ABN Amro mag deel personeel langer laten werken

DEN HAAG, 30 SEPT. ABN Amro mag een vijfde van zijn personeel langer laten werken dan 36 uur per week. Vier vakbonden die dit in strijd vinden met de CAO voor het bankbedrijf zijn door het Scheidsgerecht in het ongelijk gesteld. De betrokken bonden reageren woedend.

In de CAO voor het bankbedrijf, die loopt van 1 april 1995 tot 1 april 1998, is vastgelegd dat de werkgever “vanuit zijn verantwoordelijkheid voor een efficiënte bedrijfsvoering en een marktgerichte dienstverlening aan de cliënt” mag afwijken van de afgesproken gemiddelde 36-urige werkweek. Op 1 oktober 1996 moet de 36-urige werkweek overal zijn ingevuld.

Bij de ING Groep heeft 5 à 7 procent van de werknemers een afwijkende arbeidsduur. Rabobank Nederland blijft in tegenstelling tot ABN Amro eveneens onder de 10 procent, zo zegt een woordvoerder van de werkgeversvereniging voor het bankbedrijf.

De FNV Dienstenbond, De Unie, de Dienstenbond CNV en de BBV vinden dat ABN Amro handelt tegen de “geest” van de afgesloten CAO en hebben een uitspraak gevraagd bij het Scheidsgerecht, een juridische instantie die uitspraken doet bij verschillen van mening over CAO-bepalingen.

Het Scheidsgerecht verklaarde het beroep van de bonden op 26 september “ongegrond”. Erkend wordt “dat de 36-urige werkweek de norm is en zulks ook door CAO-partijen is beoogd”. De handelwijze van ABN Amro is echter niet strijdig met de CAO.

“Wij kunnen dit soort afspraken dus niet meer maken met de werkgevers”, zegt tweede onderhandelaar namens De Unie, D. Kramer. “De volgende CAO-onderhandelingen in 1998 worden juridische onderhandelingen”, zegt ook eerste onderhandelaar E. van der Rijdt van De Unie.

Volgens De Unie is nu het gevaar groot dat ook de andere banken uit concurrentie-overwegingen gaan afwijken van de 36-urige werkweek. Onderhandelaar D. Hamaker van de Dienstenbond FNV dreigt de werkgevers met represailles.