Vrouwen moeten beter letten op eigen pensioen

Toegegeven, discussies over pensioenen zijn een luxeprobleem. Besparingen voor de oude dag belopen hier jaarlijks zo'n honderddertig procent van het bruto nationaal produkt. Wereldwijd vergeleken, zitten we daarmee uitzonderlijk safe. Want op de Zwitsers na - de enigen die onze spaarzin bijna evenaren - halen alle andere naties nog geen derde van die verhouding. Desondanks verhit de kwestie 'pensioenen' dezer dagen veler gemoed. Oorzaak: veranderingen.

Vaste arbeids- en samenlevingspatronen verdwijnen, en dus moet ook het pensioen flexibel. Geslaagde tweeverdieners zonder kinderen zien het niet zitten om geld weg te zetten voor nabestaanden; alleenstaande werknemers willen niet betalen aan een partnerpensioen. Ook de groeiende groep werknemers die regelmatig van betrekking wisselt of de loopbaan onderbreekt wil toch een welvarende oude dag. “Pensioen is een stuk ingewikkelder geworden”, weet dr. Mies Westerveld, onderzoeker sociale zekerheidsrecht en pensioenen aan de Universiteit Utrecht. “Regelingen krijgen steeds meer momenten waarop mensen zelf moeten kiezen wat ze willen.”

Vooral vrouwen realiseren zich volgens Westerveld onvoldoende dat pensioen tegenwoordig steeds meer hun eigen verantwoordelijkheid is. Een bekende kwetsbare groep vrouwen is die van rond de vijftig jaar. Ten tijde van hun huwelijk namen ze ontslag en voor aanvullend pensioen vertrouwden ze op hun werkende echtgenoten. “Zolang ze gehuwd blijven, is er niets aan de hand. Want mannen hebben meestal een redelijk nabestaandenpensioen voor de situatie dat hun vrouw hen overleeft”, legt Westerveld uit. Gaat een huisvrouw echter scheiden, dan kunnen problemen ontstaan. Ze krijgt weliswaar haar deel van de pensioenrechten die haar echtgenoot tijdens het huwelijk opbouwde, maar na de scheiding komt daar alleen nog oudedagsreserve bij als ze zelf werkt, en dat is doorgaans minder.

“Vrouwen jonger dan veertig beseffen vaker dat ze voor hun pensioen niet teveel op hun partner moeten vertrouwen”, zegt Westerveld. Toch voorziet ze ook voor deze groep een toekomstige pensioenachterstand ten opzichte van de mannelijke medemens. Hoewel het aantal werkende vrouwen de afgelopen jaren sterk is toegenomen, blijken veel vrouwen na de geboorte van hun kinderen toch hun baan geheel en gedeeltelijk op te zeggen. “Als dat gemeengoed blijft, hebben we straks een grote groep vrouwen met relatief weinig eigen pensioen.”

Voor de groep vrouwen zonder werk of met een (kleine) deeltijdbaan kan de flexibilisering van ons pensioenstelsel nadelig uitpakken. Neem de sinds kort bestaande mogelijkheid dat een kostwinner zijn partnerpensioen inruilt voor een hoger eigen pensioen. “Voor tweeverdieners kan dat verstandig zijn”, legt Westerveld uit, “maar vrouwen die terugstappen in hun carrière terwille van hun man en kinderen, moeten zich realiseren dat die keuze hen in een behoorlijk kwetsbare positie manoeuvreert. Stel hun man ontmoet over vijftien jaar een leuke jonge vrouw en vertrekt. Als ze dan roepen: 'Ho ho, hoe moet het nu met mij?' Dan krijgen ze te horen: 'Ja, sorry mevrouw, een klein stukje alimentatie voor de kinderen is okee, maar iedereen is verantwoordelijk voor z'n eigen levensonderhoud'.”

Toch is een huwelijk qua pensioenzekerheid zo gek nog niet, merkt Westerveld op. “Ten opzichte van samenwonen is het aardige van een huwelijk dat mensen er van de overheid gratis en voor niets een totaalpakket aan rechtsbescherming bijkrijgen. Bij eventuele echtscheiding zijn daarmee zaken als alimentatie, de verdeling van de woning, toewijzing van spullen en pensioenverevening best aardig geregeld.” Bij een samenlevingscontract is pensioen een aandachtspunt dat eigen actie vraagt. “Regelingen kunnen per pensioenfonds verschillen, al geldt meestal dat je samenwoning bij hen kunt laten registreren waardoor je ook een partnerpensioen kunt opbouwen.”

Met het oog op pensioen moeten vrouwen voorts beducht zijn voor een sociaal risico dat minder bekend is dan werkloosheid of arbeidsongeschiktheid: het langstlevende-risico, ofwel de kans dat ze hun echtgenoot overleven en alleen achterblijven. Om twee redenen treft die situatie vrouwen veel vaker dan mannen. Ten eerste trouwen ze vaak oudere mannen; ten tweede leven ze gemiddeld langer. “De trend dat de overheid het belang van de AOW als oudedagsvoorziening laat afnemen ten gunste van aanvullende pensioenen gaat daarom vooral vrouwen treffen.”

Omdat vrouwen vaak weinig eigen aanvullend pensioen opbouwen, zijn ze afhankelijker van het door de overheid recent uitgeklede nabestaandenpensioen. “Het is nu nog afwachten of pensioenfondsen het voorbeeld van de overheid gaan volgen, want het nabestaandenpensioen van de bedrijfstakken was altijd opgehangen aan de weduwen- en wezenwet.”

Discussies over pensioenen voor flexibele arbeidskrachten, wat vaak vrouwen zijn, woeden nog in volle hevigheid. “Die ontwikkelingen maken de regels voor een goed pensioenstelsel heel ingewikkeld”, zegt Westerveld. “De verleiding wordt daardoor groter om mensen hun pensioen dan maar individueel te laten regelen. Dat brengt extra risico's met zich mee omdat ze dan zelf bij verzekeraars moeten gaan shoppen.”

Iedereen die zich aanvullend verzekert voor z'n pensioen, doet er goed aan zijn oudedagsvoorziening onder te brengen bij verschillende maatschappijen, adviseert ze. “Specifiek voor vrouwen geldt daarbij dat hun pensioen het veiligst is als ze het opbouwen uit eigen arbeid.”

    • Erica Verdegaal