Nieuwe 'onthulling' moord Palme

JOHANNESBURG, 30 SEPT. Dirk Coetzee, een voormalig leider van een Zuidafrikaans doodseskader, heeft zaterdag de beschuldiging bevestigd dat het Zuidafrikaanse apartheidsbewind de moord op de Zweedse premier Olof Palme in 1986 heeft beraamd.

Coetzee zei zaterdag in een interview met de Zweedse televisie: “Er bestaat geen enkele twijfel over dat Zuid-Afrika achter de moord op Olof Palme zat.” Hij gaf toe dat hij deze informatie uit de tweede hand had, maar voegde daaraan toe: “Dat geldt voor bijna alle informatie die de geheime dienst gebruikt.”

Volgens Coetzee is Palme doodgeschoten door een zekere Anthony White. Deze zou na de moord zijn ondergedoken en momenteel in Mozambique wonen. Hij is afkomstig uit Rhodesië, waar hij in de jaren zeventig zou hebben gevochten tegen het zwarte verzet.

Een ander voormalig kopstuk van de Zuidafrikaanse geheime dienst, Eugene de Kock, zei donderdag dat de 'meesterspion' Craig Williamson, die in het buitenland infiltreerde in anti-apartheidsgroeperingen, de moord heeft uitgevoerd. Williamson heeft inmiddels ontkend betrokken te zijn geweest bij de moord.

De Kock en Coetzee verklaarden beide dat de moord op Palme deel uitmaakte van de geheime operatie 'Long Reach'. Het doel van deze operatie was hooggeplaatste buitenlandse tegenstanders van de apartheid te vermoorden. “Hoe de Zuidafrikaanse geheime dienst precies betrokken was, weet ik niet. Maar ik kan wel zeggen dat 80 tot 90 agenten werden ingeschakeld”, aldus Coetzee. Hij schatte dat de Zuidafrikaanse regering ten minste 25.000 gulden heeft besteed aan de moord op Palme.

Coetzee was in de jaren tachtig hoofd van het doodseskader van Vlakplaas. Hij werd in 1985 opgevolgd door Eugène de Kock, die momenteel terecht staat voor misdaden die hij onder het apartheidsregime heeft begaan. (Reuter)