'Kwaliteit rijksgebouwen blijft gelijk'

ROTTERDAM, 30 SEPT. De architectonische kwaliteit van rijksgebouwen lijdt niet onder de samenwerking tussen Rijksoverheid en projectontwikkelaars. Tot deze conclusie komt het onderzoeksbureau RIGO Research en Advies in een rapport werd gemaakt in opdracht van het Stimuleringsfonds voor de Architectuur.

Het bureau heeft zeventien recent opgeleverde rijksgebouwen op architectonische kwaliteit laten beoordelen door drie onafhankelijke deskundigen, Francis Strauven, Donald Lambert en Steven Engelsman. De gebouwen die projectontwikkelaars in samenwerking met de Rijksoverheid hadden gebouwd, hadden volgens de drie eenzelfde kwaliteit als de overige gebouwen.

Onderzoekers meenden dat vier van de zeventien gebouwen van 'bovengemiddelde' kwaliteit waren. Van negen gebouwen was de architectonische kwaliteit 'gemiddeld' en vier andere projecten kregen het predikaat 'slecht'. Van de goede gebouwen is de helft door een projectontwikkelaar gebouwd, van de slechte projecten is dat driekwart.

De keuze van de architect is belangrijker voor de kwaliteit van een overheidsgebouw dan de betrokkenheid van commerciële projectontwikkelaars, aldus het RIGO. Twee van de 'geslaagdste' projecten, het interieur van het Museum Boerhaave en het Belastingkantoor in Helmond, zijn ontworpen door dezelfde architect, te weten M. Jansen, maar in verschillende opdrachtsituaties totstandgekomen. Bij Museum Boerhaave was de Rijksgebouwendienst, zoals traditioneel, de directe opdrachtgever, het belastingkantoor in Helmond werd gebouwd door een projectontwikkelaar en voor tien jaar gehuurd door de Rijksgebouwendienst.

Twee jaar geleden velde de toenmalige Raad voor de Kunst een negatief oordeel over de lease-contracten die de Rijksoverheid afsloot met projectontwikkelaars. In dergelijke contracten neemt de projectontwikkelaar het opdrachtgeverschap van de Rijksgebouwendienst gedeeltelijk over. De raad vreesde dat de Rijksgebouwendienst zich in de samenwerking met projectontwikkelaars te veel zou conformeren aan de voorkeur van financiers voor standaard kantoorgebouwen.

Deze vrees is volgens het onderzoeksbureau ongegrond. Uit het onderzoek blijkt wel dat 'naarmate de Rijksbouwmeester meer betrokken is bij de architectenselectie en vrijelijk kan kiezen uit de totale architectenpopulatie, er meer kans is op een gunstige score.'