Aan bed, bad en brood komt eens een einde

Het omstreden vertrekcentrum in Ter Apel is het eindstation voor asielzoekers in Nederland. Hier gaat men terug naar het land van herkomst of, als dat niet lukt, de straat op. Want aan de opvang van afgewezen en uitgeprocedeerde asielzoekers komt een einde. Nederland biedt voor de laatste keer bed, bad en brood.

Het washok is haar domein. Iedere avond tegen half tien sloft ze naar de drie wasmachines en de twee drogers om schoon te maken. Zo kent ze ieder hoekje en elk stoffig spleetje. Een gulden per uur verdient ze met de schoonmaak. Vier maanden en tien dagen geleden kwam ze hier aan, op het centrum voor afgewezen asielzoekers in het Groninger Ter Apel. Sindsdien doodt ze haar tijd in groene loodsen, witte barakken en een tochtige washok.

In Rusland werd ze geboren, in Armenië bracht ze een groot deel van haar leven door, in Nederland wilde ze blijven. Justitie besloot anders: geen kans op vervolging en dus geen asiel. De rechter bekrachtigde dat oordeel. De vrouw (50 jaar) moest Nederland uit en werd, met het oog op haar uitzetting, naar het vertrekcentrum in Ter Apel gestuurd. Medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werken hier aan haar 'verwijdering'.

Ze wipt van het ene blauwe sokje op het andere, de tweedehands geruite rok zwaait mee. Die verwijdering is lastig. “Beide landen willen me niet hebben”, zegt ze. Armenië wil haar naar Rusland sturen; daar is ze immers geboren. Rusland wil haar naar Armenië sturen; daar heeft ze immers gewoond. De impasse is de oorzaak van haar langere verblijf in Ter Apel, waar mensen in principe maximaal drie maanden wonen. Wat te doen? Ze heft haar stoffer en blik in de lucht en verdwijnt in de nacht.

De volgende ochtend is ze in blinde paniek. Medewerkers van de IND hebben haar net verteld dat ze Nederland wordt uitgezet. De Armeense ambassade is “van gedachten veranderd”, zeggen de ambtenaren. De gebeurtenissen volgen elkaar in hoog tempo op. De marechaussee arriveert om haar uit te zetten, zij werpt zich gillend op de grond, bedaart na tien minuten en pakt onder toeziend oog van een tiental leden van marechaussee, IND en beveilingsdienst haar tas. Drie kwartier later scheurt het busje van de marechausssee het terrein af, richting Schiphol.

Ter Apel is het eindstation. De mensen hier moeten Nederland verlaten, daar heeft justitie over beslist en heeft de rechter over geoordeeld. De mensen zelf willen in Nederland blijven - het liefst als erkend vluchteling, desnoods als illegaal. “De keuze is òf in Vukovar òf in Amsterdam op straat leven. Dan blijf ik liever in Nederland”, zegt een 14-jarig meisje uit voormalig Joegoslavië in onvervalst Amsterdams. Papieren en paspoorten hebben zij, haar moeder en drie broers niet meer. En zonder identiteitsbewijs kan de Nederlandse overheid hen moeilijk uitzetten.

Het centrum voor afgewezen en uitgeprocedeerde asielzoekers is omstreden. Het 'kamp der hopelozen' noemde Tweede-Kamerlid Dittrich (D66) het ooit. Zijn collega Middel (PvdA) vergeleek het met Westerbork - van voor de Tweede Wereldoorlog voegde hij er na fronsende blikken van overige Kamerleden haastig aan toe. Kerkelijke groeperingen noemen het centrum 'onmenselijk'. Ze wijzen erop dat sommige asielzoekers in handboeien worden afgevoerd, “als criminelen”. Belangenorganisaties benadrukken dat sommige ambassades niet of nauwelijks meewerken, waardoor de asielzoeker niet naar zijn land terug kàn.

Het omstreden karakter van Ter Apel uit zich in verhullend taalgebruik. De verzorgers van het centraal orgaan opvang asielzoekers (COA) spreken over gasten. De IND'ers hebben het consequent over vreemdelingen, de directeur van het huis van bewaring dat in 1998 op het terrein moet verrijzen, spreekt over illegalen. Bewoners die hun uitzetting onmogelijk maken, worden niet als illegalen op straat gedumpt. Hun worden de “opvang en de voorzieningen ontzegd”. Mensen vertrekken hier, niemand wordt gedeporteerd; een term die in de omringende Europese landen zonder schroom wordt gebruikt. “Het lijkt wel 1984 van Orwell”, gniffelt een medewerker van Vluchtelingenwerk.

“Toch is het leven in Ter Apel wel oké”, zegt een tiener uit China. In een bijna lege loods speelt hij vanavond tafeltennis tegen een Bosnische jongen. Overdag gaan hij en zijn vrienden naar de computercursus, volgen soms een les in het talenpracticum, hangen rond en kijken televisie op hun kamers. Vanaf volgende week mag hij naar school, samen met drie andere bewoners naar het Comenius College in Stadskanaal. De jongen verheugt zich op de doorbraak van de sleur, die het wachten op uitzetting met zich brengt.

Kleinere kinderen gaan al naar school. Vijf ochtenden in de week arriveert 's morgens een busje dat acht van hen naar de lagere school in het dorp brengt. Het tochtje gaat langs de poort met de slagboom, die toch alleen een symbolische waarde heeft. Want na twee jaar debatteren is het vertrekcentrum geëindigd in een compromis. Om het voormalig NAVO-depot staat een groot hek, maar asielzoekers kunnen zo de benen nemen. Zo zouden al circa veertig mensen zijn vertrokken. Het centrum herbergt zo'n zestig uitgeprocedeerde vreemdelingen, in de toekomst moeten dat er driehonderd worden.

Hun komst naar Ter Apel is, evenals hun verblijf, 'vrijwillig'. Uitgeprocedeerde asielzoekers krijgen een treinkaartje naar Emmen en een strippenkaart om vanuit daar naar Ter Apel te reizen. De helft komt nooit aan, maar gaat voortijdig de illegaliteit in. IND-directeur R. Baljon in Ter Apel maakt zich er niet boos om. “Ik voer mijn functie uit met de middelen die de politiek mij heeft gegeven. Als politici straks vinden dat er te veel illegale vreemdelingen op straat komen, zullen zij daarover moeten discussiëren en beslissen.”

Hij wijst erop dat, door een scherper toezicht op vreemdelingen, illegalen uiteindelijk tegen de lamp lopen. Deze opgepakte illegalen keren dan terug naar Ter Apel, maar deze keer naar het huis van bewaring dat in 1998 op het terrein wordt geopend. De gevangenis zal 384 plaatsen tellen. Maar biedt het huis van bewaring een sluitende oplossing? Directeur J. Tychon schudt zijn hoofd. De ervaring heeft hem geleerd dat een aantal illegalen eenvoudig niet uit te zetten is. “Als iemand weigert mee te werken, dan kan hij in Nederland blijven, als illegaal. En dat weten ze.” Ook Tychon zal een aantal mensen weer als illegaal de straat op sturen.

Bewoners van het vertrekcentrum kunnen op drie manier vertrekken: ze worden uitgezet naar hun land van herkomst, ze verdwijnen zelf in de illegaliteit of ze worden op straat gezet. Vrijdag nog hebben Baljon en zijn IND-medewerkers twee mensen weggebracht. “Mensen die niet meewerken en daardoor niet kunnen worden uitgezet, moeten vertrekken”, zegt hij. Die beslissing valt hem volgens eigen zeggen soms zwaar. “Overleven in de illegaliteit is namelijk niet makkelijk.”

De kleine vrouw uit Armenië beaamt dat. Het is de avond voor haar gedwongen uitzetting, maar daar heeft ze dan nog geen weet van. “Ik durf niet weg te lopen. Waar moet ik naar toe?” Ze kent niemand in Nederland. Haar enig kind, een dochter, woont in de Verenigde Staten. Die heeft wel een tijdelijke verblijfsvergunning, maar mag met deze green card niet haar moeder laten overkomen.

Ondanks haar eerdere bravoure heeft het 14-jarige meisje uit Vukovar ook haar twijfels over een leven als illegaal. Voor zichzelf kan ze wel zorgen. Met haar rode nagels, zwart gemaakte ogen en lange haren ziet ze er al snel ouder uit en dan is er altijd wel wat te verdienen in Amsterdam. Maar haar moeder? Ze wijst op een kleine vrouw, in wier gezicht het leed van Joegoslavië is gegroefd. En haar broer? Hij is sinds enkele weken opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. “Wie gaat zijn medicijnen dan betalen?” vraagt ze.

“Nee, ik vind het niet zielig”, zegt directeur opvang J. Mulder. Hij is het met zijn collega Baljon van de IND eens. Aan bed, bad en brood - het credo van het Nederlandse opvangbeleid - komt eens een einde. “De rechter heeft gezegd: je mag hier niet blijven. De overheid biedt dan nog gedurende drie maanden opvang aan in Ter Apel. Dat vind ik heel netjes. Als iemand zijn parkeerbon niet betaalt, komt er toch ook een gerechterlijke uitspraak? En daarvan vinden we dat iedereen zich eraan moet houden.”

Is het vertrekcentrum een half jaar na de opening een succes? “De opvang gaat steeds beter”, zegt Mulder van het COA. “We zullen nooit iedereen kunnen uitzetten”, zegt Tychon van het huis van bewaring. “Ik weet het niet”, zegt Baljon van de IND. “We moeten ook maar afwachten of de rechter het verantwoord vindt dat wij mensen op straat zetten.”

Die uitspraak doet zich wellicht eerder voor dan de directeur verwacht. Want vorige week heeft een 24-jarige Ethiopiër, die eerder door de IND dakloos op het station van Arnhem werd achtergelaten, aangekondigd een proces tegen justitie aan te spannen. De Ethiopiër weigert te verklaren vrijwillig naar zijn vaderland terug te keren - een voorwaarde die de ambassade heeft gesteld. “Die man wil ook niet vrijwillig terug, daar gaat hij niet over liegen”, zegt een medewerker van de christelijke hulporganisatie Inlia.

In het proces zal de Ethiopiër eisen dat de Nederlandse staat hem onderdak biedt. Sterker nog, hij wil terug naar het vertrekcentrum in Ter Apel. De slagboom, het hek, de witte woonbarakken bevallen hem beter dan de koude, winderige straat. Het lijkt de omgekeerde wereld; hij wil terug naar een plek waar menigeen wegloopt of zelfs nooit aankomt.