Sabotage Netanyahu blokkeert vrede

Na het geweld van vorige week moet Israel kiezen: doorgaan met het vredesproces of sabotage van dat proces. Als in Israel het besef doordringt dat de oorlog premier Netanyahu een alibi verschaft het vredesproces verder te blokkeren, is het met diens politieke loopbaan gedaan, stelt Michael Stein.

De uiteindelijke breuk tussen de regering-Netanyahu en het Palestijnse Gezag onder leiding van Yasser Arafat voltrok zich bijna twee weken geleden bij de eerste, herhaaldelijk uitgestelde ontmoeting tussen Arafat en Yitzhak Mordechai, de Israelische minister van Defensie. Bijna vier uur spraken de delegaties met elkaar, met name over de hergroepering van het Israelische leger in Hebron. Maar het was bepaald geen “vruchtbare uitwisseling van ideeën”, meer een ontmoeting van doven zonder gehoorapparaat. Zij spraken zo lang, omdat zij zich eindeloos herhaalden.

Tot grote woede van de Palestijnen had Mordechai van premier Netanyahu “geen instructies” gekregen. Maar hij liet in naam van de premier weten dat het door de regering-Peres gesloten akkoord drastisch gewijzigd moest worden. Als Arafat daarmee niet akkoord ging, zouden alle verdere onderhandelingen worden gestaakt. Aldus het verslag van een zeer goed ingevoerde bron bij het Israelische ministerie van buitenlandse zaken.

De belangrijkste, door Israel gestelde eis was dat het gebied in Hebron rondom het Graf van Abraham (de eerste Aartsvader van de joden en één van de Profeten van de moslims) geheel onder Israelisch civiel bestuur blijft. Daarmee zou de mogelijkheid worden geopend om in dit gebied, waar thans 20.000 Palestijnen en 450 joden wonen, op grote schaal huizen voor joden te bouwen. Dat is conform het programma van Netanyahu, die herhaaldelijk heeft gezegd dat zijn regering alles zal doen “opdat de joodse gemeenschap in volledige veiligheid kan leven en zich ontwikkelen”.

Krachtens de door de regering-Peres gemaakte afspraken zou dit gebied de komende drie jaar onder Palestijns civiel gezag vallen, maar onder Israelische militaire controle blijven. Waarmee de bescherming van de joden in Hebron gegarandeerd, maar uitbreiding van hun aanwezigheid verhinderd zou worden.

Voor Netanyahu is die opzet volstrekt onacceptabel. Hij en zijn nationalistische aanhang van zowel rechtse als orthodoxe signatuur zagen het door Peres gesloten akkoord als een langzame verstikking van de joodse aanwezigheid in Judea en Samaria. En zij zwoeren dat ongedaan te maken, hoewel Netanyahu zijn voornemens voortdurend verpakt in de noodzaak tot grotere veiligheid.

Vrijdag, op zijn persconferentie, maakte hij opnieuw zijn zorgen kenbaar over de veiligheid van de joodse gemeenschap in Hebron, “gevestigd in een vallei, die omringd is door heuvels waar gewapende, Palestijnse politiemannen gestationeerd zijn”. Hij vond dit “een ernstig probleem, waarover gepraat moet worden”.

Nadat Arafat door Mordechai voor de keus was gesteld: take it or leave it, besloot hij tot het laatste. Hij was bereid tot kleine wijzigingen in het akkoord om tegemoet te komen aan de Israelische veiligheidszorgen. Maar hij kon onmogelijk zijn fiat geven aan de uitbreiding op termijn van de joodse aanwezigheid in Hebron. Dat zou voor de overgrote meerderheid van de Palestijnen het bewijs zijn dat hij òf een Israelische agent òf een verrader was, maar hoe dan ook niet deugde.

Hij stond bijna mat, totdat Netanyahu hem een perspectief bood, haast op een gouden dienblad. Vorige week dinsdag werd bekend dat een 2.200 jaar oude, onderaardse tunnel in Oost-Jeruzalem vlakbij het gebied van de Aqsa-moskee op bevel van de premier was voorzien van een tweede toegang. Een nieuw bewijs, aldus een triomfantelijke Netanyahu, van Israels soevereiniteit over geheel Jeruzalem - nu en voor altijd.

Het was op z'n zachtst gezegd geen slimme zet. Na drie maanden van bewuste vernederingen door de regering-Netanyahu, die grootscheepse huizenbouw in de joodse nederzettingen in de bezette gebieden in het vooruitzicht stelde, Palestijnse huizen bulldozerde omdat zij “zonder vergunning” waren gebouwd, land confisqueerde voor nieuwe wegen ten behoeve van de joodse kolonisten, en elk vooruitzicht op een Palestijnse onafhankelijke staat uitsloot, had Arafat geen keus meer.

Door steeds meer Palestijnen werd hij verantwoordelijk gesteld voor hun economische ellende en voor de politieke impasse in het vredesproces, dat naar ieders gevoel tot niets leidde. Dus wierp hij, als beschermer van één van de heiligste plaatsen van de islam - direct nadat het nieuws over de tunnel bekend werd - zowel zijn volk als zijn troepen tot demonstraties op.

Anders dan in de Westerse wereld, houdt het begrip demonstratie in Palestina per definitie geweld in. Daar werd en wordt het nooit gebruikt voor een stille omgang met borden of een schreeuwende optocht met leuzen, maar altijd voor samenscholingen, waarbij de opgefokte deelnemers na enige tijd tot 'actie' overgaan om hun woede te luchten. Toen Arafat opdracht gaf te demonstreren, wist hij dan ook zeker dat die in geweld zouden ontaarden. Het staat niet vast of hij persoonlijk aan zijn politiediensten bevel gaf aan dat geweld mee te doen. Maar gezien de loop der gebeurtenissen lijkt dat zeer waarschijnlijk. Nadat zijn politie, samen met de demonstranten, oorlog tegen de Israelische militairen had gevoerd, kreeg zij van Arafat het bevel het schieten te staken en de demonstranten in toom te houden. En op een aantal plaatsen beschermde de Palestijnse politie zelfs Israelische militairen. Sinds vrijdag heerst er wapenstilstand.

De crisis is echter allerminst bezworen. En niets wijst erop dat Netanyahu bereid is die crisis te bezweren. Hij dreigt in tegendeel de zes Palestijnse steden, die onder Arafats gezag zijn, te veroveren en de politie aldaar te ontwapenen, als deze niet voor eens en altijd alle geweld afzweert, “hoe groot ook de frustraties zijn”. En David Bar Ilan, zijn extremistische vertrouweling en woordvoerder, zei gisteren voor de Israelische radio: “We moeten heroverwegen of het zinvol is nòg een stad (hij bedoelde Hebron) onder de heerschappij te plaatsen van deze Palestijnse politie, met als gevolg dat opnieuw een stad gebruikt wordt om ons met oorlog te bedreigen. Het is duidelijk dat wij over Hebron nu anders dan voorheen denken.”

De afgelopen maanden vroegen de Israelische en buitenlandse waarnemers zich voortdurend af wie en wat Netanyahu is. Een gevangene van de Groot-Israel-ideologie, die hij van zijn buitengewoon extreem-rechtse vader had overgenomen? Een op macht ingestelde politicus die, al naar gelang de mogelijkheden en omstandigheden, zijn ideeën bijstelt? Een zwakkeling die zijn behoefte aan applaus en waardering verhult in een mantel van macho-gedrag en gepolijste taal? Of een nieuweling in de politiek, zonder enige ervaring, maar wel met het gevoel dat hij deskundigen met verstand van zaken niet om advies hoeft te vragen, omdat hij het toch allemaal beter weet? Nog steeds is het niemand helemaal duidelijk. Maar in Israel groeit de kritiek op Netanyahu. Men vraagt zich af of hij met opzet het vredesproces zo ernstig heeft beschadigd dat alle moeizaam opgebouwde vertrouwen nu helemaal verdwenen is. En of hij blij is met de oorlogshandelingen van de afgelopen dagen, die hem een alibi verschaffen het vredesproces nog verder te blokkeren.

Binnen de top van het leger en de veiligheidsdiensten is men woedend. De binnenlandse veiligheidsdienst, Shin-Bet, en de militaire inlichtingendienst hadden gewaarschuwd dat de op het eerste gezicht zo onschuldig lijkende opening van de tunnel in Jeruzalem op een buitengewoon gevoelig tijdstip kwam en daarom de Palestijnen tot grote opwinding zou brengen - reden voor de voorgaane regeringen om het keer op keer uit te stellen. Eerder hadden zij al gewaarschuwd dat een explosie op komst was als er niets veranderde aan de economische en politieke vooruitzichten van de Palestijnen. En wat deed de premier? Hij opende de tunnel en zorgde ervoor dat er niets veranderde. En hij nam die beslissingen zonder voorafgaand beraad met zijn legertop of zelfs zijn minister van Defensie.

Vaststaat dat hij werd opgevoed met de ideeën van Vladimir Jabotinsky, de nog steeds bewierookte leider van de 'revisionisten'. Jabotinsky vertegenwoordigde de radicale vleugel van de zionistische beweging, die de Herut-partij voortbracht onder leiding van Menahem Begin, en daarna de Likud. Jabotinsky geloofde niet in de “dromerijen” van de socialistische zionisten, die het “joods nationale tehuis” in Palestina “steen voor steen” wilden opbouwen en uiteindelijk tot een vreedzame modus vivendi met de aldaar wonende Arabieren dachten te komen.

Jabotinsky, die eerder dan wie ook in de zionistische beweging de catastrofe voorzag die de nazi-beweging over de joden zou brengen, vond de geduldige opbouw van de socialistische zionisten een hersenspinsel. Daarvoor was domweg geen tijd. Men moest zich nú met geweld van het Beloofde Land meester maken en vervolgens een “IJzeren Muur” bouwen om zich de Arabieren van het lijf te houden. Die zouden - nadat zij keer op keer zonder succes de muur hadden bestormd - uiteindelijk tot het inzicht komen dat zij te zwak waren om verder oorlog te voeren, waarna zij onderhandelingen zouden beginnen. Tot dan was elke concessie onmogelijk, een doodvonnis over het joodse volk.

Deze ideeën bestaan binnen de Likud nog steeds. Maar de partij heeft ook een pragmatische vleugel, waarvan Ronni Milo, de burgemeester van Tel Aviv, een vooraanstaand vertegenwoordiger is. Hij spreekt zich uit voor verzoening met de Palestijnen en hoopt over acht jaar Netanyahu als partijleider en premier op te volgen. De Likud is eveneens in staat geweest een deel van haar vroegere idealen overboord te zetten. Zo vonden zij dat het huidige Jordanië ten onrechte van het Britse mandaatgebied Palestina was afgescheiden en dus deel moest uitmaken van de joodse staat. Aan dat idee hielden de revisionisten decennia vast. Maar zij juichten het vredesverdrag toe, dat Israel twee jaar geleden met Jordanië sloot - waarmee de toekomstige verovering van Jordanië van de baan was.

Nu moeten Netanyahu en de Likud kiezen: doorgaan met het vredesproces of met de sabotage van het vredesproces? Als in Israel het besef doordringt dat Netanyahu eigenlijk heel blij is met de oorlogshandelingen van de afgelopen dagen, omdat zij hem een alibi verschaffen het vredesproces nog verder te blokkeren, is het met de politieke loopbaan van de premier gedaan. Nu al zeggen veel zwevende kiezers die op Netanyahu hebben gestemd dat zij grote spijt hebben.

Want hoe graag ook de radicaal-gezinden hun ideologische pakket in stand willen houden, feit is dat zij uiteindelijk rekening moeten houden met de Israelische samenleving. En de meerderheid van die samenleving voelt er niets voor opnieuw in de bezette gebieden oorlog te voeren tegen stenen gooiende jongeren en/of schietende mannen, die politie worden genoemd.

Zij zijn bereid oorlog te voeren ter verdediging van de staat Israel. Maar zij zijn steeds minder bereid voor ideologische doelstellingen te sterven.

Een rouwadvertentie in de krant Ma'ariv kwam dan ook met de boodschap: “Aan Bibi Netanyahu, hartelijk dank voor je veilige vrede”.