Hoboïst Schneemann speelt Henze soms zelfs te mooi

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lev Markiz, met Bart Schneemann (hobo) en Godelieve Schrama (harp). Werken van Wolf, Henze, Rihm en Sjostakowitsj. Gehoord: 29/9 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Herh. Rihm en Henze met Mozart 6/10 Concertgebouw Amsterdam.

Kunst is als een mechaniek die bijzondere gebeurtenissen op gang brengt. Bij Hans Werner Henze naast dramatische vooral naar schoonheid hunkerende, en bij Wolfgang Rihm beklemmende, waarin zich afgronden openen. Beiden putten uit de geest van het muziektheater, beiden zijn zij het nodige verschuldigd aan componisten als Mahler en Berg.

Zondagavond kon men Rihm en Henze met elkaar vergelijken bij de opening door Nieuw Sinfonietta Amsterdam van een korte serie, waarin de beide componisten worden geconfronteerd met traditioneler toondichters. Ditmaal waren dat Hugo Wolf en Dmitri Sjostakowitsj. Wolf's Italienische Serenade was een nietszeggend complement, want vriendelijke serenademuziek schreven Henze en Rihm juist niet. Henze's zijde-achtige klanken voeren ons in de wereld van de erotiek en als Rihm erotiek aan de orde stelt, dan in de combinatie met angst.

Henze begon zijn compositorische carrière streng serieel met als hoogtepunt het Tweede strijkkwartet uit 1952, maar koos uiteindelijk voor een meer associatieve over-elegante esthetiek zoals in Elegie für junge Liebende uit 1961. Het politiek engagement dat volgde lijkt de laatste tijd ingeruild voor steeds meer kleur bekennen richting de verscheurde wereld van Gustav Mahler.

Het Dubbelconcert voor hobo en harp met strijkorkest in 1966 geschreven voor Heinz en Ursula Holliger is weliswaar speelmuziek, maar zeker niet eenvoudig diverterend. De glibberend glisserende strijkers openen veelbelovend, helaas weet Henze deze smachtende geruisen in het verdere verloop niet helemaal waar te maken, met name de harp wordt wel heel traditioneel ingezet.

Maar toch treffen talrijke finesses, zoals een geraffineerd verscholen lyrisch hoge contrabas-solo. Aan het eind komt de geile aap uit de mouw, de laatste bladzijden zouden zó hebben kunnen klinken bij een Franse nouvelle vague-film. Bart Schneemann haalde er alles uit, musiceerde doorleefd tot in de kleinste details. Soms kon hij het niet laten een pianissimo-toon toch te laten opbloeien. Maar ja, als je ook zó mooi kunt blazen.

Vele malen interessanter vond ik Rihm's Nature Morte - Still Alive voor 13 strijkers uit 1980. Rihm weet hoe je een boeiend gegeven kunt vasthouden, te weten een muziek als van een op hol geslagen heimachine, niets geen ruisende zijde ditmaal, maar doffe klappen en kletterende pizzicati. En ook hier een verrassend slot: een enkele strijkersklank, zingend als met een kapotte keel, kaal en kort. Want binnen tien minuten is alles gezegd. Zo'n stuk moet je spelen alsof je leven er vanaf hangt. Henze klonk voortreffelijk, Rihm had veel lelijker gekund.

Volgende concerten: 8/12 in het Amsterdamse Concertgebouw met als solisten Jacques Zoon (fluit) en Ronald Brautigam (piano), en 28/2 met Orkest De Volharding. Henze's Requiem (1993) 12/11 in Muziekcentrum Vredenburg.