Argwaan over euforie Zalm

Hoe verkoop je beleid? Niet alleen minister De Boer van Milieu ligt onder vuur. “Uit een oogpunt van public relations vond ik Prinsjesdag zeer bedenkelijk”, zegt Cees Maas, voormalig thesaurier-generaal van Financiën. “De minister van Financiën hield op Prinsjesdag het koffertje met de rijksbegroting omhoog alsof hij thuiskomt met Olympisch goud. Men waarschuwt zelfs tegen zelfgenoegzaamheid - alsof daar enige aanleiding toe is.”

Op een discussiebijeenkomst in Breda signaleert Maas, die nu bestuurder is bij de ING Groep, dat het kabinet “een juichstemming creëert die zelfs gevaarlijk is”. Een oliecrisis of een beurskrach en het zonnige economische klimaat verdwijnt bij donderslag. Want de richting waarin een aantal belangrijke economische gegevens zich volgens de Miljoenennota 1997 beweegt is gunstig, maar de niveaus van schuldquote en werkloosheid zijn relatief hoog. Zo daalt de staatsschuld als percentage van het bruto binnenlands produkt, maar in absolute termen stijgt de schuld met ruim 10,3 miljard gulden tot 419,1 miljard gulden.

Het gaat goed met Nederland, roept het kabinet. Alle economische indicatoren wijzen in de juiste richting. Maar in de Miljoenennota presenteert minister Gerrit Zalm van Financiën voor het eerst ook een staatsbalans. Daaruit blijkt het staatsvermogen van 1994 op 1995 te zijn gedaald van min 74 naar min 125 miljard gulden. Nederland wordt armer.

De juichstemming van het kabinet manifesteert zich niet in de Nederlandse probleemwijken. De door PvdA-leider Joop den Uyl voorspelde tweedeling lijkt zich in de Schilderswijk, Bijlmer, Indische buurt en Steenklip te voltrekken. Onder de mensen die de “koopkrachtklappers” van Zalm niet maken omdat ze nooit meer aan de slag zullen komen. Minder mensen een uitkering en meer mensen aan het werk is het recept van het kabinet-Kok om de tweedeling tegen te gaan.

“Ik zie mij koopkracht ieder jaar afbrokkelen”, zegt Harry Bodewes bewoner van de Sneker woonwijk de Steenklip. Bodewes is veertig jaar, afgekeurd en verwacht niet meer aan de slag te komen. “In de troonrede sprak koningin Beatrix over offers die nu vruchten beginnen af te werpen”, vervolgt de Fries. “Den Uyl had gelijk, er zal een groep mensen zijn in Nederland die altijd offers zullen moeten brengen en nooit de vruchten zullen plukken. Zo definieer ik de tweedeling.'