Moers rekent op titel na komst Super-Holländer

MOERS, 30 SEPT. Het Nederlandse volleybal maakt furore. Dus contracteerde het Duitser Moerser SC meteen maar drie Super-Holländer. Peter Blangé, Rob Grabert en Ronald Zoodsma zijn tezamen goed voor 1.033 interlands. Grabert spreekt over “Milan in Duitsland”, verwijzend naar de tijd dat Van Basten, Gullit en Rijkaard bij AC voetbalden.

Die drie Nederlanders bezorgden hun club destijds vele prijzen. Daar rekent men in Moers ook op. “Het doel? De titel natuurlijk. Het is toch niet raar als ik dat zeg”, spreekt voorzitter Günther Krivec klare taal vlak voor de eerste thuiswedstrijd tegen Eintracht Mendig in Sportzentrum Rheinkamp. Ronald Zoodsma waarschuwt echter voor al te veel optimisme. “Daar moeten we de rem even op zetten. Natuurlijk zijn wij goede spelers, maar we zijn wel afhankelijk van onze Duitse ploeggenoten.”

Maar Krivec is niet een man met veel geduld. Hij heeft na pittige onderhandelingen met de mondige Nederlanders meer betaald dan hij van plan was. Dus wil hij ook resultaat zien. De 52-jarige Krivec is een man met invloed. Grabert noemt hem “de hertog van Moers”. Hij is eigenaar van een keten van apothekers en tandtechnische laboratoria. Zoodsma schat zijn vermogen op “ruim boven de honderd miljoen mark”. De voorzitter ontkent echter dat hij zelf veel geld in de club stopt. “Ik zoek anderen die betalen”, zegt hij lachend.

Krivec was in 1964 in Tokio olympisch deelnemer als hinkstapspringer. Later werd hij gegrepen door volleybal. Hij zette deze sport in zijn geboorteplaats Moers op poten. Moerser SC bestaat net tien jaar, maar won toch al een keer de Europa Cup 3 (1990) en de Duitse landstitel ('92). De laatste twee seizoenen werd de club slechts vijfde en dat was voor Krivec aanleiding om het roer radicaal om te gooien. Van de tien selectieleden zijn er zes nieuw. En de keuze viel bewust op Nederlanders. Want die passen zich overal makkelijk aan, weet Krivec. De drie routiniers van over de grens moeten hun veel jongere ploeggenoten wegwijs maken. De benjamin van Moers, Eugen Bakumovski, is liefst zestien jaar jonger dan aanvoerder Peter Blangé.

In Moers heeft men altijd goede volleybaljeugd gehad. Een ploeg uit de stad werd zelfs een keer Duits kampioen. En wie was toen de coach? Günther Krivec, hoogstpersoonlijk. “Dus niemand kan zeggen dat ik geen verstand van volleybal heb.”

Het is in Moers bekend dat Krivec zich graag overal mee bemoeit. Zo is hij niet te beroerd om als het in het veld niet lekker loopt, de spelers te komen toespreken. Maar tegen Eintracht Mendig blijft de voorzitter rustig met de armen over elkaar naast zijn kinderen op de tribune zitten. Er is ook geen reden om in te grijpen, want Moers wint binnen anderhalf uur met 3-0 van de Bundesliganieuweling, waar een andere Nederlander, Edwin Benne - 382 interlands - als Weltklasse-spieler is binnengehaald.

De voorzitter lijkt tevreden over het thuisdebuut, maar dat is toch niet helemaal zo. Krivec klaagt na afloop over de conditie van Zoodsma die hij onder de maat vindt. “Heeft hij dat echt gezegd”, vraagt de speler in kwestie. “Hij kan mooi lullen.” Zoodsma, sinds twee jaar geen international meer, beaamt wel dat hij nog niet topfit is. “Ik heb het laatste half jaar weinig gespeeld. Ik zit pas op zeventig procent van mijn normale niveau en dat tover je niet zo maar tevoorschijn.”

Ronald Zoodsma was de eerste van de drie Nederlanders die door Krivec werd binnengehaald. Hij speelde al eerder in de Bundesliga. Zoodsma volleybalt niet alleen in Moers, maar hij bezoekt namens het bedrijf van de voorzitter ook Nederlandse tandartsen in de omgeving. De volleyballer woont met zijn gezin in een van Krivecs vakantieverblijven, een riante boerderij in Limburg. “Daar blijf ik lekker drie jaar zitten”, glundert Zoodsma. “Alles zit er op en eraan. Ik heb zelfs een zwembad binnen.”

Ook Krivec kent de verhalen over de losse levensstijl van Zoodsma. “Hij zal zich aan de regels moeten houden. Wie zijn werk niet goed doet of zich misdraagt, kan vertrekken!”

Blangé en Grabert herkennen in Krivec de voorzitter die zij ooit bij het Italiaanse Catania meemaakten. Dat liep toen niet zo goed af. De kritische Grabert heeft zich dan ook voorgenomen om kalm te blijven. “Anders sta ik hier voor de kerst op straat.” Dat wil echter niet zeggen dat de Limburger zich alles zal laten welgevallen. “De tijd dat ik me laat piepelen is geweest. Daar ben ik te oud voor. Als het me niet bevalt, nok ik af.” Met zijn drieën staan die Holländer behoorlijk sterk in Moers. Toen twee weken geleden de betaling van hun salaris op de afgesproken datum uitbleef, dreigden ze niet te spelen. Dat hielp.

Nu zijn ze weer tevreden. Moerser SC is een ideale club in de nadagen van hun loopbaan. Het niveau en het salaris zijn ongeveer hetzelfde als bij een goede middenmoter in Italië. En Moers ligt ook nog lekker dicht bij huis, bij Venlo de grens over en dan nog maar een kilometer of 35. “Voor mij is het hier net Nederland”, aldus Peter Blangé, na vijf jaar Parma. “Je hebt hier op de kabel Nederland 1, 2 en 3 en de taal is geen probleem. Moet je mij eens Duits met een plat Haags accent horen praten, daar is er niets mis mee. Bovendien lijkt het volleybal in de Duitse competitie nog een beetje op sport.”

Tegen Mendig, in een slechts halfvolle sporthal, is te zien dat de drie dertigers uit Nederland nog steeds veel speelplezier hebben. “Het is weer wat nieuws, hè”, zegt 403-voudig international Blangé. “De ploeg zit lekker in elkaar, het licht en de vloer zijn hier goed en die zaal krijgen we in de komende weken ook nog wel vol.”

De 31-jarige spelverdeler speelt zelf als een jonge God. Het is niet vreemd dat er nu alweer een Italiaanse topclub interesse voor Blangé heeft getoond. “Ik ben aan mijn derde jeugd bezig, denk ik. Door die gouden medaille van Atlanta heb ik een dijk van een zelfvertrouwen. Hier in Duitsland word je ook echt als een Olympia-Sieger behandeld. Er is veel respect.”