DIE ZEIT

De Duitse Bondspresident Roman Herzog hield eerder deze maand een pleidooi voor een pragmatische omgang met de mensenrechten in de internationale betrekkingen. Hij vindt dat het Westen in het internationale verkeer vooral een strategie van 'geduldig argumenteren' moet praktiseren. In een reactie in Die Zeit veegt Richard Herzinger de vloer aan met deze aanpak onder de kop 'De moraal als toefje slagroom'.

De pleitbezorgers van de zogenoemde 'kritische dialoog' maken volgens Herzinger ten aanzien van de uitbreiding van economische en politieke banden met dictaturen geen enkel politiek voorbehoud en hun inspanningen voor de verbetering van het lot van politieke gevangenen blijven, als ze al plaatshebben, gehuld in het duister van de geheime diplomatie. Deze houding wordt, aldus Herzinger, gerechtvaardigd met een simpele variant van de oude, maar onhoudbaar gebleken convergentietheorie: de stimulering van de markteconomie in landen als China en Iran moet vroeg of laat ook tot een politieke democratisering leiden. Volgens Herzinger is dit een illusoir perspectief. Hij signaleert dat de politiek van afzijdigheid steeds populairder wordt als alibi voor een Westerse welvaartsisolationisme, terwijl de Westerse democratieën op straffe van ondergang uiteindelijk juist gebaat zijn bij handhaving en verdediging van de mensenrechten.