Regisseur Alan Pakula waarschuwt voor 'pretparkfilms'

UTRECHT, 30 SEPT. Een donderpreek was het niet; en ook geen vlammend betoog tegen de oppervlakkigheid van Hollywood. De traditionele Cinema Militans-lezing in de Utrechtse Pieterskerk, dit jaar uitgesproken door de Amerikaanse regisseur Alan J. Pakula, hield het midden tussen een lesje naoorlogse filmgeschiedenis en een verzameling autobiografische anekdotes.

Na afloop konden de ongeveer tweehonderd toehoorders concluderen dat ze zich niet hadden verveeld, maar ook dat ze weinig nieuws hadden gehoord.

De regisseur van klassieke films als Klute en All the President's Men was door het Nederlands Film Festival uitgenodigd om te spreken over 'de positie van de film in de moderne samenleving', hetzelfde thema dat de schrijver-filmtheoreticus Menno ter Braak in 1926 aansneed in zijn essay 'Cinema Militans'. Pakula, met zijn 68 jaar bijna even oud als Ter Braaks essay, concentreerde zich op de vraag of de film toekomst heeft, en merkte op dat die vraag hem bekend voorkwam: toen hij begin jaren vijftig bij MGM begon, was de absolute macht van de studio's afgebrokkeld door strenge anti-kartelwetgeving en de opkomst van de televisie, en wachtte iedereen op de apocalyps. Sindsdien is de macht van de studiobazen grotendeels overgegaan op de steracteurs - maar de filmindustrie is er niet slechter van geworden.

It's the best of times and it's the worst of times, constateerde Pakula met een verwijzing naar de beroemde beginzin van Dickens' Tale of Two Cities. Aan de ene kant is de toekomst van de cinema gewaarborgd door de komst van video en het daarmee gepaard gaande library life van klassieke films; aan de andere kant is er reden voor pessimisme, omdat film in Hollywood steeds meer gericht is op 'de onmiddellijke bevrediging van de behoefte aan sensatie'. Als schrikwekkende voorbeelden van dit soort 'pretparkfilms' vol special effects noemde Pakula Jurassic Park en de science fiction-rampenfilm Independence Day, die vanaf aanstaande donderdag ook in Nederland te zien is.

Dat sensatie niet altijd bewerkstelligd hoeft te worden met special effects bewees de televisiefilm die kort na Pakula's lezing op het filmfestival in première ging: Hoe ik mijn moeder vermoordde van Theo van Gogh. Geheel in de recente traditie van documentaires op de grens van reality en fictie - zie de Gouden Kalf-winnaar 30 minuten (Kramer en Ederveen) en Lap rouge van Lodewijk Crijns - registreert Van Gogh een bezoek dat de Parool-journalist Theodor Holman samen met zijn nieuwe vriendin Karin brengt aan zijn 81-jarige moeder. Holman en zijn moeder spelen zichzelf; de vriendin wordt gespeeld door Ariane Schlüter, al staat ze als 'Karin Kent' op de aftiteling - ongetwijfeld om de verwarring nog groter te maken.

Wie nietsvermoedend (dat wil zeggen, zonder het gezicht van Schlüter en de rebelse reputatie van Van Gogh en Holman te kennen) naar Hoe ik mijn moeder vermoordde kijkt, ziet een keiharde confrontatie tussen moeder en zoon, bijgewoond door een goedbedoelende derde die na een uur zelfs geschokt het huis uitloopt. Holman treitert en kleineert zijn moeder, maakt haar Indische kampervaringen en haar wens tot euthanasie belachelijk, en zwelgt in de onvermijdelijk aanstormende ruzie met zijn vriendin. Hij is het prototype van het verwende monstertje, een rebel zonder reden die niettemin tussen het cynisme door laat merken dat hij zijn moeder niet echt haat.

Hoe ik mijn moeder vermoordde, gefilmd als een home movie, is een wreed huiskamerdrama, dat draaglijk is doordat de kijker ondanks de verwijzingen naar de werkelijkheid kan blijven denken dat het een spel is. Daarbij is het af en toe ook een hilarische film, waarover de zuigende geest van Frits van Egters vaardig is. De Reve-fan die goede herinneringen bewaart aan de 'nu-komt-het-bankje'-scène in De avonden zal Van Goghs tv-film niet willen missen.

'Hoe ik mijn moeder vermoordde' wordt nog op di. 1 okt. om 15u15 vertoond in Hoogt 3. Morgen zijn o.a. de premières van de documentaires 'De waterwolf van Itteren' van Hans Heijnen (22u, Hoogt 1) en 'Het omgekeerde perspectief' van Lily van den Bergh (19u30, Camera).