IMF wil ook strijd aanbinden tegen 'witten' zwart geld

WASHINGTON, 30 SEPT. Het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) heeft gisteren nieuwe elementen toegevoegd aan de traditionele eisen voor een goed economisch beleid. Zo zijn bestrijding van corruptie en het witwassen van zwart geld, een goed functionerend rechtssysteem, verbetering van onderwijs, gezondheidszorg en sociale vangnetten er een essentieel onderdeel van.

Dit staat in de slotverklaring van het Interim Comité, het beleidsbepalende ministersorgaan van het IMF, dat gisteren bijeenkwam aan het begin van de jaarvergadering in Washington. De verklaring van elf punten is een aanvulling op de twee jaar geleden tijdens de jaarvergadering in Madrid uitgegeven tekst ('Partnerschap voor duurzame wereldwijde groei'), waarin de lidstaten de principes van goed economisch beleid formuleerden.

Managing director Michel Camdessus sprak gisteren van de “elf geboden” van het IMF. Hij noemde de tekst een “unieke” verklaring, die het resultaat is van de recente ervaringen van het IMF als toezichthouder op het economisch beleid in alle 181 lidstaten. In de verklaring van het Interim-Comité wordt verder het belang onderstreept van een goede regulering van en toezicht op het bankwezen. Zo moeten er volgens het IMF voor banken stringentere kapitaalseisen worden gesteld. Voorts moeten financiële gegevens over de banken eerder worden gepubliceerd en dient het bankmanagement te worden verbeterd. Het Interim-Comité spreekt zich uit voor verdere liberalisering van het kapitaalverkeer, maar dat dient wel “voorzichtig” te gebeuren. De waarschuwingen lijken vooral voort te vloeien uit de problemen met banken in diverse landen alsook de financiële crisis in Mexico van bijna twee jaar geleden. Om deze crisis te bezweren sprong het IMF bij met een lening van bijna 18 miljard dollar, de grootste ooit aan een individueel land verstrekt.

Het Interim Comité pleit voorts gepleit voor een grotere transparantie van het begrotingsbeleid. Zo dient het aantal transacties buiten de officiële begrotingen om te worden verminderd.

Het Interim Comité heeft de verwachte goedkeuring gehecht aan de verdubbeling van de 'oorlogskas' van het IMF tot zo'n 50 miljard dollar voor bestrijding van crises als in Mexico, waarop eerder door de G7 was aangedrongen. De zogenoemde General Agreement to Borrow (GAB) is hiertoe uitgebreid met een New Agreement to Borrow (NAB). Tot de GAB behoren de Groep van tien rijke industrielanden (G10), waarvan ook Nederland deel uitmaakt. Via de GAB kon het IMF al enkele tientallen beschikken over een extra faciliteit van 25 miljard dollar. Met een aantal nieuwe Aziatische en Europese landen is nu de NAB gevormd, die het dubbele bedrag voor het IMF beschikbaar heeft. Volgens minister Gerrit Zalm (financiën) is afgesproken dat het IMF in uiterste noodgevallen geld via de NAB betrekt. Indien onder de ruim twintig NAB-landen een onvoldoende meerderheid is, kan het IMF uitwijken naar de GAB.

De precieze regels voor de participatie van alle landen in de besluitvorming moeten nog worden uitgewerkt. De G10 blijft bestaan. Vooral Nederland hecht groot belang aan de G10 als economisch discussieforum, mede wegens de betrekkingen met de steeds belangrijker Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in Bazel. Het Interim Comité ging gisteren volgens verwachting ook akkoord met een eenmalige uitbreiding van de speciale trekkingsrechten (sdr's), de kunstmatige liquiditeiten van het IMF. De sdr-toewijzing komt vooral ten goede aan 38 nieuwe lidstaten, die zich na de laatste sdr-allocatie in 1981 bij het IMF aansloten en daarom nooit over deze extra liquiditeit konden beschikken. Over de precieze omvang zal pas bij de voorjaarsvergadering in april worden beslist. IMF-topman Camdessus wil een uitbreiding met 26 miljard sdr (65 miljard gulden). Nederland kan eventueel instemmen met Camdessus's voorstel, waarvan veel leden van de Nederlandse kiesgroep profiteren.