De Waart graaft alsmaar dieper in Mahlersymfonieën

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart m.m.v. damesleden Groot Omroepkoor, Stadsknapenkoor Elburg en Charlotte Hellekant, mezzosopraan. Programma: G. Mahler: Derde symfonie. Gehoord: 28/9 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: Radio 4 NCRV op nadere datum.

Vier jaar geleden begon het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van chef-dirigent Edo de Waart aan een Mahlercyclus, die vorig jaar mei, vlak voor het tweede Amsterdamse Mahler Feest resulteerde in een cd-uitgave met de negen symfonieën, die vooral internationaal voor enig opzien zorgde.

Na een verlate uitvoering van Das Lied von der Erde vorig jaar december blijft Mahler de komende jaren op de programma's van de Hilversummers, terwijl sommige andere orkesten nu wat Mahlermoe zijn. Zo werd afgelopen zaterdag de NCRV-serie 'Einde van een eeuw' geopend met de Derde symfonie, precies een eeuw geleden in 1896 voltooid.

De reusachtige Derde symfonie waarin hij, zoals Mahler tegen Bruno Walter zei, het indrukwekkende Oostenrijkse berglandschap had 'weggecomponeerd', klonk in 1992 als de opening van de Mahlercyclus. Het was een uitvoering die tegelijkertijd formaat had, maar ook enige afstandelijkheid toonde ten opzichte van de inhoud van het werk: een schroom om zich volledig over te geven aan de overmaat aan flarden van tegenstrijdigheden en diepe emoties die Mahler hier schaamteloos etaleert.

Niet de opname van die uitvoering, maar van een latere en diepgravender vertolking uit 1995 kwam uiteindelijk op de cd. En de uitvoering van afgelopen zaterdag leek een nog verdere verdieping in De Waarts opvattingen te registreren in de richting van langzamer, monumentaler en contrastrijker. Hoewel uiterlijk niet geheel perfect, blijkt juist de binnenkant van deze muziek nu meer te overtuigen, mede dankzij de fraaie vertolking van Zatathustra's Mitternachtlied door Charlotte Hellekant.

De wijdse omhoogstrevende delen worden op bijna Haitinkiaanse wijze indrukwekkend neergezet in de stilte en de ruimte, aan het slot zelfs imposant afgewikkeld. De 'aardse' delen klinken met een alsmaar vrijere expressie, zoals in de hese fluiten. En in het uiterst spectaculair besloten eerste deel verkeert een enkele heftige passage nu in een chaos, waarin men de aankondiging kan horen van de typisch 20ste eeuws muzikale verschijnselen cluster en het klankveld, die Mahler uitwerkte in de Negende en de Tiende.