Tweede flop?

Professor Braet uit zijn bezorgdheid over de toekomst van het vak Nederlands op de middelbare school (30 augustus). Als de nieuwe eindtermen met ingang van 1 augustus 1998 worden ingevoerd zal er in de les Nederlands geen expliciete aandacht meer zijn voor taal en taalverschijnselen en voor literatuur, het zal ontaarden in 'een schrale cursus'.

Ik vraag mij af of de bezorgdheid van professor Braet wel helemaal gegrond is. Braet realiseert zich te weinig hoe 'het werkveld' op de nieuwe eindtermen zal reageren. Welke docent Engels in Engeland laat zich zijn Shakespaere afpakken? Is het denkbaar dat een leraar Duits zich niet meer bemoeit met Goethe of een docent in Frankrijk met Molière of Zola? Evenzo is het onvoorstelbaar dat docenten Nederlands het in hun lessen zonder de Reinaert, Multatuli, Couperus of Elsschot zullen doen.

Voor taal en taalverschijnselen geldt hetzelfde. Hoe moet een docent zijn leerlingen wijzen op taalfouten, als hij niet kan beschikken over het begrippenapparaat waarmee je iemand bewust maakt wat hij fout doet. Leg maar eens uit waarom het zinnetje 'De passagiers worden verzocht uit te stappen' fout is zonder een paar grammaticale termen te gebruiken. Daarom zal de wal van de praktijk het schip van de ontwikkelingen doen stranden. Zo is het met de basisvorming gegaan en zo gaat het straks met de tweede fase.