Horeca kan daglicht slecht verdragen

De Rotterdamse politie had voor een mooie opmaat gezorgd bij de presentatie van het eerste 'fenomeenonderzoek' naar de Rotterdamse horeca. In Rotterdam-West, waar de kroegen op hun groezeligst zijn, vielen 96 opsporingsambtenaren op een nazomeravond tien coffeeshops en café's binnen. De oogst bestond uit een paar ons harddrugs, wat wapens en illegale animeermeisjes.

Een week later was de teleurstelling voelbaar in politiebureau Maashaven, waar het 'fenomeenonderzoek' werd gepresenteerd. “Geen bewijs voor banden tussen horeca en georganiseerde misdaad”, kopte het persbericht bij het boekwerk Foute kroeg, horeca en criminaliteit in Rotterdam van de crimonologen Hoogenboom en Hoogenboom-Statema.

“Dat willen we helemaal niet horen”, mompelde een collega. In de krantenberichten droop het ongeloof er de volgende dag dan ook van af. Een naïef onderzoek, zo luidde de teneur. Voorzitter Van der Veen van de Koninklijke Horeca Nederland verwees het onderzoek ongelezen naar de mestvaalt. Al was het maar omdat hij er van wordt beticht voortdurend onnodig alarm te slaan over de misdaad die de horeca 'infiltreert'.

Infiltratie. Het is een voorbeeld van de semi-militaire, uit de Verenigde Staten overgewaaide jargon dat men in politiekringen graag bezigt als het over de misdaad gaat. Het wekt associaties met misdaadbaronnen die vanuit hun landhuizen met een strak georganiseerd leger van luitenants en voetvolk de oorlog tegen de samenleving leiden. 'De marsorder van vandaag: infiltreer de horeca.' Misdaadanalisten kunnen zo mooie diagrammen tekenen van kolossale misdaadpiramides met één capo aan de top. Tevens biedt deze zienswijze agenten een excuus om regels te negeren: in oorlog en liefde is alles toegestaan.

Het is verleidelijk de horeca te zien als een strijdperk waar onder- en bovenwereld in slagorde tegenover elkaar staan. Maar de werkelijkheid is schimmiger. Zo nuanceren de auteurs van Foute kroeg enkele populaire angstbeelden. De 'drugsmafia' zou in Rotterdam op grote schaal kroegen opkopen om hun handelswaar af te zetten. Zakelijk gezien nogal onlogisch, want een kroeg vol junkies loopt snel in de gaten en wordt subiet dichtgespijkerd. Een mafia van speelautomatenhandelaren zou horeca-uitbaters stelselmatig 'wurgcontracten' opleggen. Ook onlogisch, want in een failliete kroeg kan de fruitkast niet draaien.

Voor de bewering dat speelautomaten worden misbruikt om crimineel geld wit te wassen bestaat geen grond. De belastingdienst vermoedt juist dat automatenhandelaren stelselmatig te weinig inkomsten uit hun fruitkasten opgeven. En de speelautomaat die tegelijk wit én zwart geld opbrengt, moet nog worden uitgevonden.

Natuurlijk worden er in de Rotterdamse horeca volop criminele zaken gedaan, weten ook de onderzoekers. Belasting- en premiefraude zijn schering en inslag. In Turkse en Chinese kringen is afpersing van horeca-uitbaters normaal. Rotterdamse seksclubs zijn niet onbekend met vrouwenhandel. In zo'n 160 van drieduizend horecazaken gaan harddrugs over de toog.

In de kroegen, discotheken en bordelen van Rotterdam gebeurt veel dat het daglicht niet kan verdragen. Daarom zijn ze 's nachts open. De horeca is de natuurlijke habitat voor criminelen. Klanten drinken, snuiven en slikken er verdovende zaken en gaan met elkaar op de vuist. Het nachtleven bezorgt de politie al genoeg werk zonder daar een meesterhand achter te hoeven zoeken.