Kraamkamer-beurs Easdaq nog zonder boreling

ROTTERDAM, 30 SEPT. De computerschermen van twintig commissionairs en banken in Nederland, Denemarken, Groot-Brittannië en Duitsland staan gereed. De verbindingen tussen de computers zijn gelegd. De financiële autoriteiten in Brussel zijn akkoord.

Toch bleef het stil bij de start van Easdaq, vanmorgen om half tien. De elektronische aandelenbeurs naar het voorbeeld van de Amerikaanse Nasdaq heeft geen aandeel te verhandelen.

“Ik moet eerlijk zijn”, zegt secretaris C.J. Pickles van de European Association of Securities Dealers, zoals de initiator voor de nieuwe Europese beurs voluit heet. “We hebben maandag nog geen enkel aandeel in notering.” De Belgische minister van Financiën is pas afgelopen woensdag akkoord gegaan met de Easdaq-reglementen. Daardoor heeft nog geen enkel bedrijf de toelatingsprocedure kunnen doorlopen. Volgens Pickles zullen in de eerste week van oktober de eerste bedrijven in notering komen. “Een half dozijn bedrijven met een Nasdaq-notering wil zo snel mogelijk komen”, zegt hij.

Nasdaq, de succesvolle oudere broer van de nieuwe Europese beurs, werd in 1971 opgericht en heeft sindsdien groeimogelijkheden geboden aan vijfduizend ondernemingen waaronder gerenommeerde bedrijven als Intel, Microsoft en Apple. Ook Easdaq zal zich richten op jonge snelgroeiende (technologie)ondernemingen.

“Een half dozijn Europese bedrijven wil op zeer korte termijn op Easdaq hun eerste aandelenemissie doen”, zegt Pickles. Welke bedrijven het betreft wil hij niet zeggen. Tot op heden hebben drie Belgische bedrijven (zonder beursnotering) en een Canadese onderneming (genoteerd aan Nasdaq) bekend gemaakt de stap naar Easdaq te zullen wagen.

Prof. dr. A.W.A. Boot, hoogleraar ondernemingsfinanciering aan de Universiteit van Amsterdam, zegt: “Bedrijven willen niet graag de eerste zijn.” Een zegsman van automatiseringsbedrijf Baan illustreert dit probleem: “Eén van de belangrijke voordelen van onze Nasdaq-notering is de uitstraling die dat heeft in Amerika”, zegt hij. “Het is de vraag of Easdaq die visibility kan bieden. Wij vinden het echter een goed initiatief. Als Easdaq zich sterk ontwikkelt sluiten we niet uit dat wij een notering aanvragen.”

Boot geeft Easdaq een kans. “Tenzij het conjunctureel tegenzit,” zegt hij. “Dan is Easdaq een doodgeboren kind.” Een zwakke aandelenmarkt en de beurskrach van 1987 hebben in het verleden een belangrijke rol gespeeld in de mislukking van verschillende initiatieven van Europese beurzen die gericht waren op de doelgroep van jonge groeiers waarop Easdaq nu wil inspelen.

De ambities van Easdaq zijn in de afgelopen maanden telkens opnieuw bijgesteld, maar blijven enorm. Over vier jaar wil de organisatie geen verlies meer maken en 350 bedrijven in notering hebben.

Waarom zou een bedrijf naar Easdaq stappen? Easdaq stelt dat het voor Europese bedrijven van belang is dat aandelen in de eigen tijdszone verhandeld kunnen worden. Voorts is het volgens Easdaq voordelig 'roadshows' (bijeenkomsten waarin aandelen worden aangeprezen) dichter bij huis te houden. Tenslotte zou een bedrijf aan Nasdaq emissies moeten doen in dollars terwijl dat niet altijd de valuta is het nodig heeft.

“Super zwak”, noemt financieel directeur C. Roest van de Bossche participatiemaatschappij EuroVentures deze argumenten. “Als je niets beters kunt verzinnen, zeg dan niets.” EuroVentures is eén van de aandeelhouders van Easdaq. “Veel Europese participatiebedrijven hebben ervaring opgedaan met bedrijven die zij naar de Nasdaq hebben gebracht,” zegt Roest. “In de Verenigde Staten hebben ze kennis en contacten opgedaan en weten ze wat ze moeten verwachten. Dat is niet gunstig voor Easdaq.”

Roest meent dat Easdaq niet moet proberen te concurreren met Nasdaq, maar er de nadruk op moet leggen dat voor beide beurzen ruimte bestaat. “Easdaq moet niet roepen dat het een alternatief is voor Nasdaq”, meent ook professor Boot. “De fysieke locatie van een beurs doet er steeds minder toe.”

Volgens Boot moet Easdaq aansluiting zoeken bij Nasdaq, dat overigens een belang heeft genomen in de nieuwe beurs. Er zijn geen harde argumenten, aldus Boot, die pleiten voor de nieuwe beurs. “Easdaq zal moeten proberen de Nasdaq-structuur van handelaren en analisten naar Europa uit te breiden,” zegt hij. “Er moeten analisten komen met een Europese focus.” De woordvoerder van Baan sluit zich hierbij aan: “Het is natuurlijk prachtig als Easdaq een infrastructuur naar Europa kan brengen met zwaardere rapportageverplichtingen voor ondernemingen en analisten van Amerikaanse kwaliteit,” zegt hij. Voorlopig is nog onzeker of bij Europese beleggers voldoende animo bestaat voor investeringen in snelgroeiende jonge bedrijven. “Amerikanen zijn bereid risico's te nemen als ze goed geïnformeerd zijn”, zegt Roest. “In Continentaal Europa zijn beleggers daarentegen enorm voorzichtig.” Hij betwijfelt of de Europese dimensie van Easdaq vorm kan krijgen: “Een Noors pensioenfonds zal niet gauw een Italiaans bedrijf opnemen in de beleggingsportefeuille.”

Accountant Coopers & Lybrand concludeerde medio 1995 dat Easdaq onder institutionele beleggers weinig bekendheid geniet. In Nederland stellen grote pensioenfondsen zich afwachtend op. “Ze hebben veel geld maar weinig know how”, zegt Roest. Positief is volgens hem dat gerenommeerde partijen zich in de afgelopen jaren achter Easdaq hebben geschaard. “Adel verplicht”, zegt hij.

Volgens de jongste telling heeft Easdaq 91 aandeelhouders. Die hebben tot op dit moment officieel 216 miljoen gulden bijeengebracht, maar volgens secretaris Pickles zal het kapitaal toenemen tot 360 miljoen gulden als de laatste investeringsronde is afgesloten.

Het Nederlandse aandeel in Easdaq ligt op tien procent. Belangrijkste aandeelhouder is ING Bank die “meer dan de helft” van deze tien procent voor haar rekening neemt, aldus Pickles. ING is daarnaast als lid vertegenwoordigd via de Britse dochter ING Barings. “Wij vinden het belangrijk dat veelbelovende bedrijven toegang hebben tot de kapitaalmarkt”, verklaart een woordvoerder van ING.

ABN Amro doet mee via ABN Amro Hoare Govett en Rabobank via participatiemaatschappij Gilde. Andere Nederlandse aandeelhouders zijn, naast EuroVentures, Effectenbank Ten Cate, MeesPierson en de Kas-Associatie. De betrokkenheid van grote financiële partijen is gunstig, maar niet doorslaggevend, meent Roest van EuroVentures. Zij hebben mogelijk het zekere voor het onzekere genomen. Als Easdaq een succes wordt zijn ze erbij. Is dat niet het geval, dan is er geen man overboord.

Als onbekende beurs zal Easdaq het vertrouwen van beleggers moeten winnen. “Zeker in het begin mag Easdaq absoluut niet teleurstellen,” zegt Roest. “De nieuwe beurs wordt met veel scepsis bekeken en zal behoedzaam moeten opereren. Als er bij de eerste tien emissies eén fout wordt gemaakt dan wordt Easdaq meteen twee of drie jaar teruggeworpen,” zegt hij.

Boot ziet in Europa een toekomst voor handel in aandelen via computerschermen. “Wie die handel tot stand gaat brengen is een open vraag,” zegt hij. Beurzen die zich richten op de doelgroep van Easdaq schieten als paddestoelen uit de grond.

In Londen is ruim anderhalf jaar geleden de Alternative Investment Market (AIM) opgericht, in Parijs de Nouveau Marché en in Frankfurt staat de Neue Börse op stapel. Amsterdam heeft onlangs de Nieuwe Markt Amsterdam aangekondigd voor dezelfde doelgroep. Europese beurzen voor jonge groeibedrijven willen gaan samenwerken in de vennootschap Euro Nieuwe Markten, die dit jaar is opgericht.

Roest verwacht dat Nasdaq, AIM in Londen en mogelijk Easdaq bestaansrecht hebben als beurs voor jonge snelgroeiende bedrijven. “Alles wat daarnaast bestaat zal het erg moeilijk krijgen”, voorspelt hij. “Bestaande beurzen zullen hun uiterste best doen dit nieuwe initiatief in de kiem te smoren”, zegt Boot. “Het spel kan nu in alle hevigheid losbarsten. In elk geval is iedereeen wakker geschud.”

    • Michiel van Nieuwstadt