Moses und Aron

Moses und Aron (DG 449 174-2)

Hoe verbeeld je een verhaal over de onmogelijkheid van de verbeelding? Het is een vraag waar Arnold Schönberg bij het componeren van zijn opera Moses und Aron niet helemaal uitkwam. Misschien is het antwoord wel heel simpel: componeer een opera, maar vergeet de verbeelding. Zet in plaats daarvan de muziek op cd en laat het daar verder bij.

Helemaal bevredigend is die oplossing natuurlijk niet. En regisseur Peter Stein bewees vorig jaar dat een visualisering van Schönbergs drama, hoewel misschien niet perfect, niet helemaal onmogelijk is. Ook internationaal werd de produktie van de Nederlandse Opera, die dit jaar in Salzburg werd herhaald, zeer geprezen. De uitvoering (vooral de eerste acte) met het Concertgebouworkest onder leiding van Pierre Boulez had echter in het Amsterdamse Muziektheater ernstig te lijden onder de slechte akoestiek - een extra reden om de cd-opname van deze produktie te beluisteren.

Moses und Aron blijkt inderdaad een opera die op een cd niet veel van zijn kracht verliest. Schönbergs muziek vormt (in tegenstelling tot bij voorbeeld die van Mozart en Verdi) een zodanig in zichzelf gekeerd en afgerond geheel dat visualisatie ervan bijna overbodig is. Op cd komt de muzikale kwaliteit van de uitvoering (opgenomen in het Amsterdamse Concertgebouw) inderdaad veel beter tot zijn recht dan in de zaal. Boulez heeft alle orkestrale details volledig onder controle en laat zijn licht af en toe schijnen op kleine betekenisvolle solistische bewegingen van de diverse instrumenten.

Dat deed hij in feite ook al bij een opname uit 1974 van hetzelfde werk (drie jaar geleden heruitgebracht door Sony). Maar het resultaat verschilt hemelsbreed. Niet alleen klinkt het Concertgebouworkest warmer, sensueler, broeieriger dan het BBC Symphony Orchestra. Het is vooral Boulez' eigen visie op het werk en op Schönbergs plaats in de muziekgeschiedenis, die is veranderd. Schönberg geldt tegenwoordig niet meer alleen als de eerste modernist, maar evenzeer als een uitloper van de laat-romantiek. Daardoor heeft hij zijn scherpe muzikale kantjes verloren. De behoefte om zijn werk kil en analytisch uit te voeren is gelukkig verdwenen.

Ook de solisten, en niet te vergeten het uitstekend zingende koor van de Nederlandse Opera, maken van deze Moses und Aron een van de belangrijkste opera-opnamen van de laatste jaren. David Pittman-Jennings (Mozes) is niet een vermoeide oude man die berust in zijn zware taak, zoals Günter Reich de rol in 1974 interpreteerde. Pittman-Jennings spreekt ieder woord uit met de gedrevenheid en de wanhoop van een man die de onmogelijkheid van zijn opdracht voelt. Omdat hij, net als Schönberg, wordt gehinderd door de onvolmaaktheid van de verbeelding.