'Kamerlid moet geen lobbyist zijn'; Heerma oordeelt over Bolkestein

Over de vermeende belangenverstrengeling van VVD-leider Bolkestein heeft CDA-fractievoorzitter Heerma gezwegen tot na diens persconferentie, zaterdag. Heerma velt alsnog zijn oordeel.

DEN HAAG, 30 SEPT. E. Heerma keurt de handelwijze van Bolkestein af, omdat de VVD-leider de schijn van belangenvermenging op zich heeft geladen. Dit zegt hij nadat hij het weerwoord van de VVD-leider heeft gehoord op de uitzending van Netwerk. Daarin werd gemeld dat Bolkestein in 1995 als commissaris van het farmaceutische bedrijf MSD een aantal keren contact heeft gezocht met minister Borst (Volksgezondheid) om te pleiten voor de toelating van het MSD-geneesmiddel Cozaar tot het geneesmiddelenvergoedingssys teem en tegen een prijsverlaging van het middel Zocor.

De VVD-leider pleitte bij Borst ook voor het alternatief van de geneesmiddelenindustrie voor de Prijzenwet waarmee Borst de kosten van medicijnen met twintig procent omlaag wilde brengen. Vooral dat laatste vindt Heerma kwalijk.

“De Prijzenwet is in de Tweede Kamer behandeld, Bolkestein is er daarom als medewetgever verantwoordelijk voor. Ik vind het pleiten voor bepaalde medicijnen van een andere aard. Daarover is nooit in de Kamer gesproken. Maar bij de Prijzenwet vraag ik me af: is het wel mogelijk om de rol van lobbyïst en die van medewetgever gescheiden te houden? Als Kamerlid beoordeelt Bolkestein wetgeving, terwijl hij tegelijkertijd als lobbyïst ijvert voor een alternatief wetsvoorstel. Dat gaat volgens mij moeilijk samen.

“Een Kamerlid moet zich verre houden van zelfs maar de schijn van belangenvermenging. Ik vraag me af of dit bij Bolkestein voldoende het geval was. Ook voor commissarissen geldt een algemene richtlijn dat zij de schijn van belangenvermenging moeten tegengaan. De VVD heeft bovendien in het regeerakkoord afgesproken te streven naar verlaging van de kosten in de gezondheidszorg. Hoe verhoudt zich dat tot Bolkesteins lobby-activiteiten tegen de Prijzenwet?

De VVD heeft uiteindelijk voor de Prijzenwet gestemd.

“Dat kan nooit een rechtvaardiging zijn. De afloop kan nooit een verklaring zijn van de geschiedenis. Ik wil Bolkestein best geloven als hij zegt dat hij zijn verantwoordelijkheden als Kamerlid en als commissaris strikt gescheiden heeft gehouden. Maar op het moment dat ik iemand op zijn woord moet geloven, zijn macht en invloed niet meer controleerbaar. Ik zou een andere grens trekken.

“Ik weet niet of Bolkestein wel de belangen van zijn onderneming heeft gediend, zoals hij zelf zegt. Denk aan alle publiciteit die is ontstaan. Mogelijk hebben zijn interventies bij minister Borst juist averechts gewerkt. Als ik de minister was, zou dat zeker het geval zijn.”

Gelden voor fractieleiders andere normen dan voor gewone Kamerleden?

“De fractievoorzitter is een generalist die over alles moet kunnen spreken. Je weet niet wat actueel wordt en op de agenda van de Kamer komt. Je kunt daarom niet van tevoren weten of een commissariaat buiten het veld valt waarmee je als Kamerlid direct bemoeienis hebt. Zelf heb ik geen commissariaten. Ik was wel commissaris van Schiphol toen ik wethouder in Amsterdam was. De belangen van de luchthaven en van de gemeente zijn in die tijd nooit in conflict gekomen. Als dat wel was gebeurd, zou ik een van de twee functies hebben opgegeven.”

Moet Bolkestein zijn commissariaat opgeven?

“Dat is zijn persoonlijke afweging.”

Van alle fracties in de Tweede Kamer hebben de leden van uw fractie de meeste commissariaten. Hoe weet u dat zij niet op dezelfde manier handelen als Bolkestein?

“Dat lijkt me zeer onwaarschijnlijk. Nevenfuncties moeten eerst door mij en daarna door een commissie van de partij worden goedgekeurd. We kijken heel streng of iets wel kan. Maar uiteindelijk is het de verantwoordelijkheid van individuele fractieleden hoe een commissariaat wordt ingevuld.”