De werkelijkheid en de journalistiek

De Bolkestein-watchers onder ons bleven zaterdagavond in grote verwarring achter. Wat was er nou precies gebeurd op de persconferentie die de VVD-leider op Schiphol had gegeven?

In het Half acht nieuws van RTL 4 leek er nog niets aan de hand voor Bolkestein. Hij had de jongens en meisjes van de Nederlandse pers even uitgelegd wat er van een commissaris in Nederland verlangd wordt: opkomen voor het belang van het bedrijf. Dat hadden ze allemaal goed begrepen, Frits Wester van RTL 4 voorop. Die kwam monter melden dat het optreden van Bolkestein 'krachtig en overtuigend' was. Job Frieszo van het NOS-Journaal, die tegenwoordig ook zelf met groeiende, Bolkesteinsiaanse fierheid in de camera begint te kijken, was iets terughoudender, maar nog altijd leek er voor Bolkestein geen vuiltje aan de lucht.

Maar 's avonds laat, net toen we ons volledig gerustgesteld te bed wilden begeven, kwam Wouke van Scherrenburg ons in Nova opschrikken. Kennelijk had de persconferentie een staartje vol venijn gehad dat toevallig niet gefilmd was door de nieuwsrubrieken van NOS en RTL. Van Scherrenburg: “Als de persconferentie bijna is afgelopen, praat Bolkestein zich vast op een vraag van Netwerk.”

Hoe praatte Bolkestein zich vast? Het antwoord daarop kregen we een volle dag later in Netwerk zelf. We zagen hoe een Netwerk-verslaggever Bolkestein op diezelfde persconferentie in het nauw bracht met een serie vragen over het gesprek met top-ambtenaar Sangster, die er later van overtuigd bleek met de fractievoorzitter en niet met de MSD-commissaris te hebben gesproken. Ook VVD'er Dees, onthulde Netwerk, was die mening toegedaan.

Zo hadden we 24 uur na de persconferentie toch nog alle feiten op een rijtje. Een moeilijk vak, die journalistiek.

De andere belangrijke gebeurtenis op het scherm: de uitzending van De langste reis, de tv-speelfilm die Pieter Verhoeff voor de VPRO maakte over de ontvoering van een prominente Nederlander. De film was duidelijk gebaseerd op de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn, in 1987 gepleegd door de ingenieur Ferdi E. Ik was benieuwd naar Verhoeffs film, temeer omdat de zaak E. mij altijd zeer gefascineerd heeft. In 1988 heb ik de rechtszaak gevolgd, op het persbankje ingeklemd tussen de (thriller)schrijvers Tim Krabbé en Tomas Ross.

Verhoeff en zijn scenarioschrijver Kees van Beijnum waren dichtbij de werkelijkheid gebleven, naar mijn smaak té dicht. We zagen een vakkundig gemaakte reconstructie van die bizarre dag uit het leven van twee Nederlanders. Alles was in orde: de dialogen, het spel (vooral Johan Leysen als ontvoerder was subliem), het tempo.

Wat ik miste, was een dramatische dimensie, voortvloeiend uit een eigen visie op de feiten. Het bleef mij te journalistiek, te documentair: je zat te kijken naar een drama waarvan je alle feiten, inclusief de afloop, al kende. Dat leidde, halverwege de film, zelfs tot een zekere spanningsloosheid. Ik wil graag aannemen dat de ontvoering ongeveer zó verlopen is, maar dat is niet voldoende voor het dramatische produkt dat een speelfilm nu eenmaal is. De droge werkelijkheid is, wat dat betreft, nóóit voldoende.

In interviews hebben Verhoeff en Van Beijnum gezegd dat zij het gegeven raadselachtiger hebben gemaakt, maar zo heb ik het juist niet ervaren. Deze unieke misdaad kreeg iets vlaks en rechtlijnigs, het bleef bij een interessante ontvoering - niet minder, maar ook niet méér.

Fictie kan de werkelijkheid alleen overtreffen als ze er iets wezenlijks aan toevoegt. Als het bij een kopie van de werkelijkheid blijft, zie ik liever een puur journalistieke benadering - wat trouwens moeilijk genoeg is, vooral als je bij een tv-journaal werkt.