Door HANS AARSMAN

Langs een draaiorgel lopen op de stoep. Mooi. Een vergeten melodietje heeft maar een paar seconden nodig, om de gewenning aan het verkeerslawaai bloot te leggen. Ook mooi: voor het stoplicht staan wachten als een oude tram het kruispunt oversteekt. Achter rammelende harmonicadeuren schokken de houten bankjes voorbij waar ik nog op heb gezeten, een schooltas op mijn knieën.

Maar liever dan honderd draaiorgels en evenzoveel oude trams: één overvliegende Dakota.

Een straalvliegtuig huilt, een helikopter tandenknarst, en een Dakota spreekt je toe. Als een binnenpretje zwelt van ver boven de stad het heilzame brommen aan. Laat alles vallen om naar boven te kijken tot het hoogtepunt van die dag uit zicht is. Als het mijn tijd is, laat me dan gaan in een Dakota. Zou ik al weg mogen?

Er is nog veel te doen. En ik heb nog maar weinig meegemaakt. Belevenissen lijken mij te mijden. Ik hoef mijn kop maar om de hoek te steken of alles wordt normaal. Een hypnotiseur laat een zaal volwassenen zweten tot smeltens toe. Aan mij wordt na een half uur gevraagd of ik al iets voel. Het hoeft geen gigantische temperatuurverhoging te zijn, een kleine stijging mag ook. Ik sluit mijn ogen en steek mijn voelhoorns nog eens uit. Bovenop mijn hoofd wordt het warmer, ja, een beetje warmer geloof ik. Als ik mijn ogen open doe, zie ik mezelf in de baan van een spotlicht staan.

Had ik in Sarajevo gewoond, mij zou niets zijn opgevallen van sluipschutters. Het nieuws wil niet met mij te maken hebben. Bij het Olympisch Stadion heeft de Mobiele Eenheid jarenlang slag geleverd met supporters. Behalve als ik in de buurt was. Ik heb daar nooit anders gezien dan supporters in de rij en politieagenten die auto's wezen waar ze moesten parkeren. Een oude man heeft daar nog de grootste indruk op me gemaakt. Hij gooide een leeg patatbakje achter de struiken. Het type van een grootvader, die zich anders nooit aan zoiets zou bezondigen, maar vandaag is het voetbal, er is een grote massa op de been, de normen zitten in een ander jasje dan wanneer hij een van de kleinkinderen op schoot heeft. Dat zijn de dingen die ik meemaak.

Als ik zondag om 19.00 uur de televisie aanzet, kondigt het gezicht van Sport7 aan dat het tijd is voor een time-out. Daar bedoelt hij reclame mee. Ik zap weg. Ik ben Zapman, ik mag zappen. Studio Sport moet nog beginnen. Op NED 1 wordt iets uitgelegd en NED 3 wil me bij een wereld betrekken die de mijne niet is. Op Veronica, SBS 6 en de RTL's proberen fluitende kogels en borstige dames mensen te vermaken als ik. Laat mij maar zappen. Ik ben Zapman. Ik mag weg.