochenen.

Daar ergens houdt de God van Endo zich op: diep in de mens zelf, in zijn grootste ontreddering, de pijnlijkste vernedering. Dat besef leidde bij deze schrijver niet tot zelfgenoegzaamheid. In latere romans bleef Endo schrijven over de vaak onzichtbare scheidslijn tussen goed en kwaad, en stelde zich de vraag of er zoiets als genade bestaat. Daarbij maakte hij het zichzelf nooit gemakkelijk. In het late hoogtepunt Het Schandaal (1986, de vertaling werd onlangs herdrukt bij uitgeverij Prometheus) ziet een gerenommeerde Japanse katholieke romancier zich geconfronteerd met een sadistisch alter ego, die genadeloos een einde maakt aan zijn genoeglijke geloof in vergiffenis na de zonde. In zijn laatste roman, Diepe rivier (vorig jaar in vertaling verschenen) wordt het beeld van de lijdende mens uitvergroot tot universele proporties. Wreedheid, armoede, ziekte en dood laten zich niet wegpoetsen door het geloof in een God. Pas helemaal aan het eind van het boek laat Endo een zwakke glimp van verlossing zien in het beeld van een non die aan de oevers van de Ganges de stervenden in hun laatste uren verzorgt.

Shusaku Endo had ook een lichte kant, die wij in het westen nooit te zien hebben gekregen: hij schreef een aantal luchtige romans, presenteerde talkshows op de Japanse televisie en schijnt bovendien een hartstochtelijk operazanger geweest te zijn. Die persoonlijkheid zullen wij hier niet meer leren kennen. Maar wat we wel hebben zijn romans en verhalen die we niet meer zullen kunnen missen.