Klein Zwitserland verkeert nu al in hoge nood

DEN HAAG, 30 SEPT. Nederlagen neemt Donald Drost dezer dagen voor lief. De hockeycoach van Klein Zwitserland heeft momenteel belangrijker zaken aan zijn hoofd. Zorgen over de nabije toekomst bijvoorbeeld. “Want deze club met zijn grootse geschiedenis dreigt in één keer te worden teruggeworpen op een aloud probleem, de structuur.”

HCKZ verloor gisteren op de eerste speeldag van de mannencompetitie met 2-0 van Kampong en maar weinigen die zich daar na afloop over verbaasden. Ook Drost niet. Vanuit de dug-out keek de oud-international lijdzaam toe hoe zijn ploeg zich in de stromende regen volkomen machteloos over het kunstgras voortbewoog. “Een logische nederlaag na zo'n gebrekkige voorbereiding”, concludeerde hij.

De competitie is nog maar één speelronde oud of HCKZ, vorig nog deelnemer aan de play-offs, verkeert al in hoge nood. Een veel te smalle selectie, een weinig daadkrachtig bestuur en gefrustreerde spelers zonder enige spelvreugde. De trotse club met de rijke historie maakt roerige tijden door en het einde lijkt voorlopig nog niet in zicht. Drost: “Maar gelukkig is iedereen binnen de club nu wel wakker geschud.”

Drost raakte deze zomer vijf spelers kwijt, onder wie routiniers als oud-international Maurits Crucq en aanvoerder Martijn Burghouwt. De huidige selectie telt slechts vijftien spelers. Twee daarvan, Bastiaan Poortenaar en Joep van Oirschot, zijn zwaar geblesseerden en voorlopig niet inzetbaar. Drie van de vier verdedigers die tegen Kampong waren opgesteld, stonden nooit eerder in de achterhoede. Tekend voor de malaise was bovendien de invalbeurt van een 15-jarige jeugdspeler. Zeven spelers werden benaderd voor een overstap naar HCKZ, zeven keer ontving Drost een afzegging.

Ruim een week geleden koos Drost de aanval. Tegenover de Haagsche Courant deed hij tijdens de Haagse Hockeydagen zijn beklag over de vastgeroeste clubstructuren binnen HCKZ. Strekking van het betoog: het bestuur slaat zijn raadgevingen in de wind, de jeugdopleiding deugt van geen kant en om over de beleving van sommige jeugdspelers nog maar te zwijgen. Drosts woede werd aangewakkerd toen bleek dat hij geen volwaardig elftal op de been kon brengen. Nadat Van Oirschot een bal tegen zijn hoofd kreeg en met een opgezwollen slaap het veld verliet, moest Drost noodgedwongen een beroep doen op een wisselspeler van tegenstander Bloemendaal. “Het is een blamage voor HCKZ, een instituut toch, en tegelijkertijd ook een teken dat er structureel iets heel erg fout zit bij HCKZ”, sprak de getergde coach na de 3-1 nederlaag.

Twee dagen na die ontboezeming schaarde aanvaller Jaap-Derk Buma zich onvoorwaardelijk achter de woorden van zijn coach. Ook hij veegde de vloer aan met het bestuur en hekelde de inzet van sommige jeugdspelers die hij als trainer onder zijn hoede heeft. Gisteren toonde de 24-jarige spits, in de tweede helft na twee keer geel naar de kant gestuurd, zich na afloop weinig spraakzaam. “Ik heb niets meer te zeggen. Wat je vandaag hebt gezien, zegt genoeg.”

Voorzitter B. Visser was onaangenaam verrast door de felle bewoordingen van zowel coach als speler. Als Drost zich niet kan vinden in het beleid van de club, kan hij maar beter opstappen, liet hij in een eerste reactie weten. Gisteren was Visser milder gestemd. “Ach, Donalds woorden waren een uiting van teleurstelling, direct na afloop van een nederlaag. Hij was een beetje geïrriteerd toen. Wij staan volledig achter hem. Want hij is een perfecte aas.” Volgens de voorzitter is de affaire een storm in een glas water. “Zeker daar waar het de manier betreft waarop het allemaal verwoord is in de krant.” Reactie van Drost: “Da's mooi zeg. Dat betekent dus dat we alleen naar de vorm kijken en niet naar de inhoud.”

Visser kan zich wel grotendeels vinden in de kritiek van Drost. Waar sommige andere clubs zich deze zomer volop hebben versterkt, heeft het bestuur van HCKZ niet alert genoeg gereageerd. Visser: “Op dat punt hebben wij de slag gemist. Zo waren wij als bestuur niet in Atlanta vertegenwoordigd. Ook wij moeten mee in de trend van buitenlandse spelers.”

Maar zwartgallige bespiegelingen zijn niet aan de voorzitter besteed. De sectie Tophockey staat in de steigers, de aanwas bij de jeugd is heel behoorlijk en clubmensen uit het tweede zijn altijd bereid een balletje mee te slaan in het eerste. Visser: “Op korte termijn kan niets wezenlijks veranderen en moeten we het doen met het inpassen van jongens uit lagere teams.” Bovendien sluit de voorzitter de mogelijkheid van het scouten van talenten niet uit. “Dat heeft deze club nog nooit gedaan, maar het is inmiddels een serieuze optie met het oog op de toekomst.”

Dat lijkt hard nodig. Zegt ook Rochus Westbroek, de 25-jarige spits die al acht jaar uitkomt voor het eerste. “Ik voel me een echte KZ'er, maar zoals het nu gaat beleef ik er weinig plezier aan. Wie het zo laat versloffen, kan zomaar uit de hoofdklasse kieperen.”

    • Mark Hoogstad