Vluchtige attracties; Webgeschiedenis in kaart gebracht

TERWIJL HONDERDEN van haar collega's op Hewlett-Packards hoofdkwartier ploeteren in zalen zo groot als voetbalvelden, heeft Karen Lewis een hele speeltuin voor zichzelf. HP's bedrijfs-archivaris Lewis wordt in haar ruime kamer omringd door een flinke verzameling elektronische geschiedenis.

Talloze succesvolle en geflopte producten van het bedrijf dat Silicon Valley op de kaart zette, staan er uitgestald. Van de eerste oscillator die David Packard en William Hewlett in 1938 aan Walt Disney Studio's verkochten, tot koelkast-formaatcomputers met de kracht van zakrekenmachines en harde schijven zo groot als platenspelers.

Geavanceerde snufjes heeft Lewis in enkele jaren tijd tot antiek zien verworden. Zoals de 'Kittyhawk' harde schijf die in een luciferdoosje past. Hij stamt uit 1992, maar werd al in 1994 uit productie genomen. Een ander collectors-item is de pols-calculator met een display van rode LED's uit 1977. Lewis had het geluk dat een medewerker met dit rekenhorloge kwam aanzetten.

Sommige sporen van de informatietechnologie zijn echter verdwenen voordat ze goed en wel zijn opgemerkt. Dat geldt zeker voor digitale informatie, zoals het World Wide Web. Dit kleurrijke netwerk is in enkele jaren tijd uitgegroeid tot de Efteling van het Internet. Het WWW is echter vluchtig. Voor je het weet zijn sommige sites, de attracties die je via het Web kunt bezoeken, verdwenen. Dat was voor Lewis reden om twee jaar geleden te beginnen met het in kaart brengen van de geschiedenis van het Wereldwijde Web. Want ze vindt het Web de moeite van het bewaren waard. “Het Wereldwijde Web is belangrijk om onze sociale geschiedenis te bestuderen”, zegt Lewis. “Web-pagina's zijn kortstondig. Ze veranderen razendsnel, terwijl ze niet alleen een afspiegeling zijn van de veranderingen in digitale technologie, maar ook van onze cultuur.”

Samen met Dave Neal, een cognitief psycholoog van Bell Labs schuimt Lewis het WWW in haar vrije uren af. Een antropoloog uit Bonn in Duitsland en een computerwetenschapper uit Austin, Texas, zijn trouwe aanvoerlijnen van pagina's. Rondom deze vaste kern houden honderden Web-surfers een oogje in het zeil. Lewis: “Mensen zenden ons constant Web-sites. Ze sturen me het URL (het adres) van interessante Web-pagina's. Ik ga er vervolgens op af en als het de moeite waard is stuur ik de informatie naar Bell Labs, waar Neal het op CD Rom zet. Dat is een goedkope manier om de informatie op te slaan.”

Het World Wide Web werd gestart door wetenschappers. Het werd al snel een populaire plaats om artikelen uit te wisselen, want je kan er behalve tekst ook geluid, foto's, video en animaties op kwijt. Informatie van academici vormt nog steeds de kern van wat Lewis en haar helpers bij elkaar sprokkelen. “Zij legden de fundamenten en gaven er structuur aan in de vorm van zoekmachines en browsers.”

De academische kant is interessant en ook ontdekken steeds meer bedrijven het Web als advertentiemedium, maar vooral de Webcultuur oefent grote aantrekkingskracht uit op Lewis. Een van de sites is een virtuele muur met graffiti waarop iedereen naar hartelust mag schilderen of kliederen. Zelf bezoekt ze regelmatig de uitstalkast van een groep kunstenaars in Medocino County, in het noorden van Californië. Deze mensen kochten gezamenlijk een servercomputer. “Ze fotograferen hun schilderijen, weefsels en beelden en zetten die op hun website 'North Coast Artists'. Ze konden eerst geen droge boterham verdienen, nu adverteren en verkopen ze hun spullen via het Web.”

Je zou het niet verwachten, maar Lewis zegt dat ze steeds minder werk in haar Website-verzameling stopt. “Twee jaar geleden gingen we zo ver mogelijk terug en brachten we de structuur in kaart. Websites veranderen weliswaar snel, maar de verandering is niet groot. We voegen wel steeds nieuw materiaal toe, zoals laatst het Web-archief van de US National Security Administration met stukken van de Russische KGB. Maar de groei in variatie is minder dan in het eerste jaar.”

Wat Lewis en Neal tot nu toe hebben opgespit is nog niet toegankelijk. “Daarvoor hebben we eerst een servercomputer nodig en een bedrijf dat ons wil ondersteunen”, zegt Lewis. “Maar op een dag is het toegankelijk voor iedereen. Op het Wereldwijde Web.”